Niels Huber van Familiebedrijf Boon Edam

25-05-2007 | Interviewer: Cees Pronk | Auteur: Miloe van Beek | Beeld: Ton Zonneveld

Niels Huber van Familiebedrijf Boon Edam
Op zijn negentiende begonnen als vrachtwagenchauffeur, sinds 2002 voorzitter van de directie. Niels Huber is met draaideurengigant Boon Edam vergroeid. Over dertig jaar is Boon nóg succesvoller, hoopt hij. “Maar het is best eng om zo te denken.”

Ze noemen zichzelf de op één na bekendste Edammer; alleen de kaasmakers kunnen in het buitenland op meer herkenning rekenen. Vrijwel iedereen die dagelijks een kantoor, supermarkt of restaurant in- en uit loopt, komt Boon Edam tegen. Het familiebedrijf is marktleider in draaideuren, tourniquets en toegangshekken: ingangstechnieken is de verzamelnaam die directievoorzitter Niels Huber ook wel gebruikt. Boon Edam maakt ze in alle hoogtes, breedtes, kleuren en materialen, variërend van 15.000 tot meer dan 100.000 euro. “Voor een hotel in Cannes hebben we wel eens een gouden draaideur gemaakt.

Ook de ouderwetse, houten draaideuren produceren we nog steeds,” zegt Huber, terwijl hij trots door de werkplaats wandelt, wijzend op machines die het aluminium zetten en er speciale, stevige hoeken in kunnen maken. In Edam worden deuren voor het Midden-Oosten, de Europese en de Afrikaanse markt geproduceerd. De vestigingen in China en Amerika produceren de ingangstechnieken voor Amerika en Azië. Huber weet wat zich op de werkvloer afspeelt: hij begon op zijn negentiende als vrachtwagenchauffeur, en werkte daarna onder andere in de productie, het magazijn, expeditie montage en service. Hij typeert Boon Edam als een organisatie met een no-nonsense cultuur. Met zijn heldere taalgebruik is hij daar zelf het beste voorbeeld van. “Keep it simple is onze filosofie.” Daarom staat het logo van Boon Edam klein onder in de hoek van de draaideur. “Wij willen geen product verkopen waar onze naam schreeuwend groot op staat. De deur is van de klant en moet passen in de omgeving.” Het kroontje in het logo van Boon - ze kregen het predikaat koninklijk in 2004 naar aanleiding van honderd jaar draaideurenproductie en de 130e verjaardag van Boon - is ook erg bescheiden, vindt interviewer Cees Pronk. “Mooi hè. Ja zo zijn wij,” lacht Huber. Die cultuur zal ook nooit veranderen, denkt hij. “De doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg mentaliteit is alom vertegenwoordigd in de regio Edam en Volendam. Hard werken, schouders eronder en gaan, dat is ons motto.”


Als Cees Pronk hem vraagt wat voor soort leider Niels Huber is, blijft hij voor het eerst tijdens het gesprek een tijdje stil.


“Ik denk dat ik een eerlijke, no-nonsense figuur ben die om zijn bedrijf geeft. Verder ben ik, in tegenstelling tot mijn vader, niet zo extreem. Hij was heel zwart-wit. Ik ben meer grijs.” Het concept van de draaideur is simpel: altijd gesloten, altijd open, maar de deur houdt wel geluid, kou en stank buiten. De allereerste draaideur produceerde Gerrit Boon in 1903, dertig jaar nadat hij Boon had opgericht: een Amsterdamse timmerfabriek en aannemerij. “Een draaideur was in die tijd een ronddraaiend deurenstel waar je tegenaan moest duwen. Deed je dat te hard, dan functioneerde het als een gehaktmolen.” Tot in de jaren veertig combineerde het bedrijf timmer- en aanneemwerkzaamheden met het maken van draaideuren. Toen er binnen de familie Boon geen opvolging aanwezig bleek te zijn, begon een zoektocht naar geschikte overnamekandidaten. Via een advertentie kwam Gerrit Boon terecht bij Koos Huber, de opa van Niels Huber. Na het overlijden van Boon kocht hij het bedrijf van de erven. Zijn zoons Rob en Erik Huber werden in de jaren zestig actief in het bedrijf. Gezamenlijk besloten zij de timmer- en aanneemwerkzaamheden stop te zetten en zich helemaal te focussen op de nichemarkt van draaideuren. “Het was best spannend om oude schoenen weg te gooien, maar het getuigde ook van visie,” zegt Niels Huber. De focus werkte zo goed, dat uitbreiding in de jaren zeventig noodzakelijk werd. In Amsterdam was hier geen ruimte voor, en de familie Huber koos ervoor om het bedrijf voort te zetten in het aangrenzende Edam. De bedrijfsnaam veranderde in Boon Edam en na een verzoek van de Amsterdam-Rotterdam Bank - het huidige ABN Amro - ging de combinatie draaideuren en beveiliging een grotere rol spelen.


Niels Huber kan zich nog goed herinneren hoe zijn vader met het bedrijf bezig was.


“Ik groeide op met Boon voor en na. Mijn zus Anita en ik zijn daar in positieve zin door besmet geraakt. Wij wilden Boon heel graag samen gaan leiden.” Dit kon omdat de kinderen van Niels’ oom Rob geen belangstelling hadden voor de opvolging. Besloten werd dat Rob Huber zou worden uitgekocht, en dat Niels en Anita zouden worden opgeleid om Boon Edam over te nemen. Na de mavo en de mts - “ik was niet zo’n schoolganger” -, begon Niels in 1989 op de vrachtwagen van Boon. “Het was mijn wens om West-Europa te zien en ik vond dat ik dat beter aan het begin van mijn carrière kon doen dan pas op mijn 45e.” Hij leverde draaideuren af bij de Europese vestigingen van Boon en hielp met de installatie. Zijn twee jaar oudere zus Anita werkte ondertussen als rechterhand van haar vader. “Een geweldige tijd. Het plan was om na vier jaar chauffeuren op mijn 22e binnen het bedrijf verder ervaring op te doen.”


Ongeluk


Het lot besliste anders. In 1993, onderweg naar de opening van een nieuwe vleugel van het Edamse kantoor, verongelukte zijn zus op 24-jarige leeftijd. Niels stopte met chauffeuren en ging zijn vader helpen in het bedrijf. “Mijn hele toekomst was in één klap veranderd, ik was niet alleen de partner kwijt met wie ik Boon zou gaan leiden, ik verloor ook mijn beste vriendin.” Toch heeft hij nooit getwijfeld of hij Boon ook in zijn eentje wilde runnen. “Dat stond voor mij vast. Pas achteraf weet ik dat ik toen onbewust een grote druk heb gevoeld. Net na het overlijden van hun dochter staken mijn ouders ook nog hun nek uit om mijn oom uit te kopen. Ik mocht het absoluut niet verkwanselen.”Het opvolgingstraject voor Niels werd in gang gezet. Zijn vader zou vanaf zijn zestigste langzaam gaan terugtreden. Maar ook dit liep anders. “In 2002 werd hij onderweg naar de Zweedse Boon vestiging getroffen door twee tia’s (Transcient Ischemic Attack, een voorbijgaande beroerte, red.). Hij was toen 57.” Niels zat al wel in de directieraad, maar werd van de ene op de andere dag directievoorzitter. “Een hectische tijd, we wisten niet hoe mijn vader zou herstellen, maar de zaak moest blijven draaien.” Na een jaar werd besloten dat Niels definitief het stokje van zijn vader zou overnemen; in 2004 was het bedrijf op papier helemaal van hem. Zijn vader is inmiddels redelijk hersteld en komt één dag per week naar kantoor. “Hij coördineert wat dingen op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt. Het was moeilijk voor hem om afstand te nemen, maar het kon niet anders.”


Aandeelhouders


Niels Huber is nu meerderheidsaandeelhouder van Boon Edam, de rest van de aandelen is sinds 2005 in handen van de Amerikaanse investeringsmaatschappij Brynwood. Het contact met hen kwam tot stand tijdens een acquisitie van Boon in de VS. “Ik was in eerste instantie wat sceptisch over die samenwerking, vooral omdat Boon een familiebedrijf is. Past dat wel in onze cultuur? Maar voor de organisatie was de samenwerking heel goed, en dat was voor mij uiteindelijk het enige wat telde.”De algemene activiteiten van Boon (IT, R&D, financiën en marketing) vinden plaats in de Group Holding. Daaronder hangen drie productie-units waar bijvoorbeeld de ontwerpen worden gemaakt. In de senior board, die zich bezighoudt met de strategische lijnen, zitten twee vertegenwoordigers van investeringsmaatschappij Brynwood. De nogal ingewikkelde constructie met holdings en boards roept de associatie op van een glazen kantoor.


Zweeft Huber boven de onderneming?


“Zeker niet. Mijn dagelijks werk is Boon Edam. Ik ben vooral actief in de markt, bezoek vestigingen in binnen- en buitenland, ga naar beurzen en afnemers. Ik wil ruiken, proeven en voelen hoe het daar gaat, weten wat er op de werkvloer en in de markt leeft en speelt. Omdat daar veel tijd en energie in gaat zitten, heb ik expliciet gekozen voor een board die de dagelijkse gang van zaken bijhoudt.”


Wil deze investeerder niet een keer uit Boon Edam stappen, vraagt Cees Pronk zich af.


“Dat zit er wel in, maar dan bepaal ik mede wat er gaat gebeuren. De aandelen terugkopen, een beursgang, een andere investeerder, ik heb goede kaarten in handen.”Dankzij de Amerikaanse overname is Boon Edam in de Verenigde Staten een topdriespeler geworden in de draaideurenmarkt en de beveiliging. De samenwerking met de Amerikanen gaat goed en houdt ons scherp, meent Huber. “We hebben hier al snel oogkleppen op, denken dat iets niet werkt omdat we het een aantal jaar geleden al hebben geprobeerd. Zij dwingen ons er nog eens extra en anders over na te denken.” De manier van werken was ook wel even wennen: Amerikanen willen vooral dat alles vandalismebestendig is. “In Europa hebben we een voorkeur voor mooi design. De rode en groene led-lampjes van een ingangssysteem moeten zoveel mogelijk worden weggewerkt in het ontwerp. Amerikanen zien het liefst een stoplicht bij een toegangssysteem.” Behalve in de VS is Boon ook actief in China. Met vijf vestigingen, 200 mensen in dienst en een omzet van elf miljoen euro, produceren ze daar alle draaideuren voor het Verre Oosten. Logistiek biedt het nog te weinig voordelen om meer productie vanuit Edam te verplaatsen naar China. “De personeelskosten zijn daar wel lager, maar omdat onze producten custom made zijn, is het voor ons belangrijk om dicht bij de markt te zitten. Ook zijn de eisen die in Europa aan producten worden gesteld een stuk hoger dan in andere delen van de wereld.”


The Entrance of the Future


De internationale ambities van Boon zijn nog lang niet voorbij: op 1 januari zijn ze gestart in Rusland. “Daar hopen we eind van het jaar enkele tonnen omzet te draaien.” Totaal heeft Boon vijftien buitenlandse vestigingen. De mogelijkheid om daar te werken, maakt dat Boon Edam niet veel moeite heeft met het aantrekken van jonge academici. “Onze werknemers kunnen een tijdje in China of de VS gaan werken, dat spreekt hen aan.” Met de TU Delft werkt Boon Edam samen in het project The Entrance of the Future: hoe gedragen mensen zich rondom een draaideur? Het functioneren van nieuwe concepten draaideuren kan daar worden getest, voordat deze daadwerkelijk in de praktijk worden toegepast. Voor Boon liggen de tekorten vooral bij vakgeschoolde technici. Daarom proberen ze met andere organisaties onderwijs en industrie dichter bij elkaar te brengen. “Kinderen vinden het leuk om dingen te maken, ze hebben helemaal niet de ambitie om de rest van hun leven achter een pc te zitten. Toch kiezen ze maar weinig voor een vakgerichte technische opleiding. Door ze bijvoorbeeld hier uit te nodigen proberen we ze te laten zien wat de mogelijkheden zijn.”


Concurrentie


De marktleiderpositie in Nederland behoudt Boon naar eigen zeggen door design en nieuwe technologieën. “Het op afstand controleren van deuren bijvoorbeeld; wij zijn eerder op de hoogte van een storing dan een klant.” Ook ADC, Advanced Door Care, onderscheidt hen van concurrenten. Na de levering van de deuren regelt Boon Edam de service, het onderhoud en eventuele aanpassingen. Ook kunnen ze deuren van concurrenten ombouwen. “Het is voor ons gemakkelijker om een niet-werkende deur van een concurrent eruit te halen en er een van Boon in te zetten, maar dat kost een klant veel geld. Daarom hebben we bijvoorbeeld op Schiphol een paar jaar geleden zeven deuren omgebouwd. Na 11 september zijn ze door ons opnieuw aangepast aan de nieuwe veiligheidsstandaarden. Op dat gebied is Boon het neusje van de zalm.” De beveiligingsmarkt biedt nog steeds veel uitdagingen. “De grote hausse is ondertussen wel voorbij, maar de ontwikkelingen gaan nog steeds razendsnel. Biometrie wordt bijvoorbeeld steeds belangrijker voor ons. Zo kan onze R&D-afdeling lichaamsherkenning door middel van een irisscan of vingerprint in onze deuren bouwen.”


Over dertig jaar is Boon nóg groter en succesvoller, hoopt hij.


“Maar het is best eng om zo over de toekomst te denken. Ik ben de derde generatie in dit familiebedrijf, traditioneel maken die het kapot. Aan mij dus de uitdaging om het tegendeel te bewijzen.” Of zijn twee dochters, die nu zeven en één jaar zijn, in de toekomst ook actief willen worden in het bedrijf, weet hij nog niet. “Ik vraag me wel af hoe dat zou moeten en of ze daar wel gelukkig van worden.” De dood van zijn zus speelt een rol bij deze langetermijnplanning. “We hadden samen zoveel toekomstplannen. Na haar overlijden is er veel ingestort. Vanuit de behoefte aan controle en een groot verantwoordelijkheidsgevoel ben ik me daarna veel met de lange termijn gaan bezighouden. Soms moet ik oppassen dat ik niet alleen maar vooruit aan het denken ben en alles wil plannen. Vandaag en morgen moet er namelijk ook nog van alles gebeuren.” Het is dubbel, want het ongeluk heeft er tegelijkertijd voor gezorgd dat hij vaak tegen mensen zegt: wacht niet tot je pensioen met alles wat je wilt, doe het nu. Voor je het weet is het voorbij. Niels Huber peinst even en zegt dan. “Ik vind golfen leuk, maar ben al vier jaar bezig om mijn GVB te halen. Misschien moet ik mezelf eens wat meer tijd en rust gunnen voor dat soort dingen.”

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 4 | 8 Waarderingen

Cees Pronk

Functies Cees Pronk


- Interviewer Management Scope
- Lid Raad van Advies Better Future
-

Cees Pronk

Functies Cees Pronk


- Interviewer Management Scope
- Lid Raad van Advies Better Future
-

Meer interviews