Ron van Huizen van Terre des Hommes is niet vies van commercie

26-10-2007 | Auteur: Irene Schoemakers | Beeld: Lex Draijer

Ron van Huizen van Terre des Hommes is niet vies van commercie

Goededoelenorganisaties moeten zakelijker te werk gaan en hun resultaten meetbaar en inzichtelijk maken. Dat vindt directeur Ron van Huizen van Terre des Hommes. Daarom bepleit hij meer samenwerking met het bedrijfsleven. "Zij hebben het geld, wij kennen de weg."

Terre des Hommes zet zich wereldwijd in voor de rechten van kinderen. "Doelgericht en met oog voor resultaat", zo staat vermeld op de website van de niet-gouvernementele organisatie (NGO). Die resultaatgerichtheid is het stokpaardje van algemeen directeur Ron van Huizen. Hij houdt van zakelijkheid. Volgens hem valt op dit punt nog veel winst te behalen in de wereld van goededoelenorganisaties. Van Huizen laat zich aan de tand voelen door Tjerk Hooghiemstra van de Majid Al Futtaim Group, op het sober ingerichte kantoor in de Haagse Zoutmanstraat. Hooghiemstra zat zelf twaalf jaar lang in het bestuur van Terre des Hommes en draagt de organisatie nog altijd een warm hart toe.

"Kijk", zegt Van Huizen, "dit is een foto van het door Terre des Hommes opgezette Johan Cruijff Education Centre in Zuid-India. Een opleidingsinternaat met sportfaciliteiten, waar leraren worden getraind in kwaliteitsonderwijs en sportonderwijs en waarvan honderden kinderen gebruik maken. Ik ben er zelf met Johan naartoe geweest. Een mooi project. Van de vijfhonderd kinderen die eindexamen hebben gedaan, zijn er nul afvallers."


Terwijl de welvaart in ons land toeneemt, lijkt de druk op de ‘geefeuro' groter te worden. Hoe verklaar je dat?
"Laat ik vooropstellen dat het absolute bedrag dat de Nederlander aan goede doelen schenkt, alleen maar groter wordt. Er is iets anders aan de hand. Tegelijkertijd neemt namelijk ook het aantal ‘goede' doelen toe. Neem de inmiddels beruchte ‘postbusorganisaties' uit het buitenland. Zij hebben allang ontdekt dat Nederland een geefland bij uitstek is. En dus kiezen ze een naam voor hun organisatie die lijkt op een bestaande NGO, waardoor ze al snel veel geld binnenhalen. Een andere ontwikkeling is dat de Nederlander steeds vaker op vakantie gaat naar ontwikkelingslanden. Daar aangekomen wil hij de mensen helpen en besluit hij om een organisatie op te zetten om die hulp te kunnen verlenen. Dit worden ook wel de gammahulpverleners genoemd, ofwel de doe-het-zelvers. Deze mensen vertellen op verjaardagsfeestjes over hun initiatief en halen op die manier heel wat geld bijeen via de vrienden- en kennissenkring. Lang niet altijd wordt hier professioneel mee omgegaan en lang niet altijd weten ze hoe ze dit geld het best kunnen aanwenden. Toch juich ik dit soort initiatieven toe. Zij bieden mensen heel direct hulp, geven nieuw elan aan onze markt en dagen de gevestigde orde uit. Dat kan beslist geen kwaad. Het vastgeroeste NGO-wereldje mag best eens worden opgeschud. En laten we wel wezen, ruim veertig jaar geleden is Terre des Hommes op dezelfde manier ontstaan. Gevolg is wel dat de spoeling dunner wordt en bij sommige organisaties minder geld binnenkomt dan voorheen. Zo lijkt het of de vrijgevigheid van de Nederlander afneemt."


Meer spelers, meer concurrentie. Is het niet slimmer de krachten te bundelen?
"Ik verwacht de komende jaren inderdaad meer fusies en overnames in deze markt. Het gebeurt nu al. Een voorbeeld is Cordaid. Deze organisatie is ontstaan uit drie katholieke organisaties: Memisa, Mensen in Nood en Vastenactie/Bilance. Het waren uiteindelijk de bisschoppen die zeiden: ‘Kunnen jullie niet beter samenwerken?"


De verzuiling is in deze markt nog geen verleden tijd?
"Er is een katholieke poot, een humanistische, een sociale, een gereformeerde, enzovoorts. Wat dat betreft is deze markt behoorlijk traditioneel."


Heeft de gewijzigde wet Medefinancieringsstelsel (MFS) nog effect op de consolidatie van hulporganisaties?
"Die speelt een belangrijke rol. De ruim vijfhonderd miljoen euro subsidie die de overheid jaarlijks over maatschappelijke organisaties verdeelt, ging voorheen naar vier organisaties. Terre des Hommes heeft dit kartel in 2002 opengebroken. Nu staat het MFS-programma open voor zo'n zestig organisaties. Er is wél een duidelijke voorwaarde: organisaties die in aanmerking willen komen voor subsidie moeten minimaal 25 procent van hun benodigde gelden zelf uit de markt halen. Ik sta er soms versteld van hoeveel moeite zij daarmee hebben. Lang niet alle organisaties zijn zakelijk en commercieel genoeg. Daarom is het meer dan ooit noodzakelijk om de krachten te bundelen."


" Het vastgeroeste NGO-wereldje mag best eens worden opgeschud"


Lukt het Terre des Hommes om zelf geld te genereren?
"Absoluut. En dat moet ook, we hebben het hard nodig. In 1994 hadden wij een omzet van een kleine acht miljoen euro. Daarmee waren onze regiovertegenwoordigers niet voldoende uitgerust om nieuwe projectaanvragen goed te kunnen beoordelen en te monitoren. Het was eenvoudigweg te weinig om kwaliteit te garanderen. Inmiddels is het aantal donateurs en sponsors gestegen. Verder worden we met 2,5 miljoen euro gesteund door de Postcodeloterij en is onze MFS-aan-vraag voor de periode 2007 tot en met 2010 van acht miljoen euro per jaar gehonoreerd. Al met al bedraagt onze omzet nu twintig miljoen euro per jaar. Voorlopig genoeg om mooie projecten te steunen."


Wat is jullie doelgroep?
"We zijn geen Sony of Philips, maar veel meer vergelijkbaar met een merk als Bang & Olufsen. Onze donateurs zijn redelijk goed opgeleid, verdienen een bovenmodaal salaris, zijn 45 jaar of ouder, rijden Citroën, lezen de NRC en steunen ons met gemiddeld 70 euro per jaar."


Er zijn collega-organisaties die vele malen groter zijn. Zou je willen dat Terre des Hommes ook zo groot werd?
"Nee. Een te grote omvang leidt onherroepelijk tot bureaucratisering. Ik zou het erg jammer vinden als Terre des Hommes met onnodige kleilagen zou moeten werken. Op dit moment weten we met relatief lage kosten goede resultaten te boeken, zoals onlangs ook bleek uit een doelmatigheidsonderzoek van KPMG."


Hoe is de samenwerking tussen goededoelenorganisaties en het bedrijfsleven?
"Samenwerking is er helaas nog betrekkelijk weinig. Enkele jaren geleden heb ik wel eens geroepen dat ik het liefst zou fuseren met een organisatie als Philips. Dat was bepaald geen loze uitspraak. Ik ben een groot voorstander van samenwerking met het bedrijfsleven. Veel bedrijven die al gevestigd zijn in ontwikkelingslanden kunnen vaak niet makkelijk aan geschoold personeel komen. Wij zouden daar een rol in kunnen spelen. Terre des Hommes zou bijvoorbeeld samen met het lokale en internationale bedrijfsleven onderwijsprogramma's kunnen opzetten. Maar ook andere samenwerkingsverbanden zijn mogelijk. Wanneer een bedrijf besluit om producten te leveren die van nut zijn voor de onderste laag van de bevolking in een ontwikkelingsland - denk aan de kleine ovens die door Philips zijn ontwikkeld, zodat mensen beter hun eten kunnen koken - willen wij wel een rol spelen bij de afzet. Daar willen we ook best zakelijke afspraken over maken. Ik denk dat een samenwerking tussen een NGO en het bedrijfsleven het beste gedijt als zij commercieel verantwoord is. Dat kunnen en willen wij ook. Wij zijn niet vies van commercie."


Gebeurt het ook al?
"Jazeker. Het klinkt wrang, maar de tsunami van eind 2004 heeft voor een doorbraak gezorgd. Dat heeft alles te maken met de omvang van deze ramp en de wens van mensen om hierbij te helpen. De nationale inzamelingsactie was de grootste fondsenwervende actie die ooit in Nederland had plaatsgevonden. We gaven maar liefst 207 miljoen euro. En dan zie iets merkwaardigs gebeuren. Een aantal bedrijven gaf aan zijn donatie niet zomaar te willen storten op het landelijke gironummer 555. Ze wilden betrokken zijn bij wat er met hun geld gebeurt en sommigen wilden zelfs eigen medewerkers inzetten om hulp ter plaatse te bieden. Zo is een aantal organisaties ook bij ons terecht gekomen. Wij zitten immers bovenop de uitvoering. Al meer dan 25 jaar zijn we ter plaatse en we weten precies waar het geld heen moet en waar het uiteindelijk terechtkomt. Ook voor de tsunami bouwden we al scholen op Sri Lanka."


" Ik ben een groot voorstander van samenwerking met het bedrijfsleven"


Philips was een van de bedrijven die bij jullie aanklopten.
"Precies. Philips heeft een kantoor in Jakarta en ook wij hebben daar een regiokantoor. Onze regiovertegenwoordiger en de directeur van Philips kwamen met elkaar in contact en zo is de samenwerking tot stand gekomen. Philips heeft ons acht ton gegeven om acht scholen te bouwen in Atjeh en vier op Nias. Het bedrag werd in tranches betaald. Bij oplevering en na werkbezoeken van Philipsmensen ontvingen we het restant. Bovendien vond een financiële audit plaats. Terecht, maar dit soort zakelijke afspraken is in de markt voor ontwikkelingswerk nog ongebruikelijk."


Die scholen zijn inmiddels klaar?
"Ja, het zijn prachtige, duurzame gebouwen geworden waar 2500 leerlingen onderwijs volgen. Bovendien heeft Philips aangeboden om een aantal van zijn medewerkers technisch onderwijs te laten geven aan leraren op die scholen. Op die manier kunnen we zo'n school een goede start geven. Het mooie van zo'n samenwerking is dat wij het geld verantwoord weten te besteden. Wij kennen de weg daar en hebben er contacten. En die zijn hard nodig wil je er echt iets van de grond kunnen krijgen."


Andere organisaties hebben dat niet?
"Nee. Ik noem geen namen, maar er zijn organisaties die ten tijde van de tsunami vrachtwagens en vliegtuigen vol met hulpgoederen hebben gedumpt in het rampgebied. Geloof me, dat is maar tot op zekere hoogte zinvol. Vooral visserbootjes voor de kustwateren bleken populair om te geven. Het gevolg was dat veel vissers twee of drie boten hadden. En dus gingen ook dorpelingen die gewoonlijk niet visten de zee op. Nu dreigt er overbevissing. Omdat wij goed contact hebben met het ministerie van Visserij, waren we al snel op de hoogte van dit botenprobleem. Stop ermee, luidde ons advies. Bouw in plaats daarvan zogenoemde multiday-boten waar vissers verder mee de zee op kunnen en voor langere tijd weg kunnen blijven. Eén boot kost 45 duizend euro en daar kunnen tien gezinnen van leven. In zo'n geval zie je maar weer hoe belangrijk het is dat je echt weet wat er speelt in een gebied. Het probleem van dit soort ad hoc hulpverlening is dat hele systemen - zowel ecologische als economische - overhoop kunnen worden gehaald. In feite richt je dan alleen maar schade aan."


Jullie geven geen hulp aan gebieden waar jullie niet ook ter plaatse aanwezig zijn?
"In het verleden wel, nu niet meer. Als we er zelf niet bovenop kunnen zitten, heeft het wat ons betreft weinig zin. Dan laten we onze beurt liever voorbijgaan."


Jullie zijn behoorlijk kritisch. Wanneer komt een project nu wel en wanneer niet in aanmerking voor jullie steun?
"Op dit moment steunen we zo'n driehonderd projecten, verdeeld over de hele wereld. Die zijn zorgvuldig geselecteerd. We stellen een aantal voorwaarden. Het moet direct of indirect om kinderen gaan, de organisatie en uitvoering van het project moeten altijd in handen zijn van een lokale organisatie zodat de lokale bevolking er zelf bij wordt betrokken. Verder steunen we het liefst initiatieven die geografisch gezien bij elkaar in de buurt liggen en beoordelen we een aanvraag altijd op de mogelijkheid om samen te werken met andere partijen. Om een project van de grond te krijgen is dat ontzettend belangrijk."


" Volgende stap is kijken of onze hulp beklijft"


Hoe kijk je aan tegen microfinanciering?
"Het principe is goed. Wij zijn al in 1982 gestart met microfinanciering. Vandaag de dag is het big business, niet alleen voor de ontvanger. Ook Nederlandse banken zijn geïnteresseerd. Ze durven deze leningen alleen nog niet te verstrekken aan de meest armlastige mensen in ontwikkelingslanden, om het risico van niet-terugbetaling. Dat is jammer, want deze mensen kunnen zo'n lening juist goed gebruiken. Daarom hebben wij bijvoorbeeld in India gesproken over samenwerking met een Nederlandse bankketen. Wij kunnen makkelijk in contact treden met de laagste bevolkingsgroepen, kennen de mores en spelen een rol in sociale controle. Op die manier zouden we de risico's van niet-terugbetaling flink kunnen terugdringen. Het zou voor de bank een mogelijkheid zijn om in één klap toegang te hebben tot een enorme potentiële doelgroep. De bank wilde ons wel geld lenen ter financiering van ons microkredietprogramma, maar tegen acht procent rente. Niet erg aantrekkelijk. Zo'n lening kunnen wij dan beter in Nederland afsluiten tegen vier procent rente. De bank wilde kortom geen risico's nemen, die kwamen volledig voor onze rekening. En dus is de samenwerking niet doorgegaan."


Hulporganisaties zijn slechts een druppel op de gloeiende plaat, wordt vaak gezegd. Jullie logo is niet voor niets een druppel die een steen uitholt. Hoe houd je voor jezelf de moed er in?
"Door resultaatgericht te werken en dingen voor elkaar te krijgen. Want heus, de resultaten die we leveren zijn goed te meten. Onze systemen zijn daar ook op afgestemd. Wij weten heel goed welke huizen, onderwijsprojecten, ziekenhuizen, enzovoorts we hebben gefinancierd met onze gelden en hoeveel mensen we daarmee hebben geholpen. Onze volgende stap is kijken of deze hulp beklijft. Neem het onderwijs. Onze doelstelling is om zoveel mogelijk kinderen toegang te geven tot kwalitatief goed onderwijs. Maar wat is er vervolgens van die kinderen geworden? Wij zijn druk doende om samen met projectpartners een volgsysteem op te zetten zodat we kunnen zien of ze uiteindelijk ook allemaal goed terecht zijn gekomen en op hun beurt weer bijdragen aan de ontwikkeling van hun land. Want dat is waar we het allemaal voor doen."


Ron van Huizen (58)
Algemeen directeur Terre des hommes

Opleiding: kandidaats Noorse taal- en letterkunde, Rijksuniversiteit Groningen
Loopbaan: sinds eind 1994 directeur van kinderhulporganisa-tie Terre des Hommes Nederland en vertegenwoordiger in het bestuur van de internationale federatie Terre des Hommes; daar-voor freelancer bij onder andere Radio 538, reclamecampagnes, auteur van vier jongensboeken bij uitgeverij Kluitman en drie prentenboeken bij uitgeverij Kluwer (1992-1994); bestuurslid Greenpeace International en Greenpeace USSR (1988-1990); Greenpeace Nederland, vanaf 1982 directeur en voorzitter (1981-1991), daarvoor ondernemer in biologische producten
Hobby's: fietsen en bergwandelen in Noorwegen
Thuis: gehuwd, geen kinderen

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 5 | 1 Waardering

White collars working blue

Van knelpunt in uw operationeel proces naar meetbaar en blijvend resultaat? Kijk hoe First Consulting dit samen met uw medewerkers aanpakt. >> Bekijk filmpje

Meer achtergrond artikelen