Ad Melkert, UNDP: ‘Dit werk leidt ergens toe’

28-02-2008 | Auteur: Koen van Santvoord | Beeld: Marco Bakker

Ad Melkert, UNDP: ‘Dit werk leidt ergens toe’
Van fractievoorzitter van de PvdA naar topmanager. Ad Melkert geeft als COO van VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP leiding aan meer dan tienduizend medewerkers in meer dan honderdvijftig landen. Bovendien is hij terug bij zijn eerste liefde: ontwikkelingshulp.

Als Ad Melkert de lobby van Hotel de l'Europe in Amsterdam binnenwandelt valt één ding direct op: hij ziet er ontspannen uit. Tussen zijn fraaie volzinnen door strooit hij met kleine kwinkslagen. Niets doet nog herinneren aan de man die vijf jaar geleden de Nederlandse politiek verliet en destijds een norse en vermoeide indruk kon maken. Als COO van de UNDP, de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties, lijkt hij in z'n element.

Melkert reist de hele wereld over - hij komt net uit Nepal - en zo eens per twee maanden doet hij Nederland aan. Ten tijde van het interview is hij een weekend in Amsterdam voor het geven van lezingen over Darfoer en de VN, en over twee dagen vliegt hij weer naar zijn woonplaats New York. "Jetlags schijnen hem niet te deren", zegt zijn meegereisde assistent over Melkerts werklust. "Hij zit iedere ochtend weer fris aan de vergadertafel, al heeft hij de halve wereld over gevlogen."


Melkert is hier op uitnodiging van Boudewijn Poelmann, de directeur en medeoprichter van de Postcode Loterij. Zij kennen elkaar uit de jaren tachtig, toen ze beiden werkten voor de Novib: Melkert als directeur interne zaken, Poelmann als marketeer. Veel contact hebben ze sindsdien niet meer gehad, maar één telefoontje was voldoende om het oude contact weer te herstellen. Ze delen niet alleen de liefde voor ontwikkelingshulp, maar ook die voor Feyenoord, waar Poelmann sinds kort commissaris is. De dag na het interview zullen ze elkaar opnieuw treffen op het ereterras van De Kuip, als Feyenoord tegen Ajax aantreedt.


Poelmann haalt direct de kou uit de lucht. "Het is niet mijn bedoeling om er een zwaar politiek interview van te maken." Hij wil vooral weten hoe het is om leiding te geven aan een grote internationale organisatie die over een budget van zes miljard dollar beschikt.


UNDP is de grootste ontwikkelingsorganisatie ter wereld. Wat doen jullie precies?
"De kern is dat we ontwikkelingslanden voorzien van advies, training en middelen om armoede te bestrijden en ontwikkeling te stimuleren. Om dit te ondersteunen heeft de VN de millenniumdoelstellingen in het leven geroepen, waaraan alle lidstaten zich in 2000 hebben gecommitteerd. De grootte van onze organisatie is relatief. We opereren in zoveel landen dat het budget per land heel beperkt is. In Nepal werken we bijvoorbeeld met een budget van honderd miljoen dollar voor drie jaar. Daarvan kunnen we slechts zeven miljoen dollar per jaar vrij besteden, de overige middelen zijn geoormerkte budgetten."


Geoormerkt?
"Dat zijn bijdragen van donoren voor een specifiek doel, zoals het organiseren van verkiezingen. In de Democratische Republiek Congo was daar een half miljard dollar mee gemoeid. Maar volgend jaar kan dat weer heel anders zijn, want er zijn natuurlijk niet ieder jaar verkiezingen. Liefst werken we met niet-geoormerkte bijdragen, maar dat is voor donorlanden lastig. Zij hebben tegenover hun parlement of de media meer baat bij geoormerkte bijdragen, omdat ze dan bijvoorbeeld kunnen zeggen: de wederopbouw na de tsunami is met ons geld betaald. Het kwetsbare punt in ontwikkelingssamenwerking is dat er allerlei individuele projecten ontstaan, omdat het zo leuk oogt voor de camera, terwijl die in de optelsom geen strategisch beleid vormen waar een land beter van wordt."


Na een ramp komen verschillende VN-onderdelen in actie: de UNDP, maar ook Unicef en het World Food Programme. Hoe valt dat te managen?
"Hier raak je een gevoelig punt. In ontwikkelingslanden komen gemiddeld twintig organisaties over de vloer die met een VN-mandaat mogen opereren en allemaal hun eigen programma hebben. Dat levert hoge transactiekosten op, omdat ze allemaal met lokale ambtenaren moeten overleggen. Vorig jaar is onder leiding van de premiers van Mozambique, Pakistan en Noorwegen een rapport geschreven waarin wordt gepleit voor één VN-landenprogramma. Op het niveau van ieder land wordt met de regering een strategisch programma vastgesteld voor alle VN-organisaties. De landenvertegenwoordiger van de UNDP moet dat leiden en overeenstemming bereiken over een taakverdeling: Unicef doet dit, Unesco dit en WFP dat. In acht landen wordt dit nu getest. De machtsbalans komt er dus anders uit te zien. In een zeer politieke omgeving als de VN leidt dat tot grote discussies. Maar ik ben ervan overtuigd dat dit de goede weg is. Voor de versterking van onze geloofwaardigheid moeten we zo rationeel mogelijk omgaan met de door het publiek beschikbaar gestelde middelen."


" De ontwikkeling van landen gaat gepaard met ups en downs, soms met cynisme"


We kennen elkaar van de Novib, ik weet dat ontwikkelingswerk je altijd heeft aangesproken. Is dat wat je trekt in deze baan? Of is het de zeer politieke omgeving waarin je opereert?
"Drie dingen. Het begint met het product waaraan je kunt bijdragen, namelijk de ontwikkeling van landen. Dat gaat gepaard met ups en downs, soms met cynisme. Maar door de tijd heen zie je dat ontwikkelingshulp van enorm belang kan zijn, mits het wordt opgepakt door regeringen en non-gouvernementele organisaties (ngo's) ter plaatse. Er is geen ontwikkelingsprogramma dat voor een land kan bepalen dat het van A naar B moet. Dat verklaart waarom hulp kan mislukken. Als het geld niet in goede handen terechtkomt, gebeurt er niks. Ten tweede trekt het managen van een grote organisatie. Dagelijks werken er, direct en indirect, twaalf- tot vijftienduizend mensen voor UNDP met verschillende contracten en opdrachten. De organisatie is zeer gedecentraliseerd. Er ligt een geweldige managementuitdaging om de organisatie aan te sturen, om doelstellingen vast te stellen, om te zorgen dat ze worden gehaald en om verantwoording af te leggen over de resultaten die we boeken. Ten derde is het interessant om te managen in de gepolitiseerde omgeving die de VN biedt. Die drie dimensies samen vind ik een ongelooflijke uitdaging. Eerlijk waar, het is moeilijk om in te denken hoe dat nog boeiender gemaakt zou kunnen worden. Dit werk leidt ergens toe. Ik zie voldoende resultaten, en het is prettig werkzaam te zijn in een organisatie die barst van uitermate gemotiveerde mensen. Elke dag opnieuw doen zij samen met anderen op de moeilijkste plaatsen op aarde hun werk en zijn bereid om daarvoor 24 uur per dag beschikbaar te zijn."


Bij de PvdA gaf je leiding aan een fractie van 45 man, nu aan een organisatie van duizenden mensen. Is deze job niet veel gecompliceerder?
"Misschien is het wel andersom. Een kleinere groep mensen is vaak moeilijker te managen dan een grote organisatie. In een grote organisatie kun je gebruik maken van structuren, bevoegdheden en afspraken en wordt makkelijker geaccepteerd dat de organisatie uitsluitend op die manier kan worden gerund. Terwijl bij een kleinere groep meer de informaliteit en de niet geschreven regels hun invloed doen gelden. Dat maakt het voor de leiding niet makkelijker om formeel gezag uit te oefenen. Bij de PvdA had ik ook nog eens te maken met mensen die formeel aanspraak kunnen maken op hun eigen mandaat. Kortom, de formele bevoegdheden van een fractievoorzitter zijn veel beperkter dan waar ik nu over beschik. Het gaat overigens niet alleen over bevoegdheden, het gaat altijd om de wisselwerking tussen je formele positie en hoe je daar gebruik van maakt. Hoe je binnen een bedrijfscultuur je gezag kunt laten gelden en opbouwen, door mensen te vertrouwen en vertrouwen te geven. In de fractiecontext is dat echt stukken ingewikkelder dan het nu is."


Je kunt nu ook meer delegeren.
"Zeker. Maar de vraag bij delegeren is altijd: is wat je terugziet, ook wat er gebeurt? Dat is in een grote organisatie weer de uitdaging. Niets is zo makkelijk als rapporten naar boven sturen waarin alles rozengeur en maneschijn is, en niets is zo moeilijk als écht te weten wat er gebeurt op de werkvloer."


" Niets is zo makkelijk als rapporten sturen waarin alles rozengeur en maneschijn is"


Welke methoden gebruik je daarvoor?
"Een van de manieren is om zelf naar plekken toe te gaan die voor de reputatie van de organisatie het meest gevoelig zijn. Dat is Zuid-Soedan geweest, DR Congo en ook Nepal, waar ik deze week was. Een tweede methode, en die is nog volop in ontwikkeling, is het gebruik van managementmethoden. Zo gebruiken we een scorekaart waarop we de kerngegevens per land verzamelen, zodat je snel ziet welke lichten op groen, oranje of rood staan."


Wat zijn belangrijke kengetallen?
"Een belangrijke factor is de tevredenheid van de belangrijkste stake-holders in een land, zoals de regering en de ngo's. Ook kijken we naar de middelen - mensen, geld en materiaal - die we inzetten. En dan niet alleen naar de omvang ervan, maar ook waarvoor ze worden gebruikt, om te voorkomen dat de inzet van middelen als doel op zich wordt gezien.


We werken met regionale kantoren op zes plaatsen in de wereld, waar geprobeerd wordt om een deel van de kennis en de managementondersteuning voor de kleinere kantoren te bundelen. Dat is niet alleen organisatorisch van belang, maar geeft ook extra informatie over wat er in de regio's gebeurt, in plaats van dat al die informatie in de grote molen in New York terechtkomt. Wat ik zelf heb geïntroduceerd, zijn de scans voor de landenkantoren. Een paar keer per jaar kom ik met de regionale directeuren bijeen om het profiel van al hun landenkantoren te bekijken. Niet alleen het management, maar vooral de programma's die ze uitvoeren. Hoe kunnen we het verschil maken? Dat is nieuw en ik vind dat van groot belang. Ik ben met de stakeholders in New York een jaar bezig geweest om een strategisch plan vast te stellen voor de komende vier jaar. Dat is mooi, maar het is slechts een stuk papier als niet stelselmatig wordt nagegaan of het ook de impact heeft die we voor ogen hebben."


Hoe weet je dat het geld goed terechtkomt en bijdraagt aan de doelstellingen?
"De effectiviteit van ontwikkelingshulp is soms heel direct te meten, maar vaak ook niet. Er is vaak sprake van indirecte effecten, die in gang worden gezet in samenwerking met meerdere organisaties. Ik sprak laatst met de minister van Landbouw van Malawi, een groot tabakproducerend land. Bij de productie van tabak gebruiken ze een bestrijdingsmiddel dat schadelijk is voor de ozonlaag. De vraag van de regering van Malawi was een aantal jaren geleden heel concreet: hoe kom je van het bestrijdingsmiddel af, zonder dat de tabaksoogst in gevaar komt? Dan kan een beroep worden gedaan op de UNDP om mensen te trainen en kennis over te dragen. Dat is goed gelukt. Maar soms gaat het over het functioneren van de rechterlijke macht of de politie. Hoe kun je meten dat die beter functioneren? Als ze meer boeven vangen, als er minder corruptie is? Het is heel moeilijk aan te geven wat het effect is van zo'n interventie. Laat staan dat het allemaal aan de UNDP is toe te schrijven."


De basis van de VN is samenwerking met overheden. Soms zit je als VN met moordenaars aan tafel. Hoe ga je daarmee om?
"Bij alles wat je doet - of het nu te maken heeft met politiek, ontwikkelingshulp of mensenrechten - kom je aan tafel met de regering die op dat moment gezag uitoefent. Maar je komt niet met lege handen. Je hebt het mandaat dat de VN je gegeven heeft, je hebt de Universele verklaring van de rechten van de mens en politieke afspraken, zoals de millenniumdoelstellingen. In specifieke gevallen kan dat tot spanningen leiden, omdat het beleid van die regering daarmee op gespannen voet staat. Maar ons motto is nooit: we lopen weg. We zijn er, maar wel om ons mandaat uit te voeren. In Myanmar leidde dat tot spanningen en mocht onze vertegenwoordiger niet meer blijven."
Ik leid zelf een organisatie van zo'n zeshonderd mensen in drie landen. Ik heb het geluk dat onze organisatie veel gemotiveerde mensen aantrekt, maar toch blijft het lastig om de top20 bij elkaar te krijgen. Hoe doen jullie dat?
"Dat is een van de grootste uitdagingen voor onze organisatie. We kunnen er niet puur technisch naar kijken, omdat ook politieke factoren een rol spelen. Wat altijd voorop staat, zijn de inhoudelijke kwalificaties waaraan mensen moeten voldoen. Daarnaast moeten we rekening houden met nationaliteit, geslacht en de Noord/Zuid-verhouding. Sommige grote programmalanden en donoren zien graag dat mensen uit hun land bepaalde posities bezetten, maar er zijn geen vaste aanspraken. Men biedt regelmatig goede mensen aan om de kans groter te maken dat iemand uit bijvoorbeeld Noorwegen, Frankrijk of Pakistan benoemd kan worden. Zo krijgen we een natuurlijk aanbod voor sleutelposities waaruit we kunnen rekruteren. Daarnaast adverteren we regelmatig in The Economist, om de deur open te zetten voor goed gekwalificeerde mensen."
UNDP is een sterk gedecentraliseerde organisatie. Zijn er voldoende carrièrekansen voor ambitieuze mensen?
"Dat is niet zo makkelijk te organiseren, omdat het grootste deel van de vaste medewerkers werkzaam is bij de landenkantoren. De staf van internationale professionals is beperkt. We werken er wel hard aan om carrièreperspectieven te bieden. Een aantal jaar geleden hebben we een programma ontwikkeld, zeg maar een ‘klasje', dat veertig jonge mensen de gelegenheid biedt om zich aan te melden voor een pool. Daar kregen we liefst vierduizend aanmeldingen voor. Het doel is om goede mensen niet langer te rekruteren voor een functie, maar vooral voor de kern van de organisatie."


Even iets anders. Hoe bevalt het privé in de VS?
"Toen ik bewindvoerder was bij de Wereldbank woonden we in de buurt van Washington, nu in Manhattan. Het meer avontuurlijke deel van het vertrek vanuit Nederland is dat je de gelegenheid en het voorrecht hebt om een aantal jaren in een andere samenleving te wonen. Amerika is een fascinerend land om je in onder te dompelen. Dat is een heel grote plus bij het vervullen van deze functie. Die begon overigens met een flinke min, want de overstap kwam abrupt en was moeilijk te organiseren. Voor mij was het nog het makkelijkst, omdat ik het gestructureerde werk op een presenteerblaadje aangeboden kreeg: ik kwam direct in een internationaal circuit terecht. Maar je gezin moet het van de grond af opbouwen, dat was zeker de eerste maanden afzien en doorbijten, ook voor de kinderen. Dat was een hele opgave. Maar als het uiteindelijk lukt, is het ook voor de kinderen een geweldige levenservaring. Het omgaan met culturele veranderingen, het reizen... En ze krijgen gratis en voor niks perfect Engels mee voor de rest van hun leven."


" Je gezin moet het van de grond af opbouwen, dat was afzien en doorbijten"


Je hebt een zeer internationale baan, reist veel. Is Nederland te klein geworden voor je?
"Ik ben altijd bezig geweest vanuit het gezonde besef dat in Nederland veel tot stand wordt gebracht, maar deel uitmaakt van een veel grotere wereld. Als je in de VS zit en je kijkt deze kant op, is het eerste wat je ziet niet Nederland, maar Europa. Wat me verder is opgevallen in deze jaren, is als je naar de berichtgeving kijkt in toonaangevende kranten als de Financial Times of de Herald Tribune dat er dagen zijn dat er helemaal niet over Europa wordt geschreven, maar over India, China, Zuid-Afrika of Brazilië. Dat zijn verschuivingen die ik bijna dagelijks waarneem. Nederland blijft een speler, maar wel binnen de mondiale verhoudingen."


Zou je weer in Nederland willen werken?
"De tijd zal het leren. Je kunt niet zelf bepalen waar je gaat werken, het is een marktvraag."


Dat zou de ook de politiek kunnen zijn?
"Alles kan. Maar ik werk voorlopig met veel plezier voor de VN."


Ad Melkert (51)
UN under-secretary general en associate administrator (COO) van UNDP
Opleiding: politicologie aan de Universiteit van Amsterdam
Loopbaan: sinds maart 2006 associate administrator (COO) van UNDP in New York, bewindvoerder Wereldbank in Washington (2002-2006), fractievoorzitter PvdA Tweede Kamer (1998-2002), minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (1994-1998), lid van de Tweede Kamer (1986-1994), coördinator en vervolgens directeur interne zaken Novib (1984-1986), algemeen secretaris jeugdforum Europese Gemeenschappen in Brussel (1981-1984)
Vrije tijd: koken, zeilen, voetbal, baseball, basketball
Thuis: getrouwd en twee dochters van vijftien en twintig

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 4 | 1 Waardering

White collars working blue

Van knelpunt in uw operationeel proces naar meetbaar en blijvend resultaat? Kijk hoe First Consulting dit samen met uw medewerkers aanpakt. >> Bekijk filmpje

Meer achtergrond artikelen