Kopenhagen beste zakenstad

24-06-2008 | Auteur: Frederick van Melle

Kopenhagen beste zakenstad
De uitbreiding en integratie van de Europese Unie maken de barrière voor een buitenlandse vestiging een stuk kleiner. Maar wat is de beste plek? Een vergelijking van arbeid, zakenklimaat en leefomgeving in vijftien Europese steden.

Alle plussen en minnen opgeteld, komt Kopenhagen als winnaar uit de bus. Al hangt het er natuurlijk wel vanaf wat voor een bedrijf de doorslag geeft. Zijn dat de kosten, dan komen er andere steden in het vizier. Zo zijn loonkosten in West-Europa fors hoger dan in de andere delen van Europa, zo blijkt uit het overzicht dat Buck Consultants International opstelde. Voor een werknemer in Denemarken betaal je zes maal zoveel als voor een werknemer in Polen. Maar bij vastgoedprijzen is de verhouding al veel minder scheef; steden in het voormalige Oostblok zijn zelfs niet altijd goedkoper. Zo kost kantoorruimte in Kopenhagen en Wenen zo'n 250 euro per vierkante meter, terwijl dat in Warschau vierhonderd euro kost. In Wenen betaal je ook nog eens de laagste huur voor een driekamerappartement. Op het gebied van levensonderhoud is Wenen echter weer net zo duur als Londen. In steden als Milaan, Kopenhagen en Dublin is het leven zelfs duurder dan in Londen. Het leven in het voormalige Oostblok is significant goedkoper, evenals in Frankfurt en Brussel.

De kosten van levensonderhoud in Kopenhagen zijn dan wel hoger, je krijgt er als directie wel wat voor terug. De Deense hoofdstad scoort met een 9,0 voor samenwerking tussen directie en werknemers en met een 8,1 voor de regulering van de arbeidsmarkt het hoogst van alle steden. Alle West-Europese steden doen het goed op het gebied van samenwerking tussen werkgevers en werknemers. Bij arbeidsmarktregulering is er een minder duidelijke scheiding. Boedapest en Boekarest scoren respectievelijk een 6,8 en een 5,1, veel hoger dan Brussel, Barcelona en Warschau.

"belasting in Dublin - wonen in Kopenhagen"

Goed zakenklimaat in Kopenhagen
In de gevestigde zakencentra is het wel makkelijker om personeel te vinden. Van alle steden scoort alleen Boekarest een opvallend laag cijfer. In hetzelfde overzicht valt ook de 6,2 van Parijs op; de Franse hoofdstad heeft relatief veel personeel beschikbaar. Parijs valt verder alleen nog maar op door slechte cijfers. Frankrijk heeft een significant lager aantal gewerkte uren, door de verplichte 35-urige werkweek. Er wordt ook slecht samengewerkt (4,7) en managers hebben veel last van regulering (3,0).


Met zijn zakenklimaat doet Denemarken het opnieuw goed. Zaken doen wordt er van alle steden het minst gereguleerd. Van alle steden heeft Kopenhagen met een 6,7 ook de hoogste score gekregen bij de beoordeling van de bureaucratie. Wenen, Dublin en Amsterdam doen het nog relatief goed, maar scoren toch duidelijk lager. Milaan en Warschau
zijn de hekkensluiters, zij scoren respectievelijk een 1,5 en zelfs een 0,9.


West-Europese steden zijn dus duur, maar tegelijkertijd leveren ze wel kwaliteit. In Zuid-Europese steden is het prettig en goedkoop leven, met een goed arbeidsklimaat en niet al te hoge vastgoedprijzen. Je krijgt er wel te maken met een hinderlijke bureaucratie en hoge belastingen. Steden in de voormalige communistische landen onderscheiden zich door de lage lonen en kosten, maar zij kunnen nog niet op kwaliteit concurreren. Al lijkt het erop dat Boedapest in de toekomst een serieuze concurrent kan worden. De Hongaarse hoofdstad haalt, op bureaucratie na, opvallend hoge cijfers. Hongarije maakt zich met zestien procent vennootschapsbelasting ook interessant voor grote bedrijven, al doen deze cijfers niet onder voor andere steden uit het voormalige Oostblok. En zij kunnen nog steeds niet op tegen Dublin, dat met 12,5 procent vennootschapsbelasting op de helft zit van Amsterdam, Kopenhagen en Athene en op een derde van Milaan en Frankfurt.


Barsten in het vernis van Dublin
De tabellen proberen een zo volledig mogelijk beeld te geven van de steden, maar er is nog veel specifieke informatie nodig voordat een bedrijf zich ergens zal vestigen. De ene keer is een spoorverbinding cruciaal voor een bedrijf, een andere keer is het hoogopgeleid personeel
of de landstaal. In sommige gevallen heeft een bedrijf ook geen keuze, ondanks de hoge kosten. Wie op hoog niveau in de financiële wereld meedoet, zal zich in Londen moeten vestigen, hoe hoog de vastgoedprijzen daar ook zijn. Wie een slag wil maken op de Poolse markt ontkomt niet aan een vestiging in Warschau. Ook speelt de internationale bekendheid een belangrijker rol dan gedacht. Een hoofdkantoor van Eindhoven naar Amsterdam verplaatsen is soms noodzakelijk om internationaal talent aan je te binden, dat het erg belangrijk vindt om in een internationale en aansprekende stad te wonen.


Daarnaast is er nog een laatste factor, de toekomst. Het komt voor dat een voordelige locatie binnen enkele jaren te maken krijgt met stijgende prijzen of veranderende omstandigheden. Neem Ierland. In de jaren negentig heeft een groot aantal bedrijven zich gevestigd in deze republiek. Het land heeft een strategische ligging, de bevolking is goed opgeleid en spreekt Engels. Daarnaast is de vennootschapsbelasting er met 12,5 procent beduidend lager dan in andere EU-landen. Er zijn echter barsten in het vernis gekomen. Het leven is er duur geworden, de vastgoedprijzen zijn enorm. Dublin krijgt ook opvallend slechte cijfers voor de infrastructuur. De stad is inmiddels over zijn hoogtepunt heen, bedrijven wijken uit naar een andere locatie. De ‘Keltische tijger' is een kat in de zak geworden. Wat natuurlijk ook kan is door opsplitsing het beste van verschillende werelden combineren, de aanpak van de ‘multinational' nieuwe stijl. Voorbeeld: Een Iers bedrijf besluit om het hoofdkantoor in Dublin te houden, met het oog op de lage vennootschapsbelasting. Wel wordt besloten de productontwikkeling in Barcelona te laten plaatsvinden, om het nodige talent aan te spreken en vast te houden. De productie wordt vervolgens verplaatst naar een fabriek in Roemenië,
waar de lonen het laagst zijn. Als laatste wordt er een callcenter in Maastricht geplaatst, zodat werknemers in vier talen (Frans, Nederlands, Engels en Duits) orders kunnen verwerken.


Opmars Centraal-Europa
René Buck, directeur van Buck Consultants International, adviseert bedrijven die nieuwe locaties zoeken. Voor hem was Centraal-Europa in de laatste tien jaar een belangrijk groeigebied. Steden als Praag en Boedapest wisten veel activiteit naar zich toe te trekken. Inmiddels merkt hij dat door de toeloop de prijzen zijn gestegen. "Kleinere steden in Tjechië en Slowakije, zoals Brno, Pilsen en Bratislava, krijgen nu veel aandacht. Ook wordt gekeken naar landen als Bulgarije en Roemenië. Boekarest is bijvoorbeeld erg aan het opkomen. De kosten zijn er laag, er is een groot achterland met veel marktpotentie en het ligt binnen de EU."


Het lidmaatschap van de EU is voor veel bedrijven een belangrijke voorwaarde. Sinds de toetreding tot de EU komt de Balkan economisch gezien steeds dichterbij. Maar de belangstelling houdt nog steeds op bij de buitengrenzen van Europese Unie. "Het lidmaatschap van de EU geeft vertrouwen, een soort garantie, waardoor bedrijven bereid zijn een investering te doen in landen als Bulgarije of Roemenië", aldus Buck. "Investeren in landen buiten de EU, zoals Oekraïne of Servië, wordt nog door weinig bedrijven gedaan. De risico's zijn groot, de toekomst is onzeker. Mijn klanten raad ik het ook af." Als laatste adviseert hij enige prudentie bij het kiezen van een locatie. "Wees voorzichtig met opkomende markten. Staar je niet blind op de lage lonen in een opkomend land. Soms is het beter te investeren in een land met iets hogere, maar stabiele lonen. Opkomende economieën kunnen te maken krijgen met een sterke groei, waardoor de kosten in korte tijd kunnen toenemen."

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 4 | 1 Waardering

White collars working blue

Van knelpunt in uw operationeel proces naar meetbaar en blijvend resultaat? Kijk hoe First Consulting dit samen met uw medewerkers aanpakt. >> Bekijk filmpje

Meer achtergrond artikelen