07-01-2009 | Auteur: Carien van Dijk | Beeld: Lex Draijer
“Onvoldoende budget en het wegkapen van getalenteerde jeugdspelers door buitenlandse clubs vormen de grootste bedreiging voor het Nederlandse profvoetbal,” zegt Henk Kesler. Henk Kesler wordt in het kader van de interviewestafette geïnterviewd door Fred Langerak (Novem).
Fred Langerak en Henk Kesler spreken elkaar op het KNVB-kantoor in de bossen van Zeist. In de gangen staan bezoekers oog in oog met levensgrote foto’s van topvoetballers. Voetbal en emotie; Kesler weet er alles van. Vrijwel dagelijks wordt hij op straat herkend, vooral wanneer de KNVB weer eens in het nieuws is geweest. Dat is niet altijd een onverdeeld genoegen. “Dit is een functie met een hoog politiek gehalte. Je kunt het niet iedereen naar de zin maken. Op weg naar de supermarkt krijg ik leuke, maar ook onaangename dingen naar mijn hoofd geslingerd. Vervelend, maar het hoort erbij.”
Je was advocaat. Hoe ben je in de voetbalwereld terecht gekomen?
“Na mijn rechtenstudie werkte ik twaalf jaar als advocaat in Enschede, voornamelijk als curator. Volgens mijn vrienden heb ik de complete Twentse textielindustrie opgeruimd, maar dat is lichtelijk overdreven. Toen de economie in de jaren tachtig weer aantrok, werd het aantal faillissementen beduidend minder. Ik moest me met echtscheidingen bezig gaan houden op het kantoor waar ik toen werkte. Daar voelde ik niets voor. Frans Hartman, producent van tuinmeubelen, vroeg of ik bij hem wilde komen werken. Ik maakte mijn comeback in de advocatuur en was inmiddels verzeild geraakt in de voetbalwereld. Sinds 1982 maakte ik deel uit van het bestuur van FC Twente. Allemaal vrijwilligerswerk, naast mijn gewone baan als advocaat en ook tijdens mijn functie bij Hartman. Eind 1995 trad Jos Staatsen aan als voorzitter van het sectiebestuur. De portefeuillehouder juridische zaken vertrok: ze zochten een nieuwe. Of ik zijn opvolger wilde worden.”
In die functie kreeg je onder meer te maken met het debacle van Sport 7. Hoe heb je dat ervaren?
“Dit is één van de roerigste perioden uit mijn carrière geweest. Het ene moment riep Staatsen dat we iets nieuws gingen beginnen, een jaar later was de hele handel failliet. Dat debacle heeft hem zijn verdere leven achtervolgd, omdat het faillissement afgewikkeld moest worden. Een klus, naast mijn fulltime baan als advocaat, die mij door bestuur en clubs werd toebedacht gelet op mijn ervaring als curator. Eind 1996 trad het voltallige bestuur af als gevolg van die ellende met Sport 7. Er moest een nieuw sectiebestuur komen. Of ik toe wilde treden. Ik heb ja gezegd, ook om de bestuurlijke continuïteit te waarborgen. Mijn eerste opdracht was stad en land af te reizen om een nieuwe voorzitter te vinden. Niemand wilde. Jos Staatsen was neergesabeld, het afbreukrisico was te groot. Toen ik niemand kon vinden ben ik uiteindelijk, op verzoek van de clubs, zelf voorzitter geworden.”
Na Sport 7 heb je de aanzet gegeven om het management van de sectie betaald voetbal te professionaliseren. Waarom vond je dat nodig?
“Het bestuur bestond alleen uit vrijwilligers en clubvertegenwoordigers. Dat is niet professioneel in een organisatie waar dagelijks vele belangrijke besluiten worden genomen die ook grote financiële consequenties kunnen hebben. Daarom hebben we sinds 2000 een professioneel bestuur met een directiestructuur. Als voorzitter ben ik behalve bestuurder ook directeur en het publieke gezicht van de KNVB. Daarboven staat de raad van toezicht. Die naam wordt binnenkort veranderd in raad van commissarissen.”
Betaaldvoetbalorganisaties zijn in feite tegelijkertijd ook ‘aandeelhouders’ van de sectie betaald voetbal. In die zin is sprake van een sandwichstructuur. Is dat niet lastig?
“Vroeger kon het sectiebestuur elk moment naar huis worden weggestuurd door de Algemene Vergadering. Kijk maar naar Eric Vilé, André van der Louw, Martin van Rooijen en Jos Staatsen. Daarom is er een raad van toezicht gekomen die mij als directeur en voorzitter heeft benoemd. Op dit moment hebben wij als bestuur besloten dat degradatie naar het amateurvoetbal vanuit de eerste divisie mogelijk moet worden. De clubs zijn massaal in verweer gekomen. Zij beseffen zelf ook dat de beste clubs moeten worden geselecteerd, maar dat mag niet ten koste gaan van de eigen club. Vroeger zou de Algemene Vergadering bij elkaar geroepen zijn om het voltallige bestuur naar huis te sturen. Nu dat niet meer kan, zal men zich zonodig tot de rechter moeten wenden.”
De KNVB behartigt de belangen van zowel het professionele als het amateurvoetbal. Beide werken met gescheiden geldstromen heb ik begrepen.
“Klopt. Samen hebben we een omzet van ongeveer 80 miljoen euro. Door het EK zal dat dit jaar zo’n 15 miljoen euro meer zijn. Dan verdienen we namelijk meer via uitzendrechten, licenties en sponsorgelden. Een televisie-uitzending van het Nederlands elftal levert ons al gauw een miljoen euro op. Wij organiseren die wedstrijden zelf en de business unit verkoopt weer de televisierechten van het Nederlands elftal. Een deel van dat geld gaat naar het amateurvoetbal.”
De Nederlandse voetbalstructuur is uniek in Europa. Komt er daardoor veel talent boven drijven?
“Vanaf 1974 doen we permanent mee aan alle belangrijke toernooien. Dat heeft ook te maken met de Nederlandse verenigingsstructuur, waar ruimte is voor het scouten en opleiden van toptalent. Landen als Engeland kennen die structuur niet. Voetbal of cricket speel je alleen op kostschool. Engelse topclubs als Chelsea en Arsenal leiden niet zelf talenten op, maar halen ze uit het buitenland. Nederlandse clubs zijn daar het slachtoffer van. De grootste talenten van Ajax en Feyenoord worden tegenwoordig op dertienjarige leeftijd met het complete gezin op het vliegtuig naar Engeland of Frankrijk gezet. Dat is de doodsklap voor kleinere voetballanden als Nederland en Portugal. Ook de Duitsers hebben er veel last van. Dat baart me zorgen. We zijn op dit moment druk aan het lobbyen bij UEFA en FIFA, maar ook in Brussel, om iets aan deze situatie te doen.”
Hoe breng je evenwicht in je activiteiten ten behoeve van de clubs en het Nederlands elftal? De laatste is feitelijk een BV op zich.
“Klopt. We krijgen wel eens het verwijt dat het Nederlands elftal teveel aandacht krijgt. Maar vergis je niet; het Nederlands Elftal zorgt voor circa 75 procent van onze inkomsten. Daarnaast dragen Nederlandse clubs een percentage af over hun eigen verdiensten. Van dat geld organiseren wij de competities van de Eredivisie en de Jupiler League. De organisatie daarvan kost ongeveer elf miljoen euro. Het geld dat we overhielden, ging voorheen naar de clubs. Daar zijn we mee gestopt, want volgens de wet mag je als vereniging geen uitkeringen meer aan je leden doen. We stellen nu gelden beschikbaar voor maatschappelijke projecten of infrastructurele veranderingen. Dan komt het geld alsnog bij de clubs terecht.”
Waarom laat je de clubs niet gewoon minder betalen?
“Dat gaat dit jaar ook gebeuren. De teruggave wordt ook eerlijker verdeeld. Een club als Ajax betaalt jaarlijks zo’n twee ton aan contributie, kleinere clubs slechts vijfduizend euro. In een jaar dat het Nederlands elftal een EK of WK houd je - afhankelijk van de prestaties - zo’n vijf tot tien miljoen euro over. Dan heb je weer wat te verdelen. Clubs als AGOVV kregen aan het eind van zo’n topjaar net zoveel terug als bijvoorbeeld Ajax. Dit tot grote ergernis van de topclubs. We geven het geld nu terug in de juiste verhoudingen.”
Management wordt steeds belangrijker in de voetbalwereld. Wat vind je van de kwaliteit van het management van je eigen organisatie, vergeleken met andere bonden in Europa?
“Die is goed. In het verleden zijn we bijvoorbeeld vaak in de prijzen gevallen met de organisatie van voetbaltoernooien. We zijn een goed gestructureerde organisatie met veel specialistische functies. Ik geef leiding aan zeventig werknemers, waaronder minimaal vijftien jonge academici. Ze vinden het zo leuk dat ze geruime tijd bij ons blijven werken. Ik heb wel moeite gehad om de juridische afdeling op peil te houden. Onze CAO is bijvoorbeeld niet echt concurrerend met advocatuur en bedrijfsleven. We zijn nu bezig om dat te veranderen, want ik heb wel goede juristen en marketingmensen nodig die kunnen sparren over sponsorgelden met de Heinekens en Unilevers van deze wereld.”
Houdt het niveau van jouw organisatie gelijke tred met die van de gemiddelde professionele voetbalclub?
“Minimaal en dat moet ook wel als overkoepelende organisatie, al zijn de topclubs ook goed georganiseerd. Hier regeert de emotie minder. De KNVB heeft zeventig man in dienst; Ajax ruim honderd. Ter vergelijking: FC Twente moest het in mijn tijd met vijf betaalde krachten doen. Het kapitaal dient op het veld te staan, is een oude voetbalwijsheid. Op kantoorpersoneel wordt doorgaans het eerst bezuinigd. Van buitenlandse clubs als Manchester United, Bayern München en Chelsea kunnen we wel het een en ander leren. Dat heeft natuurlijk alles te maken met geld. Het verschil in begrotingen tussen Nederlandse en buitenlandse clubs wordt alleen maar groter.”
Goed management is een manier om dat verschil kleiner te maken. Sommige clubs geven veel geld uit aan spelers en makelaars; bij het aanstellen van CFO’s en CEO’s wordt echter Nederlandse zuinigheid toegepast.
“Nederlandse topclubs hebben dat goed ingezien. Zo heeft Ajax met zo’n honderd medewerkers op de payroll zowel een commercieel als een financieel directeur in dienst. Dat kan ook haast niet anders, als je kijkt naar de bedragen die binnen zo’n club omgaan. Voor veel clubs is het moeilijk om goede mensen te vinden. Mensen staan niet in de rij voor een baan in de voetbalbusiness. Het afbreukrisico is groot. Over een jaar sta je misschien alweer op de keien. Ook de verdiensten zijn vaak slecht. Daarom houden clubs als FC Twente de zaak drijvende met een relatief klein, maar gedreven team. Joop Munsterman bijvoorbeeld, de nieuwe CEO bij Wegener, besteedt enorm veel vrije tijd aan FC Twente. En zo zijn er wel meer. Daar heb ik respect voor.”
Sinds het laatste EK staat Nederland op de achtste plaats in de UEFAranking, na Rusland en Roemenië. In de Champions League staan we qua marketingbudget zesde. Is budget niet erg bepalend voor de plaats waar je staat?
“Klopt. Dat hebben we zelfs laten onderzoeken. Drieënnegentig procent van de behaalde punten wordt bepaald door de omvang van de begroting, de overige zeven procent is creativiteit, kwaliteit van personeel en soms ook gewoon geluk. Onvoldoende budget en het wegkapen van jeugdspelers vormen de grootste bedreigingen van het Nederlandse profvoetbal. Zelfs Werder Bremen, de profclub van een bescheiden Duitse provinciestad, heeft zo’n dertig miljoen meer te besteden als Ajax. Dat komt door externe ontwikkelingen waar we niets aan kunnen doen. Denk aan uitzendrechten van regionale commerciële zenders. In Engeland levert televisie de professionele clubs gezamenlijk bijna 800 miljoen pond op, in Frankrijk 600 miljoen euro en in Duitsland 500 miljoen euro. Uiteraard willen zij hun televisie-inkomsten niet met ons delen en dat is begrijpelijk. Daarom moeten wij het doen met circa 70 miljoen euro. Sport 7 had ons destijds 140 miljoen gulden kunnen opleveren, maar dat is mislukt.”
“ Private equity wordt bij ons geen gemeengoed”
Het is alweer tien jaar geleden dat de voetbalwereld werd opgeschrikt door het Bosman-arrest. Spelers binnen de Europese Unie waren voortaan transfervrij wanneer hun arbeidscontract met de club afliep. Heeft het Bosman-arrest bovengenoemde ontwikkelingen mede veroorzaakt?
“Ja, daarmee zijn de clubs toch een belangrijke bron van inkomsten kwijtgeraakt. Voetballers als Kluivert, Davids en Reiziger waren direct transfervrij. Voor de clubs resteert alleen nog de restwaarde van een contract als afkoopsom.”
In Engeland liggen de revenuen tweeëneenhalf keer zo hoog als in Italië.
“Dat komt door betaaltelevisie. Engelsen zijn helemaal voetbalgek terwijl voetbalsupporters in Italië sinds de omkoopschandalen massaal zijn afgehaakt. Engelsen hebben ook meer geld over voor voetbal op tv. Nederlanders zijn wat dat betreft veel behoudender.”
Turkije en Rusland rukken op. Wat gebeurt er als Nederland verder afzakt? Krijgen we dan dezelfde situatie als in België, waar nauwelijks naar wedstrijden van het Belgische elftal wordt gekeken?
“Dat zou dramatisch zijn! Je komt in een neerwaartse economische spiraal, wat directe gevolgen heeft voor de kwaliteit van het team. Dan is het ook afgelopen met de publieke belangstelling, wat weer gevolgen heeft voor de inkomsten. Ik ben daar overigens niet zo bang voor, want de belangstelling voor het voetbal is nog steeds groot. Er zijn in Nederland niet voor niets nieuwe generatie stadions gebouwd. Deze zijn moderner en veiliger dan de oude stadions van voor de jaren negentig. Ook willen mensen weer ergens bij horen. Het aantal bezoekers blijft groeien en enkele clubs hebben zelfs - gezien hun populariteit - wachtlijsten voor seizoenkaarten.”
Wat vind je van private equity in de voetbalwereld? Je hebt AZ van Dirk Scheringa, Van Seumeren stapt in FC Utrecht met zestien miljoen euro en krijgt daar ook aandelen voor.
“Ik denk dat die twee voorbeelden nog wel navolging zullen krijgen, al ben ik er niet direct bang voor dat het bij ons gemeengoed zal worden.”
Abramovich heeft een miljard in Chelsea gestopt.
“Voor dat soort bedragen is Nederland misschien net iets te klein. En de vraag is, moeten we dat willen? Het is prima als clubs worden geholpen, maar het mogen geen speeltjes worden van miljardairs. Het voetbal is van de supporters. Voor je het weet krijgt zo iemand dictatoriale neigingen. Er moeten minstens onafhankelijke commissarissen zijn die toezicht houden.”
Je moet toch mee met die internationale ontwikkelingen. Wat moet Nederland doen om een groter deel van de Europese inkomsten te verwerven? Moeten we daar geen onderzoeksbureau op zetten?
“De uitkomsten weten we al via allerlei onderzoeken; daar hebben we niet weer een onderzoeksbureau voor nodig. We kunnen moeilijk een coup plegen en als een soort Robin Hood de inkomsten opnieuw verdelen. De grote landen zouden zich tegen ons keren. Het enige wat we kunnen doen is lobbyen, om vaker toegang te krijgen tot grote toernooien.”
Moet je geen professionele lobbyist aanstellen?
“Zo’n man of vrouw heeft na een maand niets meer te doen. Lobbyen is geen dagtaak, maar een activiteit naast de gewone werkzaamheden. Zelf doe ik dat ook veel en vaak.”
In 2011 ben je weg. Hoe wil je de KNVB achter laten?
“Intern wil ik nog wat wijzigingen aanbrengen in het licentiesysteem dat we hebben ingevoerd. Clubs beschikken tegenwoordig over een licentie om betaald voetbal te mogen spelen, waarbij ze aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de financiële eisen. Daar zitten nog wat schoonheidsfoutjes in, al gaat het inmiddels een stuk beter. Vroeger waren wij als bestuur betaald voetbal verantwoordelijk voor de verlening van zo’n licentie. Dan moest het bestuur beslissen of de licentie van FC Twente, FC Utrecht, Vitesse of NAC Breda wel of niet moest worden ingetrokken, wat natuurlijk veel emoties opriep. Daarom hebben we de licentieverstrekking nu buiten de deur gelegd. Verder blijven we naar oplossingen zoeken voor onze relatief zwakke financiële situatie, want die frustreert ons enorm. Ik zou het teleurstellend vinden als we het niet voor elkaar zouden krijgen. Dat zou Europees geregeld moeten kunnen worden. We mogen niet het slachtoffer worden van de vrije markt, omdat we toevallig een klein land zijn. Waarmee ik niet kan garanderen dat het ons ook gaat lukken. Zo werkt het niet in het leven. Maar ik blijf er mijn best voor doen.”
Lees ook:
> Sporters aan de macht!
> Boekrecensie: Hartstikkene Foppe
> De wrede voetbaleconomie bij Ajax
> Voetbalomie
- Bestuurslid Stichting Eredivisie Vrouwen
- Bestuurslid Stichting KNVB / Cruyff Courts | KNVB
- Voorzitter Stichting UCS (Universitair Centrum Sportgeneeskunde)
- Commissaris Tootal Fabrics B.V.
- Arbiter CAS (Court of Arbitration for Sport)
- Bestuurslid sectiebestuur Betaald Voetbal
Als directeur Marktontwikkeling & Control van het AMC laveert Pauline Snijders tussen rationele bedrijfsvoering en het publiek belang om waarde te creëren voor alle stakeholders.
Organisaties willen mee met cloud computing, bring your own, sociale media en het nieuwe werken. Hoe zorg je dat je niet achterop raakt in de maalstroom van nieuwe trends?
Met het uit de grond stampen van winkelcentra valt veel geld te verdienen, maar de markt is daar niet bij gebaat. ‘De landelijke overheid moet sterker reguleren’, vindt John van Haaren.
Innovatief blijven en ondernemerschap tonen, zoals haar voorouders dat deden. Dat is de missie van Henny Westland, die sinds kort aan het roer staat van de Westland Kaas Groep.
Defensie gaat grootscheeps reorganiseren en moet dus scherper zijn dan ooit op personeelsplanning. Hoofddirecteur Personeel Willem van de Water ging ‘in de leer’ bij het bedrijfsleven. Lees verder
Organisaties maken de mens nog steeds ondergeschikt aan de winst. In het streven naar langetermijnsucces is dat niet altijd verstandig. Psycholoog en LTP-directeur Arjan Eleveld helpt leiders de balans te herstellen. Lees verder
Het werk moet zuiniger en efficiënter, zo hebben overheidsorganisaties te horen gekregen. De financieel verantwoordelijken van Waterschap Rivierenland, Provincie Gelderland en UWV vertellen hoe hun organisaties dit doen. Lees verder
Veeleisende opdrachtgevers, een dreigend tekort op de arbeidsmarkt en de slechte reputatie van schoonmaakwerk vormen op z'n zachtst gezegd een uitdaging voor dienstverlener Vebego. Maar het bedrijf groeit nog steeds. Een interview met Paul van Bree.