Cubaans rookgordijn

20-12-2006 | Auteur: Miloe van Beek | Beeld: Diederik van der Laan

Cubaans rookgordijn
Cuba’s leider Fidel Castro moest door gezondheidsredenen stoppen met het roken van de meest prestigieuze sigaar van Cuba - Cohiba - en verbood in heel Cuba het roken in openbare gelegenheden. De Cohiba-topman: “Zaken doen op Cuba is helemaal niet zo anders als in Nederland”.

In skyboxen en op trainersbankjes worden regelmatig grote sigaren opgestoken, maar het is niet de reden dat Rafael Collazo Cabrera (58) zo graag in voetbalstadions komt. De directeur van de Cubaanse sigarenfabriek El Laguito is een groot voetbalfan. Als hij voor zaken in Spanje is, bezoekt hij van zijn favoriete clubs Barcelona, Real Madrid en Valencia zoveel mogelijk wedstrijden. “Op het WK was ik voor Spanje. En daarna voor naranja mechanica, het Nederlands elftal,” knikt de Cubaan glimlachend.

Voor veel van zijn landgenoten is het maken van zulke verre reizen niet weggelegd, daarom neemt Cabrera veel foto’s mee naar huis die hij ophangt in de fabriek. Sinds een jaar is hij directeur van de fabriek waar de Cohiba - de sigaar der sigaren - wordt gemaakt. Na een studie aan de landbouwhogeschool, werkte hij voor verschillende Cubaanse sigarenmerken waaronder Romeo & Julietta. “Ik had nooit kunnen dromen dat ik zou worden gevraagd als directeur van Cohiba. Het is een grote eer om voor zo’n prestigieus merk te mogen werken.”

Net als veel Cubanen rookt Cabrera al bijna zijn hele leven sigaren. “Net als mijn vader. Hij is nu 86 en steekt er nog steeds elke dag een op.” Cuba’s leider Fidel Castro moest in 1985 wegens gezondheidsredenen stoppen met roken, twee jaar geleden verbood de dictator in heel Cuba het roken in openbare gelegenheden. Toch is de sigaar nog steeds onverminderd populair op het eiland. Naast rum, suikerriet en salsamuziek, is het bovendien één van Cuba’s belangrijkste exportproducten. Jaarlijks rollen 50 duizend Cubanen 300 miljoen exemplaren. De tabaksbladeren die worden gebruikt voor de Cohiba sigaar komen exclusief uit de provincie Pinar del Rio: het Mekka voor de sigaar. Nergens ter wereld schijnt het klimaat zo goed, de grond zo vruchtbaar en het blad van de tabaksplant zo mooi en dun te zijn.

Voor een Cohiba sigaar worden verschillende bladeren met elk een andere leeftijd en rijpingsfase gebruikt. De meeste tabaksbladeren doen er twee tot drie jaar over om de juiste smaak te krijgen. Over het ontstaan van de beroemde sigaar gaan verschillende verhalen de ronde. In de ‘volksversie’ rolde een sigarenroller extra lange sigaren met een speciale mix van tabaksoorten, die hij thuis met vrienden oprookte. De bodyguard van Fidel Castro was een groot fan van deze sigaren en stak er eens een op in het bijzijn van zijn baas. De dictator werd geboeid door de geur, en na er een te hebben geproefd, wilde Castro alleen nog deze sigaren roken. In 1962 opende hij een speciale fabriek waar tweehonderd vrouwen als sigarenrollers aan het werk werden gezet, het schijnt dat dit prostituees waren die na de revolutie geen werk meer hadden. In de staatsversie van de Cohiba-geschiedenis komen geen prostituees voor en ontstaat de fabriek pas in 1966. Een groepje vrouwen wordt bij wijze van experiment getraind in het rollen van sigaren, tot aan de revolutie was dit mannenwerk. Volgens de huidige directeur Cabrera was het Fidels rechterhand Celia Sanchez die voorstelde om vrouwelijke rollers in de fabriek te laten werken. “Nog steeds is zestig procent van de rollers vrouw.”

De eerste jaren werd de Cohiba exclusief gemaakt voor Castro en andere hooggeplaatste partijfunctionarissen. Dagelijks scheen de dictator er vijf op te steken. Vanaf 1968 mochten bezoekende buitenlandse diplomaten meedelen in het genot van een Cohiba. In 1982 gaf hij toestemming om de sigaar te exporteren. Sindsdien kan iedereen een Cohiba roken. Tenminste, wie de sigaar kan betalen want een Cohiba kost al snel twintig euro per stuk. “Wat de Mercedes is onder de auto’s, is de Cohiba onder de sigaren. De prijs zorgt overigens wel voor beperkingen,” zegt Rafael Collazo Cabrera niet zonder trots. Jaarlijks worden er twee miljoen Cohiba sigaren geëxporteerd, vooral naar Europa, Azië en het Midden-Oosten. Sinds de Verenigde Staten in 1964 een importverbod voor Cubaanse producten instelden, halen Amerikanen hun sigaren vooral uit de Dominicaanse Republiek, waar ook Cohiba sigaren worden gemaakt. Cabrera zou het exportverbod graag zien verdwijnen. “

Wij willen sigaren leveren aan Amerika, maar het Amerikaanse embargo tegen Cuba staat dit niet toe. Veel Amerikanen die Cuba bezoeken nemen Cubaanse sigaren mee naar huis. Om problemen te voorkomen, plakken ze er een zegeltje van de Dominicaanse Cohiba’s omheen.” Wie wel eens in Cuba is geweest, weet dat de zwarte markt voor sigaren zeer levendig is. Om te voorkomen dat arbeiders dure sigaren op de zwarte markt verkopen, krijgen de driehonderd arbeiders in de El Laguito fabriek een bonus als ze goed presteren. Gemiddeld verdient een werknemer 450 pesos per maand, omgerekend ongeveer achttien euro, een gemiddeld salaris in Cuba. Cabrera: “De arbeiders worden gratis van en naar de fabriek vervoerd, voor één peso extra krijgen ze dagelijks een lunch en een snack.” Wie hard werkt en goed presteert, ziet het salaris omhoog schieten: er kunnen maximaal achttien ‘harde’ pesos worden bijverdiend (in één harde peso gaan 24 ‘zachte’).

De targets en variabele beloning zijn opvallend voor een staatsbedrijf in een socialistisch systeem, maar de directeur meent dat het een goede manier is om de productie continu te houden en de handel op de zwarte markt tegen te gaan. De El Laguito fabriek blijkt ook flinke winst te maken, volgens Cabrera 212 procent in 2005. Waar dit geld precies naartoe gaat, is niet duidelijk, maar dat het grotendeels naar Castro’s staatskas vloeit, zal niemand verbazen. Cabrera is er in ieder geval van overtuigd dat het niet uitmaakt of je een bedrijf runt in het socialistische Cuba of in het kapitalistische Nederland. “Het enige verschil is dat we in Cuba nooit meer produceren dan de vraag. Maar verder praat ik net als iedere manager dagelijks met mijn medewerkers over hun problemen en zorg ik dat ze hun targets halen.”

In augustus 2006 moest Castro voor het eerst in veertig jaar tijdelijk zijn bevoegdheden overdragen. Een zware darmoperatie maakte het onmogelijk om te regeren, zijn vijf jaar jongere halfbroer Raúl en minister van Defensie nam de regeringstaken tijdelijk waar. De verwachting is dat Raúl Castro zijn tachtigjarige halfbroer op zal volgen, mocht die komen te overlijden. De vele speculaties rondom de gezondheid van Castro en de veranderingen die dit in Cuba kunnen veroorzaken, lijken de Cohiba-directeur niet echt bezig te houden. Cabrera blijkt een trouwe aanhanger van Castro’s socialistische gedachtegoed. “Mocht Fidel komen te overlijden, dan zal het politieke systeem van Cuba niet veranderen. Dat heeft namelijk niets te maken met één persoon. Een man wijst zijn volk, maar een volk heeft ook eigen gewoontes en cultuur. Zonder Fidel blijven we dezelfde Cubanen, die behoefte hebben aan een socialistisch systeem.”

Toch zal de internationale markt zich in de toekomst openen, daar is hij van overtuigd. “Ik droom er regelmatig over en geloof dat het gebeurt voor ik sterf.” Cubanen zouden liever niet zo geïsoleerd leven, meent hij. “Maar we worden ertoe gedwongen door de Verenigde Staten. Terwijl het toch niet moet uitmaken welk systeem een land aanhangt? Uiteindelijk willen alle mensen op de wereld hetzelfde: vooruitgang, vriendschap en vrede.”

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 5 | 2 Waarderingen

Meer achtergrond artikelen