Helena van Troje prijkt op de voorzijde van het boek Schoonheid in organisaties. Zij is de mooiste vrouw uit de Griekse mythologie. Schoonheid is volgens Steven de Groot de nieuwste prestatie-eis naast efficiency (sinds 1960), kwaliteit (sinds 1970), flexibiliteit (sinds 1980) en innovatie (sinds 1990).
De Groot, die na zijn studie voor industriële vormgeving een MBA-opleiding volgde, vindt de meeste werkprocessen en werkplekken ronduit lelijk. Een mooie organisatie is volgens hem eenvoudig, authentiek en harmonieus, en tegelijkertijd ook verrassend, innovatief en uitdagend. De Groot ontdekte elementen van deze roze droom in ontmoetingen met managers bij Philips, Randstad, architectenbureau Veldhoen en Het Nationale Ballet.
Zoals een goed pamflettist betaamt, zet De Groot de feiten naar zijn hand. Daarin gaat hij soms te ver. Hij vergeet gemakshalve belangrijke ontwikkelingen in de eerste helft van de twintigste eeuw, verminkt de motivatietheorie van psycholoog Abraham Maslow en maakt een discutabel onderscheid tussen ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen' en ‘esthetisch verantwoord ondernemen'.
Ondanks deze missers verdient de bevlogen estheticus een groot publiek. Zijn gloedvolle pleidooi voor schoonheid in het zakenleven is behartigenswaardig, al was het alleen maar omdat een deel van de medewerkers waarschijnlijk zijn verlangen deelt. Het kan beslist geen kwaad even met hem én hen mee te dromen.