Emiel van Veen

Emiel van Veen

Persoonlijk

Naam: Emiel van Veen

Geboortejaar: 1939

Nationaliteit: Nederlandse

White collars working blue

Van knelpunt in uw operationeel proces naar meetbaar en blijvend resultaat? Kijk hoe First Consulting dit samen met uw medewerkers aanpakt. >> Bekijk filmpje

Loopbaan Emiel van Veen

2002 - 2011 Commissaris, Blokker Holding
1999 - 2011 Commissaris (vice-voorzitter), Beter Bed
1998 - 2002 Commissaris, Numico
1992 - 1998 Executive vice president & CFO, Numico
1989 - 1992 Hoofddirecteur, Nutricia
1980 - 1989 Concern directeur financiŽn en administratie, Nutricia
1973 - 1980 Concern Controller, Nutricia (nu Numico)
- 1973 Werkzaam, Thomassen & Drijver-Verblifa

Opleiding Emiel van Veen

1967 Bedrijfseconomie, Erasmus Universiteit Rotterdam

Overige vermeldingen


Emiel van Veen ging na zijn studie bedrijfseconomie aan de slag bij het toenmalige Thomassen & Drijver-Verblifa, producent van verpakkingen bestemd voor de levensmiddelen- en chemische industrie.

In 1973 startte Van Veen als Concern Controller bij Nutricia (sinds 1998 Numico), waar hij een succesvolle carrière doorliep.

Emiel van Veen klom op van Concern Controller tot Hoofddirecteur van de producent van gespecialiseerde babyvoeding. In 1993 werd Van Veen benoemd tot CFO en Executive Vice President van Nutrica. Vijf jaar vervulde hij zijn dubbelfunctie.

Na zijn pensioen, in 1998, trad hij toe tot de Raad van Commissarissen van Numico. Na zijn pensionering heeft Emiel van Veen jarenlang diverse functies als commissaris, bestuurslid of adviseur vervuld bij diverse (onder andere beursgenoteerde) bedrijven.

Tot mei 2011 was Van Veen vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen bij beddengigant Beter Bed.

Trivia


Emiel van Veen is de auteur van het boek ‘Vaarwel Nutricia’.

In het boek opent Van Veen de aanval op Jan Bennink. De toenmalige bestuursvoorzitter van Numico zou volgens hem een bedrag van 80 miljoen euro binnen hebben opgestreken toen Numico werd verkocht aan het Franse Danone.

‘In perspectief met het verleden een absoluut buitensporige vergoeding’, zo schrijft Emiel van Veen.