Breukink is topman van Incotec, nr.1 zaadverbeteraar in de wereld

Datum: 03-11-2011

Breukink is topman van Incotec, nr.1 zaadverbeteraar in de wereld

Incotec in Enkhuizen is wereldwijd de nummer één zaadverbeteraar. Hoogwaardige en unieke technologie maken dit bedrijf succesvol. Plus geduld en een lange adem van de investeerder.

Een man op een fiets met helgele klompen belt aan bij de poort van Incotec in Enkhuizen. ‘Dat is de boer die achter ons terrein wat schapen heeft staan. Hij komt hier al veertig jaar elke dag om zijn dieren eten te geven’, zo vertelt ceo Jan-Willem Breukink even later. De oudere broer van wielrenner Erik werkt zelf al zo’n dertig jaar bij dit zaadverbeteringbedrijf. ‘Kijk. Dit is tomatenzaad’, zegt Breukink die ons voor gaat in het bedrijf. ‘Een kilo hiervan kost maar liefst honderdduizend euro. Ter vergelijking: een kilo goud kost vandaag de dag zo’n 33 duizend euro.’

Incotec
Breukink noemt Seed Valley, een gebied in West-Friesland waar knollen, bollen, zaden en stekken door diverse hightechbedrijven worden gekweekt en veredeld, een goed bewaard geheim in Nederland. En hij zou daar wel eens gelijk in kunnen hebben. Het bedrijf is met stip wereldmarktleider, opereert inmiddels in elf landen, waaronder China, is in 2009 door de Erasmus Universiteit uitgeroepen tot het meest innovatieve bedrijf van Nederland en groeide de afgelopen drie jaar – ten tijde van de crisis – met respectievelijk 23, 27 en zeventien procent. En toch zijn er maar weinigen die dit bedrijf op het netvlies hebben staan. Het einde van de groei is bovendien nog lang niet in zicht. Breukink: ‘De behoefte aan voedsel in de wereld neemt alleen maar toe. Hetzelfde geldt voor de kwaliteit van voedsel. Ook die moet steeds beter. En het milieu moet daarbij zo min mogelijk worden belast. Goede zaden zijn dan onontbeerlijk.’

Van maïszaad tot slazaad
Zaadverbetering. Dat is waar Incotec in gespecialiseerd is. Van maïs- tot slazaad, van begonia- tot uienzaad. Breukink loodst ons door een deel van het bedrijfspand dat nog het meest wegheeft van een hightech laboratorium. ‘We zijn in staat om de zaden gecontroleerd voor te kiemen, zodat deze straks bij de teler sneller en beter opkomen. Neem nu deze ruimte’, Breukink opent een deur naar een helgroen verlichte kamer waar bakken met zaadjes staan opgesteld. ‘We hebben het rode licht weggehaald waardoor het voor de zaadjes donker is en wij ze nog wel kunnen zien. Door dag en nacht te variëren, kunnen we het kiemproces volgen en de kwaliteit van het eindproduct bepalen. Hetzelfde doen we met temperatuur. Ook die variëren we. Zo kunnen wij slazaad dat bij hoge temperaturen niet wil kiemen dusdanig beïnvloeden dat dit wel degelijk onder warme omstandigheden kiemt. Dat is een groot voordeel in bijvoorbeeld Zuid-Europese landen. Tevens kunnen we zaad ziektevrij maken met onder andere hete, vochtige lucht (pasteuriseren) en dusdanig voorbewerken dat er aanzienlijk minder pesticiden nodig zijn. Ook daar is een toenemende vraag naar.’

De apotheker van de sector
Een belangrijke nieuwe techniek voor Incotec is zaadselectie op basis van röntgenstralen. Breukink: ‘Dit is ons paradepaardje: een röntgenapparaat dat we specifiek voor ons bedrijf hebben ontwikkeld. Drie van deze machines draaien dag en nacht en selecteren tomatenzaden.’ Een videoscherm laat een uitvergroting zien van een object dat nog het meest wegheeft van een embryoachtig slakkenhuis. ‘Dat is een tomatenzaadje. En het is een goeie’, zegt Breukink. ‘Dat kun je zien aan de vorm. En doordat we dat kunnen zien, kunnen we telers van topkwaliteit zaad voorzien. Het slechte zaad halen we er eenvoudigweg uit. Daar heeft iedereen voordeel van. En dit apparaat is uniek in de wereld. Wij zijn het enige bedrijf dat hierover beschikt.’

‘Dit is een andere techniek die wij al sinds de jaren zestig op de markt brengen.’ Breukink pakt een aantal glazen doosjes met daarin verschillende gekleurde pilletjes. ‘Dit zijn zaadjes die van een gekleurde coating en een dun laagje zijn voorzien. Pilleren noemen we dat, zodat het zaad makkelijker en beter te verzaaien is. In die coating kunnen we bovendien tal van stoffen stoppen zodat het plantje dat uit het zaadje komt straks beter beschermd is tegen ziekten en in haar groei gestimuleerd wordt. Door bijvoorbeeld specifieke hoogwaardige bestrijdingsmiddelen direct op het zaad te plakken, hoeft een teler in een aantal gevallen veel minder te spuiten en hoeft hij maar liefst tachtig tot negentig procent minder bestrijdingsmiddelen te gebruiken.’

Begoniazaad is het fijnste zaad dat Incotec behandelt. Breukink: ‘Het is net poeder. Er gaan ongeveer honderd miljoen begoniazaadjes in een kilo. En al die zaadjes worden door ons stuk voor stuk voorzien van een laagje.’ Ondanks dat er met zaad wordt gewerkt dat soms niet korreliger is dan kleine zanddeeltjes, oogt de fabriek licht en schoon. ‘Dat moet ook wel. We moeten hier schoon en secuur werken. Wij zijn immers net apothekers die geen fouten mogen maken en zeer consistente producten moeten leveren.’

Topgeheim
Om de technologische voorsprong op concurrenten – dat zijn er momenteel slechts enkele in de wereld – te behouden, investeert Incotec veel in opleiding van medewerkers. ‘Negen procent van onze omzet gaat op aan onderzoek. We hebben wereldwijd zo’n zeventig Research & Development medewerkers in dienst die we voor een groot deel zelf opleiden. De kennis die we hier nodig hebben is immers zeer specifiek. Iedereen hier bezit bovendien slechts een deel van de kennis. Niemand weet alles. Dat doen wij om onze unieke kennis zo goed mogelijk te beschermen. Ons succes is immers afhankelijk van onze kennis en unieke recepturen. Een deel van ons bedrijf is dan ook afgesloten voor zowel het publiek als voor de meeste medewerkers. Wat we daar doen is topgeheim. Daarnaast werken we nauw samen met innovatieve partners zoals een machinebouwer en een bedrijf gespecialiseerd in het ontwikkelen van stoffen die planten in groei stimuleren. Samen met hen proberen we de zaden nog verder te verbeteren.’

Het feit dat het bedrijf middenin het hart van Seed Valley is gesitueerd, doet de business alleen maar goed. ‘We zijn als regio toonaangevend in de wereld. Er zitten hier diverse wereldmarktleiders en de arbeidsmoraal van de West-Friezen is goed: ze werken hard en staan met beide benen op de grond. We zijn er ook trots op dat minister Verhagen onze sector ‘uitgangsmaterialen’ samen met ‘tuinbouw’ als een van de negen sectoren heeft benoemd waarop de komende jaren onderzoeks- en innovatiegeld en overheidssteun gericht zal zijn. Op die manier kunnen we onze unieke positie in de wereld alleen maar verder verstevigen.

Management buy-out
In 2002 vond een eerste management buy-out plaats. Breukink vertelt: ‘We maakten destijds onderdeel uit van Royal Sluis dat later het Mexicaanse bedrijf Seminis werd. De Mexicanen raakten in financiële problemen en waren gedwongen Incotec te verkopen. Wij hebben toen met een aantal managers besloten een management buy-out te doen. Het was de investeringsmaatschappij Nesbic die vijftig procent van de aandelen kocht. Wij hielden de andere vijftig procent. Een ieder moest hiervoor een flink bedrag op tafel leggen en velen namen een extra hypotheek op hun huis, inclusief ikzelf. Maar we geloofden in het bedrijf en dat is in de jaren daarna alleen maar sterker geworden.’

‘Nesbic, een Fortis-fonds, zou in 2009 eindigen en daarom hebben wij besloten om in 2007 in goed overleg met Bencis, de beheerder van het fonds, een secondary buy-out te doen. De rente was laag en dat jaar was een mooi moment om met een andere participatiemaatschappij in zee te gaan.’ Dat werd ABN AMRO Participaties. Het management kreeg 65 procent van de aandelen, de investeerder 35 procent. Breukink: ‘Zo’n minderheid kan voor een participatiemaatschappij prima werken, mits je van tevoren goede afspraken maakt met elkaar. Dat hebben we gedaan.’ De keuze voor ABN AMRO heeft het bedrijf zorgvuldig gemaakt. Breukink: ‘Voor ons is het belangrijk dat de investeerder een lange adem heeft . Het fonds van ABN AMRO is een Evergreenfonds en de investeerder kan net zo lang aandeelhouder blijven als zij wil. Er is kortom geen vast exitmoment gepland. Dat werkt voor ons heel goed. Op die manier krijgt dit bedrijf alle tijd en kans om een verdere groei te plannen en te realiseren. Wij zijn nu eenmaal geen industrie van quick wins, maar een sector van de lange adem. Het uittesten door telers van een zaadproduct kan soms jaren in beslag nemen.’

Potentïele groei
Alle winst die het bedrijf maakt, blijft in de onderneming voor verdere investeringen en financiering van de groei. Breukink: ‘De winst wordt verrekend bij een volgende wisseling van aandeelhouders. Maar dat is voorlopig niet aan de orde, ondanks het feit dat er veel interesse is voor ons bedrijf. Geld is echter niet de belangrijkste drijfveer voor ons. Wij willen een zelfstandig gezond bedrijf blijven met een familieachtige cultuur waar veel ruimte is voor internationaal ondernemerschap. We willen vooral Incotec laten groeien en bloeien. En de vooruitzichten zijn heel goed. We lopen met onze techniek ver voorop en worden meer en zeer actief op de wereldmarkt. Zo zijn we enkele jaren geleden van start gegaan in China. We zijn geen joint venture aangegaan, maar hebben het bedrijf daar zelf opgestart. Het is een honderd procent eigen vestiging. Daar zitten nu vijftien man. Maar de potentiële groei daar voor ons is enorm. Hetzelfde geldt voor Brazilië en India. Ook daar zitten we, en ook daar kunnen we veel betekenen. In al die landen moeten zij meer uit de grond kunnen halen, liefst met minder meststoff en, minder bestrijdingsmiddelen en minder water. Onze technieken kunnen hen daarbij helpen.’

Wat de Boer niet kent...
Afgezien van de lange adem, is Breukink aangenaam verrast door zowel de ondernemende aard als de pragmatische inslag van de investeerder. ‘We hebben de afgelopen jaren diverse acquisities gedaan en het verbaast me dan hoe snel de investeerder tot besluiten kan komen om processen als deze te ondersteunen.’ Los van dit alles is de ‘persoonlijke klik’ evenzeer van belang. Breukink: ‘Je moet uiteindelijk toch vooral met elkaar door één deur kunnen. En die klik was er meteen.’ Inmiddels zijn het geen tien, maar achttien managers over wie de aandelen zijn verdeeld. ‘De managers van de belangrijkste vestigingen zijn ook aandeelhouder. Die hoef je niet te motiveren. Dat gaat vanzelf, want er zit nu eigen geld in de zaak’, lacht Breukink.

Vier keer per jaar vindt een commissarissenvergadering plaats. ‘We hebben een raad van commissarissen waarin één persoon van ABN AMRO zitting heeft . De overige drie zijn onafhankelijke commissarissen. Onze wens was om commissarissen te selecteren die én onafhankelijk zijn én niet alleen verstand hebben van cijfers maar ook van ons vak. Dat is gelukt. We hebben een prima raad van commissarissen die ons regelmatig de spiegel voorhoudt.’

Het feit dat een agrarisch bedrijf in zee gaat met een participatiemaatschappij, is niet bepaald een algemeen gegeven. Breukink: ‘Van beide kanten is men wat dit betreft vaak huiverig. Investeringsmaatschappijen kennen de industrie vaak onvoldoende en begrijpen niet dat wij met seizoens- en jaarinvloeden te maken hebben. En agrarische bedrijven zijn vaak huiverig omdat zij denken dat participatiemaatschappijen alleen maar bezig zijn geld uit hun bedrijf te trekken en niets toevoegen. Wat de boer niet kent, dat eet-ie niet. In beide gevallen is de terughoudendheid vaak onterecht, zo menen wij. Wij vormen daarvoor het bewijs.’

Bovenstaand artikel met Incotec CEO Jan Willem Breukink is verschenen in de special Waardecreatie in samenwerking met De Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP).

Lees ook:

> CV Jan Willem Breukink
> Plantion wil dé regionale veiling van Nederland zijn
> CEO Nutreco: sustainability zit in ons DNA
> Maak duurzaam hip en sexy
> CEO Unilever ziet bedreiging in stijging voedselprijzen

Jan Willem Breukink

  • Lid Raad van Advies INCOTEC Groep B.V.
  • Commissaris Barenbrug Groep
  • Lid Topteam Tuinbouw en uitgangsmaterialen
  • Voorzitter Stichting Seed Valley

White collars working blue

Van knelpunt in uw operationeel proces naar meetbaar en blijvend resultaat? Kijk hoe First Consulting dit samen met uw medewerkers aanpakt. >> Bekijk filmpje