High Performance Business-onderzoek 2013

Auteur: Sander van Ginkel | 11-06-2013

High Performance Business-onderzoek 2013

Nederlandse bedrijven zijn aan een inhaalslag begonnen. Waar we vorig jaar nog concludeerden dat AEX-bedrijven geen sterspelers zijn, laat het Accenture High Performance Business-onderzoek 2013 een positiever beeld zien.

Om tot de elite van de high performance businesses te worden toegelaten, moeten bedrijven erin slagen over een langere periode beter te presteren dan hun concurrenten in de eigen branche. Accenture vergelijkt ieder jaar de tweeduizend grootste bedrijven ter wereld en bepaalt op basis van een relatieve vergelijking op indicatoren als winst, groei en positie in opkomende markten welke bedrijven tot de top behoren.

Daarbij wordt gekeken naar de huidige prestaties (current performance) én de verwachtingen voor de toekomst (future positioning). Alleen bedrijven die op beide gebieden bij de beste 25 procent horen, verdienen het predicaat high performance business.


Van de bedrijven met een notering aan de Amsterdamse AEX zijn halfgeleiderfabrikant ASML en Unilever vooralsnog de enige bedrijven die zich tot deze elite mogen rekenen. Heineken is in 2012 de grootste stijger, vooral dankzij de overname van Asia Pacific Breweries aan het eind van dat jaar. De grafiek, met daarop de resultaten sinds 2008, laat zien dat de AEX-bedrijven onder het gemiddelde presteren en dat ook hun verwachtingen voor de toekomst achterblijven. Opvallend is echter dat het verschil sinds 2010 kleiner wordt. Eerst trekken de verwachtingen voor de toekomst aan, een jaar later gevolgd door de huidige prestaties. Dat is een goed teken, want dat betekent dat de verwachtingen ook daadwerkelijk ingelost worden. De cijfers over 2012 onderschrijven deze trend.


GROEI
Tijdens de crisis concentreerden de AEX-bedrijven zich meer dan hun buitenlandse collega’s op het uitkeren van dividend aan aandeelhouders en het terugdringen van de kosten. Dat ging ten koste van de groei. Dat dit aan het veranderen is, is terug te zien in de cijfers. Innovatie staat weer op de agenda van de AEX-bedrijven en dat is een logische ontwikkeling. Kostenbesparingen zijn noodzakelijk in magere tijden, maar kennen ook een ondergrens: er komt een punt waarop nog verder bezuinigen de prestaties negatief beïnvloedt. Dat punt lijkt nu bereikt.


Investeren om kosten te reduceren is een riskantere en lastigere weg om opnieuw waarde te creëren. Toch lijkt dat nu te gebeuren, en dat duidt op een mentaliteitsverandering. Er moet nu geïnvesteerd worden om op de langere termijn weer te kunnen groeien. De mogelijkheden voor eenmalige kostenbesparingen – het zogenaamde laaghangend fruit – lijken ondertussen uitgeput en bedrijven zijn steeds meer op zoek naar manieren om op een intelligente manier kosten te besparen en tegelijkertijd de kwaliteit te verbeteren.


Een mooi voorbeeld daarvan is het opzetten van een integrated business services-organisatie, van waaruit op een efficiëntere manier kwalitatief hoogwaardige diensten op het gebied van finance, HR, procurement en IT kunnen worden geleverd.


EMERGING MARKETS
Een andere belangrijke oorzaak voor de inhaalslag waar de AEX-bedrijven mee bezig zijn, is het feit dat hun positie in opkomende economieën steeds sterker wordt. Dat is een belangrijke maatstaf voor hun positionering voor de toekomst. Bedrijven die op dit punt hoog scoren, schieten omhoog in de ranglijst omdat ze daarmee laten zien dat ze keuzes maken voor de lange termijn. Zo is de aankoop van Asia Pacific Breweries een belangrijke driver voor de snelle opmars van Heineken. Heineken heeft met die acquisitie zijn positie in deze groeimarkt versterkt en kan zijn activiteiten daardoor maximaal uitnutten.


Heineken versterkt daarmee zijn future positioning en stijgt in de tweeduizend onderzochte bedrijven. Ook Unilever is een goed voorbeeld van een bedrijf met een langetermijnstrategie, waarin het met zijn portfolio bewust een positie inneemt in die opkomende markten. Het bedrijf is er actief met een weloverwogen strategie en dat werpt zijn vruchten af. Unilever realiseert al vijfenvijftig procent van zijn omzet in die opkomende markten. Dat is een veelbelovend perspectief en een belangrijke indicator voor een high performance business.


MARKTVERWACHTING
Behalve de feitelijke, harde resultaten, spelen ook de marktverwachtingen een rol bij het bepalen van de future positioning van een bedrijf. De waardecreatie voor aandeelhouders, die bestaat uit de beurskoers plus het uitgekeerde dividend, komt vaak niet overeen met wat de daadwerkelijke prestaties rechtvaardigen. Dit verschil, een ‘premie’, ligt in de toekomstverwachtingen die de markt van het bedrijf heeft. In 2011 was die premie van gemiddelde marktverwachting voor de AEX-bedrijven ongeveer drie procent. In 2012 is die gestegen naar zeven procent, omgerekend een verwachting van vijfentwintig extra punten op de AEX-barometer op basis van toekomstige groei.


Dat wijst op optimisme. Tegelijkertijd zien we dat de genoemde premie voor de tweeduizend onderzochte bedrijven gemiddeld boven de twintig procent ligt. Vergeleken daarmee is de groei van de AEX-bedrijven hoopgevend, maar er is nog ruimte voor verdere verbetering.


EUROPA
Hoe doet Nederland het vergeleken met de rest van Europa? Om dat te kunnen bepalen, is een geografisch overzicht gemaakt. Alle informatie over current performance en future positioning voor de toekomst van de grote bedrijven wordt per land geclusterd en daarna met elkaar vergeleken. Als de resultaten van 2011 en 2012 ‘op elkaar gelegd’ worden, is te zien dat Nederland op dat geografische overzicht positief opschuift.


Het valt op dat Italië relatief slecht presteert. De Scandinavische landen doen het juist goed en het Verenigd Koninkrijk springt er positief uit. Denemarken, Noorwegen en Zweden lijken minder last te hebben van de financiële crisis, terwijl het Verenigd Koninkrijk wel degelijk kampt met een bankprobleem. De Britse economie beschikt blijkbaar over een grote veerkracht, want ze presteert beter dan verwacht en tot nu toe ook beter dan Nederland.


De AEX-bedrijven zijn dus aan een inhaalslag begonnen. ASML en Unilever zijn de koplopers die zich met recht een high performance business mogen noemen. Goede resultaten zorgen voor hogere verwachtingen en optimisme en daarmee voor een goede bodem voor nog betere resultaten. De meeste Nederlandse bedrijven zijn nog niet zo ver. De inhaalslag lijkt te zijn ingezet. De lente is nog niet losgebarsten, maar na een lange, strenge winter is nu een eerste lichtgroene waas van herstel zichtbaar.


Sander van Ginkel is managing director strategie van Accenture Nederland.


Onderzoeksmethode
Accenture voert doorlopend onderzoek uit naar wat de best presterende bedrijven zijn en wat deze bedrijven zo goed maakt. Het High Performance Business-onderzoek is een vergelijking van tweeduizend grote internationale bedrijven, waaronder de bedrijven uit de AEX-index en hun directe competitie. Bedrijven worden binnen hun industrie vergeleken op huidige prestaties en op positionering voor toekomstige groei. Onder deze prestatiegebieden liggen acht hoofdindicatoren:


Huidige prestaties:
• Aandeelhouderswaarde
• Winstgevendheid
• Omzetgroei
• Consistentie


Positionering voor de toekomst
• Marktverwachtingen
• Marktdifferentiatie
• Positionering in groeimarkten
• Brandstof voor groei


Deze analyse over het High Performance Business-onderzoek is gepubliceerd in Management Scope 05 2013.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

Sander van Ginkel

- Managing director Accenture

Meer opinie