Verzekeraars gaan er met uw inleg vandoor

Auteur: Mathijs Bouman | 30-11-2006

Verzekeraars gaan er met uw inleg vandoor

Maar liefst 40 procent van de jaarlijkse inleg voor een beleggingshypotheek bereikt de aandelenmarkt nooit, schrijft het Financieele Dagblad vanmorgen. Het geld gaat op aan kosten, verzekeringspremies en tussenpersonen.

'Complex, ondoorzichtig en duur', zo vatte de Autoriteit Financiële Markten (AFM) onlangs de markt voor beleggingshypotheken samen. Gerrit Zalm sloot zich bij deze analyse aan. Hoe duur beleggingshypotheken zijn, blijkt ook uit uitlatingen van de directeur van het Verbond van Verzekeraars, Richard Weurding, vanochtend in het FD. Slechts 60 procent van de inleg wordt belegd, vertelt hij met droge ogen, 15 tot 20 procent gaat op aan premies voor de bij de hypotheek afgesloten levensverzekering, en 20 tot 25 procent verdampt in de administratieve rompslomp en het verkoopapparaat.

Het zijn ongelooflijke percentages - die tot nu toe angstvallig geheim zijn gehouden voor de Nederlandse huiseigenaren. Ze zaten verstopt in vage polissen en werden verborgen achter mooie praatjes over hoge beleggingsrendementen en lage maandlasten. En zelf nu houdt het Verbond van Verzekeraars nog vol dat het 'niet onvoordelig is om voor een beleggingshypotheek te kiezen'. Hm. Zou het werkelijk? Welk rendement is nodig om bij 40 procent kosten, beleggen als 'niet onvoordelig' te omschrijven? Daar valt wel een schatting van te maken. Stel de spaarrente is 3%. Wie ieder jaar 100 euro op een spaarrekening zet heeft na dertig jaar 4900 euro. Je kunt de 100 euro ook aan het de heer Weurding (of een van zijn collega's) geven. Hij houdt 40 euro zelf, en belegt 60 euro. Om na dertig jaar de opbrengst van de spaarrekening te evenaren, is een jaarlijks rendement van 6% nodig. Dertig jaar lang. Niet onmogelijk, maar zeker niet gegarandeerd. En daarbij is een vergoeding voor het grotere risico van beleggen nog niet eens meegenomen. 'Ho wacht', zegt Weurding. 'Dat is niet eerlijk, want 20 procent is premie voor de levensverzekering, daar krijgt de huiseigenaar dus echt iets voor terug'. Daar zit wat in. Maar hoe redelijk is eigenlijk om 20 procent van de inleg te besteden aan een levensverzekering? Om daar achter te komen zijn wat veronderstellingen nodig. Ga er voor het gemak van uit dat alle huiseigenaren hun hypotheek in dertig jaar volledig (lineair) aflossen. Iedere beleggingshypotheek wordt verstrekt aan een koppel, en beide levens vallen onder de levensverzekering. Man en vrouw zijn op het moment van het kopen van het huis dertig jaar oud. Ze zijn dus zestig als het huis is afgelost. Volgens cijfers van het CBS is de kans dat iemand tussen het dertigste en zestigste levensjaar overlijdt 6,6%. De kans dat een van beide partners tijdens de looptijd van de hypotheek sterft, en de levensverzekering moet uitkeren, is dus 13,2%. Uitgaande van een constante jaarlijkse sterfkans, zou de verzekering gemiddeld de helft van het oorspronkelijke leenbedrag moeten dekken (de andere helft is al afgelost). In een gemiddeld jaar moet de levensverzekeraar dus 6,6% van de totale gedekte hypotheekschuld uitkeren. En daarvoor vraagt de verzekeraar maar liefst 15 tot 20% van de inleg! Zelfs als die inleg alleen maar zou bestaan uit aflossing, is dat een factor drie te veel. Het is zelfs nog doller. De kans op sterven neemt natuurlijk toe met de ouderdom. Er gaan dus vooral huiseigenaren dood die al veel hebben afgelost. Uitgaande van de sterftecijfers van het CBS, bedraagt de gemiddelde jaarlijkse uitkering van de verzekeraar minder dan 2,1% van de initiële schuld. Om twee procent uit te kunnen keren, houden de verzekeraars het tienvoudige in. Richard Weurding en zijn kompanen hebben nog heel wat uit te leggen

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

Meer opinie