Een beter klimaat begint bij keuzes

Auteur: Paul Groothengel | Beeld: Aad Goudappel | 09-05-2016

Een beter klimaat begint bij keuzes

Wat kunnen bedrijven, overheid en consumenten doen om de doelen te realiseren die tijdens de klimaattop van Parijs werden vastgesteld? Een ding is duidelijk: het is tijd om keuzes te maken. Gelukkig zijn er veel opties.

De klimaattop van Parijs, ook wel COP21 genoemd, leidde begin december vorig jaar tot het afsluiten van een akkoord dat na ratificatie door 55 landen dit jaar in New York zal worden ondertekend. De kern van het akkoord: een bovengrens van twee graden opwarming van de aarde, met het streven om de opwarming beperkt te houden tot anderhalve graad. Om dat doel te bereiken, moet er snel een eind komen aan het gebruik van fossiele brandstoffen, de belangrijkste oorzaak van overmatige CO2-uitstoot en versterking van het broeikaseffect.

DUURZAAM AANDEEL
Deze wereldwijde klimaatovereenkomst is een aanmoediging om de transitie naar schonere energie te versnellen. Ons kabinet volgde kort na ‘Parijs’ begin dit jaar met het Energierapport, met daarin de doelstelling voor een volledig duurzame energievoorziening in 2050. Nuon verwelkomt dit uitgangspunt en benadrukt, samen met Greenpeace, dat het stellen van tussendoelen cruciaal is: wat willen we in 2030 bereikt hebben en welke regels en stimuleringsmaatregelen horen daarbij? Nuons investeringsagenda is gericht op het uitbreiden van duurzame energie. Ook de komende jaren kiest Nuon voor verdere uitbreiding van windenergie, inzet van duurzame stadsverwarming en het helpen van klanten met nieuwe oplossingen en diensten, zoals elektrisch vervoer via onze laadpalen en eigen opwek met bijvoorbeeld zonnedaken.


GROEI OP ZEE
Dat het aantal windmolens in Nederland de komende jaren substantieel moet toenemen, staat voor menigeen buiten kijf. Uitbreiding van windmolenparken op land is hard nodig, maar de ruimte van ons dichtbevolkte land is beperkt. Daarom zal de meerderheid van de groei na 2023 (het eind van het Energieakkoord) met wind op zee gerealiseerd moeten worden. Met name de Noordzee is daarvoor ideaal: relatief ondiep en relatief dicht bij het land, wat de kosten voor het plaatsen van de windmolens, het onderhoud en het transport van de opgewekte windenergie relatief laag houdt. Bovendien levert een windturbine op de Noordzee meer schone elektriciteit op dan een windmolen op land, waar het nou eenmaal gemiddeld minder hard waait dan op zee.


RESTWARMTE HERGEBRUIKEN
Duidelijk is dat de overheid keuzes moet maken en kaders moet vaststellen voor de richting waarin de gehele energiesector zich moet bewegen, in overleg met alle relevante stakeholders, want een breed draagvlak is belangrijk. Een van die mogelijke keuzes is het gebruik van stadswarmte. Stadswarmte maakt gebruik van industriële restwarmte die overblijft bij energiecentrales, fabrieken of verbranding van afval. Deze warmte verdwijnt normaal gesproken in de lucht of het oppervlaktewater, maar kan dus worden ingezet om woningen, bedrijven, instellingen en stadions in de omgeving te verwarmen en van warm water te voorzien. Hierdoor is er minder aardgas nodig en wordt de uitstoot van CO2 met tot wel tachtig procent teruggebracht. Om het systeem flexibeler te maken, heeft Nuon in Diemen een warmtebuffer voor de opslag van warmte uit twee warmtekrachtcentrales. Door de warmteopslag kan Nuon de centrales efficiënter inzetten en beter pieken van warmtevraag opvangen, wat leidt tot een besparing van brandstof en CO2-uitstoot. In niet-stedelijke gebieden is de aanleg van warmtenetten vaak niet haalbaar, daarom werken we steeds meer met warmtepompsystemen in dergelijke gebieden. Dit vraagt naast de inzet van warmtepompen ook aanvullende investeringen in het elektriciteitsnetwerk. De optimale keuze van de juiste infrastructuur in welk gebied, warmtenetten of all electric als vervanger van de huidige aardgasinfrastructuur, is een planologische uitdaging waar lokale overheden de regie in zullen hebben.


SAMEN VERDUURZAMEN
De rollen in het nieuwe energielandschap worden diffuser; consumenten krijgen steeds meer mogelijkheden om hun eigen energie op te wekken, bijvoorbeeld met zonnepanelen. Zo is powerpeers een goed voorbeeld van het nieuwe energielandschap. Dit is een platform waarop kleinverbruikers zelf kiezen bij welke lokale duurzame energiebron zij hun elektriciteit en gas inkopen en waar ze zowel afnemer als leverancier kunnen zijn. Samenwerking met klanten gaat binnen de energiesector idealiter verder dan alleen afnemer-leverancier van stroom. Zo is Nuon partner van de Amsterdam Arena, waarbij we naast een zonnedak ook zorgen voor de levering van duurzame warmte en koude. Ook elektrisch vervoer is een van de speerpunten; van de totale CO2-uitstoot wordt in Nederland immers ruim twee derde veroorzaakt door emissies in transport en warmtegebruik. Nuon heeft een van de grootste laadinfrastructuren van Nederland. Ook op dit gebied werken we samen, zoals met onze partner Heijmans in de gemeente Utrecht (driehonderd oplaadpunten) en Amsterdam (vierduizend oplaadpunten).


TE ROOSKLEURIG
Veel burgers geven de voorkeur aan duurzame energievoorziening, maar in hun rol als consument is de ‘p’ van prijs vaak dominant. Daarom is het een goede gedachte van het kabinet om met de burger in dialoog te gaan over de energietransitie. Samen met het bedrijfsleven en de overheid zijn het de burgers die met hun keuzes een beslissende invloed uitoefenen op het tempo en de aard van de energietransitie. Hun belangen moeten zorgvuldig afgewogen worden. Het verkrijgen van voldoende maatschappelijk draagvlak voor ingrijpende aanpassingen is cruciaal. Dat betekent dat zowel overheid als bedrijven burgers optimaal moeten betrekken bij het hoe en waarom van grootschalige vormen van duurzame stroomproductie, zoals de aanleg van windparken en ook bij het stimuleren van bijvoorbeeld eigen opwek en energiebesparing. Consumenten hebben massaal een te rooskleurig beeld van de energievoorziening in ons land: uit onderzoek blijkt dat ze denken dat Nederland al behoorlijk wat duurzame energie gebruikt. In werkelijkheid worden voor bijna 95 procent van het verbruik fossiele brandstoffen aangewend. Nuon probeert de bewustwording zo goed mogelijk te vergroten via onder meer klantenpanels, waarbij we in gesprek gaan met onze klanten, zowel burgers als bedrijven. Zoals bij de aanleg van het windmolenpark Wieringermeer, dat na de start van de bouw in 2018 280.000 huishoudens van groene stroom zal voorzien.


SPRONG VOORWAARTS
Technologische innovaties zijn hard nodig: een mooi voorbeeld daarvan is koolstofvrij gas. Een volledige transitie van kolen naar gas als brandstof van elektriciteitscentrales zorgt voor een vermindering van de CO2-uitstoot met ruwweg de helft, omdat steenkool twee keer meer koolstofatomen bevat dan gas. Een volgende sprong voorwaarts is de koolstofatomen geheel uit het gas weg te ‘filteren’. Koolstofvrij gas is uitermate duurzaam; bovendien kan de opgevangen koolstof gebruikt worden in de chemische industrie, waar de processen nu nog voornamelijk draaien op olie. Een andere uitdaging is grootschalige opslag van opgewekte duurzame energie. In de zomer kunnen we zes keer meer zonne- energie opwekken dan in de winter. De kunst is uiteraard uit te vinden hoe deze zonne-energie efficiënt kan worden opgeslagen in batterijen. Een alternatief waar ook het nodige onderzoek naar wordt gedaan, is het opslaan van overtollige elektriciteit in koolstofvrije duurzame brandstoffen, die ingezet kunnen worden in de huidige gascentrales tijdens de winterperiode. In de winter is er veel vraag naar energie, maar weinig duurzaam aanbod, met name door het tekort aan zonne-energie. Door de inzet van koolstofvrije brandstof maak je op een honderd procent duurzame manier gebruik van bestaande gascentrales in Nederland.


BV NEDERLAND
Er zijn dus voldoende opties om de transitie naar schonere energie werkelijkheid te laten worden. Om de doelen van de meest recente klimaattop te realiseren, moet de politiek keuzes maken en op tijd verschillende methodes inzetten, in samenspraak met de bv Nederland.


TEKST
Anne Korthals Altes, Stijn van den Heuvel, Marco Bosman en Alexander van Ofwegen
Zijn allen werkzaam voor Nuon.


Deze analyse is gepubliceerd in de special 'Klimaattop Parijs' in samenwerking met Nuon, bij Management Scope 03 2016.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

Meer opinie