Hegemonie Amerikaanse economie loopt onvermijdelijk ten einde

Hegemonie Amerikaanse economie loopt onvermijdelijk ten einde
De hegemonie van de Verenigde Staten loopt onvermijdelijk ten einde. Optimisten prijzen de werklust, de hoge R&D-uitgaven en goede universiteiten van de Amerikanen. Maar de wereldmacht is verworden tot een reus met lemen voeten.


Financiële sores
Wereldmachten, zo leert de historie, gaan niet zelden ten onder aan financiële sores. Denk aan het Spaanse Rijk, dat het in de 17e eeuw steeds moeilijker kreeg om de legers te financieren. Ook de neergang van het Nederlandse koloniale imperium in de 18e eeuw, gesymboliseerd door het debacle van de VOC, had niet in de laatste plaats financiële redenen. Het Britse Rijk desintegreerde razendsnel mede doordat Londen na de Tweede Wereldoorlog opeens met grote schulden en begrotingstekorten werd opgezadeld. Het land slaagde er niet meer in de oplopende uitgaven van wederopbouw en bestuur-in-den-vreemde met belastingopbrengsten en inkomsten uit de kolonies te financieren. En uiteindelijk was het een peperdure wapenwedloop met het Westen die in de jaren tachtig de sowieso al lamentabele economie van de Sovjet-Unie helemaal uitholde. Met als gevolg dat het communistische regime in no time de controle verloor over zowel het eigen land als de Oost-Europese satellietstaten.

Te grote voet
"Een wereldrijk slaagt er slechts in zich te handhaven wanneer het netto geen schulden maakt, maar juist in staat is om geld uit te lenen", analyseert Nourel Roubini, hoogleraar economie aan de Universiteit van New York in zijn opmerkelijke publicatie The Decline of the American Empire. Volgens Roubini moet het daarom niemand verbazen als het binnenkort ook gedaan is met de huidige suprematie van de Verenigde Staten.

Imperium in verval
Hij is niet de enige die deze opvatting is toegedaan. Volgens menigeen in en buiten de Verenigde Staten is de Amerikaanse positie als absolute politieke en economische wereldmacht op dit moment al zwaar aangetast. De diepe financiële crisis waarin het land verzeild is geraakt die gepaard gaat met gigantische, door de overheid in gang gezette reddingsoperaties, vormt daarvan een treffende illustratie. Net als het Romeinse Rijk in zijn nadagen blijkt Amerika een imperium in verval. En het heeft er alles van weg dat vooral economische factoren ten grondslag liggen aan die degeneratie.

Verslaafd aan belastingverlaging
Kern van het probleem is dat de Verenigde Staten al tijden op veel te grote voet leven. Zowel op individueel huishoudniveau als macro-economisch. Het land consumeert en importeert veel meer dan het zelf produceert en exporteert. Het begrotingstekort van de aan militaire uitgaven en belastingverlaging verslaafde federale overheid is astronomisch. De Verenigde Staten staan diep in het krijt bij onder meer China, Japan en West-Europa, die de oplopende rentebedragen, aflossingen en nieuwe schulden keer op keer financieren. "In luttele decennia hebben de Verenigde Staten een enorme exportmarkt gecreëerd", schampert de New Yorkse columnist Alexej Bayer. "Helaas niet van olie, auto's of andere goederen, maar van leningen."

Ziekelijke kooplust
Nagenoeg identiek aan de financiële mores van de staat is de manier waarop Amerikaanse burgers hun huishoudboekje kloppend maken. Ook zij geven veel meer geld uit dan dat ze in kas hebben of op hun spaarrekening hebben staan. Voor banken en creditcardmaatschappijen vormt dat kennelijk geen probleem. Die blijken graag bereid geld uit te lenen zodat de Amerikaanse consument telkens weer zijn haast ziekelijke kooplust kan bevredigen.

Het totale consumentenkrediet dat in de Verenigde Staten uitstaat, bedraagt intussen meer dan 6.000 miljard dollar. De voorbije jaren steeg dat bedrag met 750 miljard per jaar. En dan zijn er ook nog de hypotheekleningen die de voorbije jaren bij elke renteverlaging massaal werden overgesloten. De - papieren - overwaarde en de bespaarde rente werden bij elke gelegenheid steevast aangewend voor de aanschaf van een nieuwe auto, een home cinema of andere consumptieve uitgaven. Met de zegen van monetaire autoriteiten maakten burgers van hun huis een soort van geldautomaat.

Koopverslaafde burgers
Op Wall Street speelden zakenbankiers en beleggers intussen een even luguber als gevaarlijk spel met de financiële producten waarin de hypotheken van de koopverslaafde burgers verpakt zaten. De fraaie termen waarmee ze werden aangeduid - zoals structured investment vehicles en collaterized debt obligations - camoufleerden hun licht ontvlambare lading. In elk geval hadden weinigen in de gaten hoe riskant en zwaar overgewaardeerd deze hypotheekproducten waren. Tot voor kort althans. Een geringe terugval van de Amerikaanse economie en huizenmarkt volstond om het hele financiële kaartenhuis omver te blazen.

‘Amerika is doodziek'
De uitbraak van de jongste hypotheek- en kredietcrisis heeft het pessimisme over de houdbaarheid van de Amerikaanse welvaart alleen maar verder aangewakkerd. ‘Amerika is doodziek', ‘Het systeem deugt niet', en ‘Dit valt niet vol te houden', kopten de voorbije maanden enkele vooraanstaande Amerikaanse publicaties. De auteurs van die opiniestukken krijgen bijval van een groeiende groep economen en politieke beleidsmakers.

R&D-uitgaven
Toch zijn er ook wetenschappers en publicisten die fel bestrijden dat de Verenigde Staten hun koppositie binnen afzienbare tijd zullen kwijtraken. Maar die groep - en het aantal argumenten dat ze voor hun opvattingen aandragen - krimpt gestaag. David Brooks is zo iemand die zijn land hartstochtelijk blijft verdedigen. Ruim twee jaar geleden schreef deze Amerikaanse opinieleider een stuk in de New York Times met de raillerende titel The Nation of the Future. Dat sloeg dus niet op China of India, maar op de Verenigde Staten. "Heeft Amerika zijn vitaliteit verloren?" luidde Brooks' kernvraag. "Nee", was zijn antwoord. Amerikanen werken nog altijd keihard. Ze vieren bijvoorbeeld veel minder vakantie dan Europeanen. Amerikaanse werknemers mogen dan misschien wel relatief duur zijn, maar hun productiviteit behoort vrijwel in elke sector van de economie tot de hoogste ter wereld. Bovendien, merkt Brooks op, zijn de Verenigde Staten goed voor 40 procent van alle investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Het bedrag is in elk geval groter dan de R&D-uitgaven van de rest van de landen in de G-7 samen. Brooks relativeert de volgens sommigen afnemende mondiale betekenis van de Amerikaanse economie. "Het aandeel van de VS in de wereldeconomie bedroeg in 1971 precies 30,52 procent. In 2004 was dat aandeel met 30,74 nota bene nog een fractie groter!"

Ontegenzeglijk waar is ook dat de Verenigde Staten nog altijd een enorme aantrekkingskracht uitoefenen op mensen in de hele wereld die zichzelf willen verheffen en initiatieven willen nemen. De kwaliteit van de academische opleidingen is er onovertroffen. Brooks: "Van de beste dertig universiteiten ter wereld, staan er tweeëntwintig in de Verenigde Staten." Hij had daaraan toe kunnen voegen dat Amerika voorop loopt in de ontwikkeling van nieuwe patenten en op veel belangrijke wetenschappelijke terreinen (elektronica, chemie, natuurkunde en biotechnologie) nog altijd de dienst uitmaakt.

Wereldmerken
De Verenigde Staten blijven ook dominant als cultuurdrager. Producten van de amusementsindustrie worden vertoond en vertaald over de hele wereld. Disney-speelgoed vind je van Chili tot Zuid-Korea. Wereldmerken als Coca-Cola, Nike, Microsoft, McDonald's en IBM mogen dan veel van hun activiteiten naar elders hebben verplaatst, hun hoofdkwartieren staan nog altijd in de Verenigde Staten. Dat is van groot belang. Want het veelal Amerikaanse management van deze concerns houdt zo de macht om de route van investerings- en kapitaalstromen te bepalen.

Nog een belangrijke verworvenheid: zakendoen kan in Amerika zonder al te veel belemmeringen. Samen met Nieuw-Zeeland en Singapore voeren de VS steevast de mondiale ranglijst van meest ondernemersvriendelijke landen aan. De wet- en regelgeving van de overheid is niet excessief, de belastingen zijn gematigd, de arbeidsmarkt is geliberaliseerd, werknemers zijn relatief goed geschoold, de infrastructuur is okay, van corruptie is er überhaupt geen sprake. En tegelijk is de concurrentie tussen bedrijven vrijwel nergens scherper dan in Amerika.

Autofabrikanten overvleugeld
Supporters van het Amerikaanse ‘systeem' zorgen voor een gezonde nuancering van het soms al te pessimistische beeld dat criticasters van de Verenigde Staten tekenen. Brooks' betoog kan echter niet versluieren dat het land structureel ernstige financiële en economische problemen heeft. Het is bijvoorbeeld veelzeggend dat Amerika sinds de jaren zeventig in diverse belangrijke industriële sectoren zijn leidende positie is kwijtgeraakt. Autofabrikanten als General Motors, Ford en Chrysler zijn zelfs in eigen land overvleugeld door Toyota, Nissan en BMW.
De elektronica-industrie is voor een belangrijk deel naar Azië overgeplaatst. De oliewinning is gestaag teruggelopen, staalbedrijven worden één voor één door Russische en Indiase bedrijven overgenomen en gesaneerd. Zelfs de Amerikaanse landbouw legt het - ondanks de goedkope dollar - op de wereldmarkt in toenemende mate af tegen concurrentie uit Latijns-Amerika en Europa.

Pijnlijk is dat juist sectoren die tot zeer recent als speerpunt van de Amerikaanse economie te boek stonden, dezer dagen de zwaarste klappen incasseren. Behalve de auto-industrie is dat de financiële sector. Die zag in een mum van tijd banken en verzekeraars van naam en faam (zoals Bear Stearns, Lehman Brothers, Merrill Lynch, Fannie Mae, Freddie Mac en AIG) ten onder gaan. Zelfs het zelfstandige voortbestaan van Goldman Sachs en Morgan Stanley, iconen van het Amerikaanse kapitalisme, is wegens de kredietcrisis niet langer gegarandeerd. De overheid schiet de financiële sector nu met vele honderden miljarden dollars te hulp om een ‘systeemcrisis' en wereldwijde recessie te voorkomen. De ironie wil dus dat juist de leiding van het gidsland van het vrije ondernemerschap in arren moede heeft besloten om grote delen van het bank-, hypotheek-, en verzekeringswezen te nationaliseren. "We mogen ons wel tot USSRA omdopen", vindt hoogleraar Nourel Roubini, "de United Socialist State Republic of America."

Remmende voorsprong
De belangrijkste representant van het continent dat de Nieuwe Wereld heet, is allang niet meer zo nieuw, innovatief en vooruitstrevend. Net als in het verleden andere grootmachten overkwam, valt Amerika ten prooi aan de wet van de remmende voorsprong. Het begrip ‘wet' zegt het al: zo'n trend is gewoon onontkoombaar. Terwijl de snelheid van ontwikkelingen in de Verenigde Staten terugloopt, wordt elders in de wereld het tempo opgevoerd. Niet zozeer in West-Europa, als wel in Azië. De gemiddelde economische groei in de Verenigde Staten bedroeg het afgelopen decennium amper 2,5 procent. Tegelijkertijd nam het bruto nationaal product van landen als China en India toe met 8 à 10 procent per jaar. Europese, maar vooral ook Amerikaanse internationaal opererende bedrijven outsourcen hun productie en diensten massaal. Azië geldt al enige decennia als de belangrijkste mondiale werkplaats. Een snelgroeiend percentage van de spullen in en rond westerse huizen, bedrijven en kantoren heeft het predicaat Made in China.

Dollardaling
De optimist David Brooks zal het liever niet willen horen, maar in de afgelopen drie, vier jaar is het relatieve belang van de Amerikaanse economie zwaar onder druk komen staan. De 30,74 procent van het wereldtotaal uit 2004 is inmiddels tot onder de 27 procent gedaald. De verklaring voor dat grote verschil schuilt niet eens zozeer in de Amerikaanse economische ‘stagnatie', als wel in de dollardaling. Eurolanden hoeven niet eens te groeien om te stijgen op de wereldranglijst, simpelweg omdat hun in euro's genoteerde BBP wordt omgerekend naar
goedkope Amerikaanse dollars. Een sterke economie creëert een sterke valuta, luidt een bekend axioma. Het omgekeerde is ook waar. De dramatische waardedaling van de Amerikaanse dollar ten opzichte van onder meer de euro, de yen en de Russische roebel (!) reflecteert dan ook de algemene opinie in de financiële wereld over de economische kracht - of liever: de economische
zwakte - van de Verenigde Staten. Paradoxaal genoeg hebben Amerikaanse politici en beleidsmakers sinds begin jaren '80 een beleid gepropageerd dat, zeker in theorie, borg staat voor economische groei en dynamiek. Supply side economics, toegepast door de Republikeinse presidenten Ronald Reagan en vader en zoon Bush, zorgden echter tevens voor grote handelstekorten. Draconische belastingverlagingen vraten de inkomsten van de overheid aan. En dat terwijl het land per jaar vele honderden miljarden dollars extra nodig heeft voor het voeren van dubieuze oorlogen in Irak en Afghanistan. Bovenal illustreert echter de huidige kredietcrisis het failliet van het (monetaire) beleid in de Verenigde Staten gedurende de afgelopen decennia. Want zodra economische groeicijfers even tegenvielen, besloot Alan Greenspan - van 1987 tot 2006 president van de Fed, het stelsel van Amerikaanse centrale banken - direct de rente te verlagen en daarmee de geldkraan wijd open te draaien. Burgers en bedrijven konden dan goedkoop geld krijgen en hielden het circus zo weer even draaiende. Het deed denken aan de kat die zijn eigen staart najaagt. Of aan een racewagen zonder remmen, die met een snelheid van 300 kilometer per uur een betonnen muur nadert.

Misplaatst leedvermaak
De commentaren op de impasse waarin de Verenigde Staten verkeren zijn niet zelden doordesemd met leedvermaak. Dat leedvermaak is echter misplaatst. Want ook elders in de wereld, zelfs in de landen die de hegemonie van de Verenigde Staten bedreigen, worden de gevolgen van de Amerikaanse crisis voelbaar. Denk daarbij vooral aan, opnieuw, China. Dat land is namelijk op Japan na de grootste financier - en daarmee ook schuldeiser - van de Verenigde Staten. Hoe zwakker Amerika, hoe zwakker de dollar. En hoe geringer de waarde van de vorderingen die China op de VS heeft uitstaan. China geldt ook als de grootste bevoorrader van de Amerikanen. Dik 40 procent van de Chinese export gaat richting VS. Dat maakt de Chinese economie bijzonder gevoelig voor een Amerikaanse recessie of stagnatie. Anders gezegd: zodra het groeitempo in de Verenigde Staten terugvalt, vermindert ook de snelheid waarmee de mondiale concurrentie kan pogen 's werelds belangrijkste economie in te halen. Hoe dan ook, het zwaartepunt van de wereldeconomie zal geleidelijk gaan verschuiven. Amerika wordt minder en minder dominant in industriële productie, in landbouw, ja zelfs in dienstverlening. De optater die
de New Yorkse haute finance te verduren kreeg, dreunt waarschijnlijk nog lang na.

Voorbijgestreefd
Nog geen twintig jaar geleden leek de Amerikaanse alleenheerschappij voor lange tijd verzekerd. De Koude Oorlog was gewonnen; China, Rusland en Oost-Europa flirtten met de markteconomie; vrijhandelsverdragen legden de wereld open. Hoe anders is de situatie nu! Amerika wordt niet geaccepteerd als de politieagent van de wereld. In Beijing, Moskou en oliestaten als Venezuela is een zekere vorm van staatskapitalisme geïntroduceerd. Nationale belangen zijn mondiale interesses gaan overheersen. De hegemonie van - in SP-jargon - ‘het Amerikaanse neo-kapitalisme' behoort, zeker na de kredietcrisis, tot het verleden. Op andere fronten is de kracht van de Verenigde Staten eveneens tanende. Neem de ruimtevaart, ooit de trots van alle Amerikanen. Het Space Shuttle-programma loopt nu ten einde, deels vanwege ouderdom, deels uit veiligheidsoverwegingen. Nieuwe ruimtevaartuigen zijn op zijn vroegst in 2015 voorzien. Voor het in de ruimte brengen van astronauten zijn de Verenigde Staten tot die tijd op Russische Sojoezraketten aangewezen. Van meer dan triviale betekenis is ook dat Amerika bij de Olympische Spelen in Beijing door China werd voorbijgestreefd als 's werelds beste sportland. Zelfs de Amerikanen zelf beginnen het te begrijpen: hun hegemonie loopt op haar einde, het tij is niet meer te keren.

Lees ook:
> Biografie Barack Obama
> Obama revitaliseert Amerika
> Het economische beleid van Obama en de gevolgen voor Europa
> General Motors: faillissement is optie
> Dag dollar!

facebook