Roep vooral niet te gauw: Dit is discriminatie

Auteur: Hans Crooijmans | 03-11-2006

Roep vooral niet te gauw: Dit is discriminatie
Er is goede reden om bezorgd te zijn over de werkloosheid onder ethnische minderheden. Maar ligt het alleen aan de vooroordelen van allochtonen dat ze zo zwak staan?

Als we vakbonden en linkse politici moeten geloven, dan zijn veel werkgevers in Nederland rascisten. Als we het jongste onderzoek onder werknemers moeten geloven, dan maakt het hen niet uit of Arie danwel Ali komt solliciteren. Beide stellingen deugen niet. Er zijn zat werkgevers die grote moeite doen om minderheden in dienst te nemen en zelfs hun eisen bijstellen om daarin te slagen. Daarnaast is onomstoteljk bewezen dat iemand die identieke cv's rondstuurt, veel meer kans maakt op een gesprek als hij de naam De Groot opgeeft in plaats van Bouali.

Zo komen we niet verder. Dus eerst de feiten. Vast staat dat de werkloosheid onder etnische minderheden ruim drie keer zo groot is dan die onder blanke Nederlanders. Iedereen weet ook dat dit verschil grotendeels wordt verklaard door de relatief lage opleiding van immigranten en hun slechte beheersing van de Nederlandse taal. Toch beschuldigen ook hoger opgeleide Turken en Marokkanen werkgevers van discriminatie. Niet alleen bij sollicitaties, ook omdat ze minder kans op promotie zouden maken. Gelukkig is er enorm veel onderzoek naar de achtergronden van discriminatie op de arbeidsmarkt gedaan. Een van de opvallendste conclusies is dat allochtonen, ook hoger opgeleiden, zelf vaak mede debet zijn aan hun minder steile loopbaan en lage arbeidsparticipatie. Ze nemen bijvoorbeeld te vaak genoegen met werk beneden hun niveau. Onderzoek uit 1999 van A. Ode en J. Dagevos (niet online beschikbaar) geeft hiervoor als verklaring: 'Het ontbreekt hooggekwalificeerde allochtonen vaak aan voldoende zelfvertrouwen, de juiste netwerken en de meest geschikte instelling om te solliciteren op banen voor hooggekwalificeerd personeel.' Anders gezegd: allochtonen zijn minder ambitieus dan autochtonen. Werkgevers zien dat en hebben daardoor weinig vertrouwen dat ze in een hogere functie zullen slagen. Ook verschil in perceptie verklaart veel welles-nietes spelletjes rond discriminatie. Iemand denkt dat hij wordt gepasseerd omdat zijn kleur of geloof de organisatie niet aanstaat. Maar misschien waren er gewoon beter gekwalificeerde, autochtone kandidaten. Een allochtoon kan zich gediscrimineerd voelen. Wat nog niet wil zeggen hij dat daadwerkelijk is. Blijft overeind - zie het voorbeeld De Groot en Bouali - dat veel werkgevers een negatief beeld hebben van ethnische minderheden. Deels komt dit doordat een feitelijk correct groepsbeeld ('relatief veel Marokkanen zijn crimineel') wordt doorgetrokken naar het individu. Verkeerd natuurlijk, maar niets menselijks is de mens vreemd. En dan nog iets: in een land als Duitsland is discriminatie een veel minder groot probleem. Daar blijken ze wel veel hogere functies te bekleden. Meest gehoorde verklaring is dat ze met 'de baas' in contact komen en dat die baas hen dan leert waarderen. Duitse Turken bijvoorbeeld zijn massaal lid van een vakbond en goed vertegenwoordigd in ondernemingsraden. In Nederland nemen allochtonen niet de moeite zich te organiseren. Dus slagen ze er niet in de vicieuze cirkel te doorbreken. Is het dan wel fair om alleen werkgevers aan te vallen.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

White collars working blue

Van knelpunt in uw operationeel proces naar meetbaar en blijvend resultaat? Kijk hoe First Consulting dit samen met uw medewerkers aanpakt. >> Bekijk filmpje

Meer opinie