Eckart Wintzen: de idealistische realist

Auteur: Hans Crooijmans | 25-03-2008

Eckart Wintzen: de idealistische realist

Hij noemde zichzelf altijd en overal ‘een realist, geen idealist'. Eckart Wintzen hoopte dat zijn ideeën over ondernemerschap en management in brede kring navolging zouden krijgen. Maar hij maakte zich weinig illusies over de omvang van zijn ware aanhang.

Daarmee bleef de afgelopen weekeinde door een hartstilstand dodelijk getroffen Wintzen (68) een buitenbeentje. Hij was de man die vaak werd gevraagd om te spreken over zijn ‘celdeling'-filosofie en andere originele management gedachten. Hij hield zijn gehoor dan een spiegel voor, analyseerde heel raak de makken van grootschaligheid en dreef de spot met de bedrijfsbureaucratie en regelzucht van managers. Maar hoe overtuigend en onderhoudend hij zijn boodschap ook wist te brengen, zijn toehoorders besloten doorgaans toch lekker alles bij het oude te laten.

Eckart Joachim Wintzen, zoon van een huisartsenechtpaar, wist dat. Zoals hij ook wist dat zijn permanente kruistocht voor een beter milieu zelfs bij eigen medewerkers nauwelijks aansloeg.
Niettemin, hij was een coryfee. Op de eerste plaats als ondernemer. Voor een tientje maakte Wintzen in 1973 het zwaar verwaarloosde Bureau voor Systeem Ontwikkeling (BSO) los van de Amerikaanse moeder. In de daaropvolgende vijftien jaar ontpopte het bedrijf zich tot het grootste en beste van de Nederlandse automatiseringsbranche.

De sleutel tot dat succes vormde de bijzondere mangementmethode van Wintzen: celdeling. Zodra een business unit van BSO was uitgegroeid tot 50, 60 of 70 medewerkers, dan werd die met een grote mate van zelfbestuur gezegende eenheid in twee delen gesplitst. Zo bewerkstelligde Wintzen dat er geopereerd werd als een team, dat de bureaucratie werd ingedamd en dat klanten de aandacht kregen die ze verdienden.
De overname van de automatiseringsafdeling van Philips, beginjaren '90, luidde het einde in van het BSO-model. In 1994 werd zelfs verlies geleden, het eerste sinds 1977. Wintzen was dan wel - in weerwil van zijn studentikoze uiterlijk en imago - geen zwever of softie. Maar BSO/Origin, zoals het bedrijf toen heette, snakte naar verzakelijking. Vandaar dat de van Sara Lee afkomstige Henk Cohen als CEO werd binnengehaald.

Op de persoonlijke website van Wintzen staat nog altijd de weerslag van het interview dat ik in die roerige tijd met het gelegenheidsduo had. Het verhaal zegt iets over hoe hij in elkaar stak en verklaart misschien ook de nukkigheid waarmee Wintzen mensen soms bejegende. Hijzelf lette bijvoorbeeld wel op luxe uitgaven. Maar of De BSO'ers in al die zelfstandige cellen dat ook deden? Hijzelf reed een Renaultje Clio; Cohen zoefde dagelijks in een Citroen XM tussen Utrecht en woonplaats Wassenaar.


Wintzen verafschuwde ook de lease-auto, maar wist die milieuonvriendelijke standaard-arbeidsvoorwaarde zelfs binnen zijn eigen bedrijf geen halt toe te roepen. ‘Ego en auto zijn kennelijk nog te veel met elkaar verweven', verzuchtte hij. ‘Voor een ontvlechting van die twee, krijg ik de handen nog niet op elkaar.'
Typisch Wintzen. De realist won het altijd van de idealist.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 5 | 1 Waardering

Meer opinie