Langer werken, waarom nu pas?

Auteur: Hans Crooijmans | 11-01-2008

Langer werken, waarom nu pas?

Vakbonden zullen er wel weer anders over denken, maar de belangrijkste boodschap die de hoogste ambtenaar op het ministerie van Economische Zaken brengt is terecht: Nederlanders zouden langer moeten werken. Zowel in uren als in jaren.

In zijn traditionele Nieuwjaarsartikel in economenblad Economisch Statistische Berichten (ESB) maakt secretaris-generaal Chris Buijink zich grote zorgen over de momenteel krappe arbeidsmarkt in Nederland. Het is maar goed dat de Polen er zijn, laat hij weten, anders hadden er in september nog veel meer dan 236.000 vacatures opengestaan.

Dat moge zo wezen, maar je vraagt je wel af of de overheid waarvan Buijink deel uitmaakt wel voldoende doet of heeft gedaan om mensen te activeren. Sowieso is hij met zijn oproep tot langer werken rijkelijk laat.


De feiten liggen er immers al vele jaren: in Nederland wordt relatief weinig gewerkt. Decennialang had dat onder meer met de geringe arbeidsparticipatie van van vrouwen te maken. Nederlandse vrouwen schikten zich lange tijd in een huishoudelijke rol. Pas sinds een jaar of tien, vijftien geleden stromen ze massaal de arbeidsmarkt op.


Beginjaren '80 werd bovendien - in het kader van recessie en de herverdeling van werkgelegenheid - de werkweek voor grote groepen werknemers stevig ingekort. Die ooit als tijdelijk bedoelde maatregel, is later slechts in bescheiden mate teruggedraaid.


Het arbeidsaanbod is sindsdien kunstmatig laag gehouden. Bijvoorbeeld door honderdduizenden ‘overtollige' werknemers via een handjeklap met werkgevers de WAO (de meest aantrekkelijke uitkering) in te jagen. Of door werknemers van 57 of ouder via ‘reorganisaties' en vut-regelingen massaal - en definitief - naar huis te laten gaan.


Eenmaal ingesleten patronen zijn moeilijk los te laten. Vrouwen werken nu wel massaal, maar nemen veelal genoegen met (kleine) deeltijdbaan. In het land met de ogenschijnlijk gezondste populatie ter wereld, belandt een verontrustend snelgroeiende groep jongeren in de jeugd-WAO regeling, de Wajong. Een werkweek van 40 uur is nog in vrijwel geen enkel bedrijf of sector de norm. En zelfs bij de overheid vertrekken oudere werknemers nog altijd met voorrang.


Toch zouden volgens Buijink - zeker gelet op de vergrijzing van de bevolking - juist de ouderen moeten zorgen voor een groter arbeidsaanbod. Echter, die zijn volgens hem daartoe vaak ‘onvoldoende bereid' (afvloeiings- en uitkeringsregelingen zijn nog immer te aantrekkelijk) of ‘onvoldoende in staat' (veel lager opgeleiden hebben, in ambtenaarsjargon, ‘de aansluiting met de arbeidsmarkt verloren').


Het komt nog altijd zelden voor dat iemand op zijn werk de officiële pensioenleeftijd van 65 jaar haalt. Heeft het dan wel zin om, zoals Buijink voorstelt, net als in onder meer Duitsland, Groot-Brittanië en Zweden, de kant van een hogere pensioenleeftijd op te gaan?


Jazeker, want er zal dan langer gespaard moet worden voor hetzelfde pensioen en ook de AOW-uitkering zal pas later ingaan. Trouwens, de AOW-leeftijd van 65 jaar stamt uit de tijd van Bismarck, toen vrijwel niemand die mijlpaal haalde. Inmiddels ‘trekt' de gemiddelde Nederlander meer dan vijftien jaar.


Gevreesd moet worden dat het nog jaren duurt voordat de politiek (en vakbeweging) zich aan het optrekken van de pensioenleeftijd zal wagen. Verlenging van de werkweek zou op korte termijn wel soelaas kunnen bieden. Wat maakt het uit, twee of vier uurtjes per week extra? Zeker als daar, dankzij fiscale maatregelen, een navenante salarisstijging tegenover staat. Helaas is langer werken in slechts weinig cao's een thema. Vakbonden houden het arbeidsaanbod liever schaars. En tegelijkertijd maar klagen over Oost-Europeanen.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

Strategische HR

In dit dossier

White collars working blue

Van knelpunt in uw operationeel proces naar meetbaar en blijvend resultaat? Kijk hoe First Consulting dit samen met uw medewerkers aanpakt. >> Bekijk filmpje

Meer opinie