Les uit Frankrijk voor Nuon en Essent

Auteur: Hans Crooijmans | 04-09-2007

Les uit Frankrijk voor Nuon en Essent
De Franse president Nicolas Sarkozy drukte afgelopen weekeinde persoonlijk even de fusie erdoor tussen Gaz de France en Suez. Zo creeërt Parijs na EDF een tweede top-vijfspeler in de mondiale energiesector.

Terwijl Frankrijk eens te meer een demonstratie geeft van een sterk staaltje nationale industriepolitiek, kijken ze in Den Haag met de armen over elkaar toe hoe bestuurders van Essent en Nuon bezig zijn een toch al overtijdige fusie te frustreren.
Het is waar, Nederland is geen Frankrijk. ‘We' zijn stukken kleiner, betekenen relatief weinig. Maar vooral: Nederlanders beheersen het politieke en economische machtspel lang niet zo goed als Fransen.


Kijk maar naar de ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar in de energiewereld. Terwijl vroegere ministers van Economische Zaken als Hans Wijers en Annemarie Jorritsma het evangelie van de geliberaliseerde Europese energiemarkt predikten, sloegen hun collega's in omringende landen het allemaal rustig gade.
De energievoorziening is, zo dient iedereen te weten, voor elk soeverein land cruciaal. Zolang er nog geen vrije Europese markt bestaat, is er geen reden de nationale deur open te zetten met het risico dat - in geval van energieschaarste - in Parijs of Frankfurt wordt beslist of het licht in Nederland al dan niet aangaat. De meeste van genoemde landen maakten met de invoering van wetten op vrije concurrentie geen haast. Liever moedigden ze de creatie van ‘nationale kampioenen' aan, die vaak nog op drie velden (productie, netwerkbeheer en distributie) mogen spelen. In Duitsland bijvoorbeeld klonterden E.on en Ruhrgas samen. België zwoer bij de sterk francofone ondernemingen Electrabel en Distrigaz. En nu knopen de Fransen dus Gaz de France en Suez aan elkaar.
De Franse staat houdt in die combinatie met een belang van 35 procent een beslissende vinger in de pap. Om de Euopese Commissie te paaien wordt de meerderheid van de aandelen in dochterbedrijven voor water- en afvalbeheer afgestoten. Maar waar het werkelijk om gaat, de dominantie in gas en elektriciteit, blijft bestaan. Vanuit een positie van kracht en macht, beseft Frankrijk, is het comfortabel de concurrentiestrijd aan te gaan.
Wat gebeurde er onderwijl in Nederland? Een stuk of vijftien versnipperde energiebedrijven probeerden er jarenlang elk voor zich het beste van te maken. De politiek was vooral bezig geïntegreerde bedrijven - dus zowel productie, netwerkbeheer als distributie - uit elkaar te halen. Sommige kleinere spelers, zoals Obragas, werden door buitenlandse partijen opgekocht. Hun aandeelhouders, gemeenten en provincie zagen de zilvervloot binnenvaren.
De grootste drie (Nuon, Essent en Eneco) in Nederland hebben veelal een dolle zigzagkoers gevaren. Eerst met roekeloze en kostbare buitenlandse overnames, projecten en sponsoravonturen. Vervolgens met pogingen om zichzelf in de etalage te plaatsen. En nu wagen dan de grootste twee een ultieme poging om via bundeling van krachten internationaal alsnog een vuist te maken.
Het oogt allemaal niet fraai. Maar neem dat niet alleen de leiding van de energiebedrijven kwalijk. Over hoe een voor de nationale economie essentiele sector het beste kan worden uitgerust voor de toekomst, ontbreekt het in Den Haag al jaren aan inzicht, visie en regie.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

Meer opinie