Sjeiks brengen oliedollars netjes terug

Auteur: Mathijs Bouman | 03-10-2006

Sjeiks brengen oliedollars netjes terug
Het is de grote verrassing van het afgelopen jaar: de olie was duur, maar de Europese economie had er nauwelijks last van. Economen van de Europese Commissie weten het antwoord.

Ze vielen in herhaling. Telkens als de olieprijs weer een nieuw record bereikte, spraken macro-economen hun grote zorg uit. De dure olie zou vroeg of laat de economische groei stil leggen. De wereldeconomie mocht dan niet meer zo afhankelijk zijn van olie als in de jaren zeventig van de vorige eeuw, maar een olieprijs van meer dan $70 moest toch wel desastreuze gevolgen hebben.

Maar de recessie wilde maar niet uitbreken. 'Waar blijft de oliecrisis', vroeg ik zes maanden geleden vertwijfeld op dit weblog. Nu de olieprijs weer wat gedaald is, en het ergste achter de rug lijkt, druppelen de redenen binnen voor het uitblijven van de crisis. De dure olie heeft geen loon-prijsspiraal veroorzaakt. De prijsschok viel gelukkigerwijs samen met aantrekkend consumentenvertrouwen, waardoor de consument zich tijdens het tanken niet van de wijs liet brengen. Het ruime monetaire beleid van de centrale banken zorgde er ondertussen voor dat de stijgende olieprijs geen geldkrapte tot gevolg had, terwijl de appreciatie van de euro de olieprijsstijging voor Europa verzachte. En dan waren er nog de spilzuchtige oliesjeiks. Volgens onderzoek van de Europese Commissie dat gisteren verscheen trokken zij in lange karavanen richting Europa om hun nieuw verdiende oliedollars hier kapot te slaan. De onderzoeker schrijven: 'Voor iedere dollar aan extra opbrengsten van olieleveringen aan het eurogebied, besteedden de olie-exporteurs 74 cent extra aan importgoederen uit het eurogebied'. Driekwart van de olieprijsstijging boemerangde dus gewoon terug onze economie in. Tijdens de oliecrises van de jaren zeventig was dit slechts 59 procent, weten de Europese onderzoekers. De Europese uitvoer naar olie-exporterende landen (de OPEC, maar ook Rusland en Noorwegen) nam in 2005 dan ook fors toe, met maar liefst 23 miljard dollar. Dat is een stijging van 17 procent, of 0,3 procent van het gehele Europese bbp. Het geld ging natuurlijk vooral naar de autoshowrooms van dure Duitse en Italiaanse merken, de warenhuizen in Parijs en Londen en de vakantiepaleisje aan de Franse en Spaanse zandstranden. De gemiddelde Nederlander zal dat niet direct in de portemonnee gemerkt hebben. Maar via een omweg wel. Mede dankzij al die Mercedessen en literflessen Dior die de sjeiks naar hun Golfstaatjes sleepten, bleef de Europese economie op de been. En zo kon ook de Nederlandse economie de periode van dure olie eenvoudig overleven

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

White collars working blue

Van knelpunt in uw operationeel proces naar meetbaar en blijvend resultaat? Kijk hoe First Consulting dit samen met uw medewerkers aanpakt. >> Bekijk filmpje

Meer opinie