Leerkrachten moeten minder klagen

Auteur: Hans Crooijmans | 01-09-2006

Leerkrachten moeten minder klagen
Ik heb aardige vrienden en kennissen die in het onderwijs zitten, maar praat liever niet met hen over hun werk. Reden: die eeuwige klaagzang over lerarentekort, te grote klassen, lastige leerlingen, te lage salarissen.

Tja, denk ik dan, hoe zit het dan met die pakweg vijftien weken vrij per jaar? Hoe komt het dat twee op de drie leraren en onderwijzers financieel genoegen nemen met deeltijdbanen? Is het niet zo dat ze - vooral in het basisonderwijs - grossieren in atv- en studiedagen? En waar in het bedrijfsleven krijg je ouderschapsverlof deels betaald? Het beeld van lerarentekort en de zielige onderwijskracht lijkt onuitroeibaar. Dit komt mede doordat er om de haverklap alarmerende rapporten verschijnen van instanties als de Onderwijsraad.

Zoals dat van gisteren, getiteld: Waardering voor het leraarschap. 'Grotere klassen, minder lessen en een groter risico van voortijdig schoolverlaten (...) als er nu geen maatregelen genomen worden', luidt de onheilspellende aanhef. Anders gezegd: het beroep van leraar moet aantrekkelijk worden gemaakt. De Onderwijsraad doet daartoe vijf aanbevelingen, waarvan de belangijkste uiteindelijk neerkomt op: hogere salarissen. Voor 'een beter carriereperspectief' en om docenten die excellent presteren 'extra te belonen', heet het in de terminologie van de Onderwijsraad. Meer geld, het is het oude liedje. Terwijl de overheid tussen 2000 en 2005(pdf) voor onderwijs al 20 procent extra geld uittrok, het aantal banen in het onderwijs in tien jaar tijd volgens het CBS met ongeveer een kwart steeg en de salarissen de afgelopen jaren ook keurig in de pas met de marktsector liepen. De Onderwijsraad, een adviesorgaan van de minister van Onderwijs, is 'onafhankelijk' staat er op de eigen website, ook 'ten opzichte van het onderwijsveld'. O ja? Meer dan tien van de huidige veertien leden zitten in het onderwijs, als hoogleraar of als directeur van een grote onderwijsinstelling. Anderen houden zich als wethouder of burgemeester beroepsmatig met onderwijs bezig. Waarom niet iemand van buiten dit besloten wereldje erbij gehaald die duidelijk zegt waar het op staat? Namelijk: doorbreek het taboe om de 36- of 38-urige werkweek weer tot de norm te maken. Het onderwijs is verworden tot een sector waarin vrijwel louter vrouwen (nu al ruim 70 procent van het totaal!) hun toevlucht zoeken. Met enorm veel deeltijdbanen en een reatief hoog uitval- en ziektepercentage. Er moeten veel meer mannen worden geworven - zelfs de Onderwijsraad zegt het, zij het heel voorzichtig. Dat is wat mij betreft wel wat extra salaris waard, want het verzuim zal dan ook omlaag gaan. Leerkrachten dienen bovendien te worden geprikkeld om langere werkweken te maken. Dat scheelt een hoop in hun portemonnee en over een lerarentekort hoeven we dan evenmin nog te praten

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

Meer opinie