Ontslagrecht III

Auteur: Esther van Rijswijk | 21-11-2007

Ontslagrecht III

Het kabinet besloot gisteravond  om het besluit over vereenvoudiging van het ontslagrecht uit te stellen tot volgend jaar. Maar wat is er nu daadwerkelijk aan de hand? In de laatste delen van een serie over het ontslagrecht, haalt de Scopist feit en fictie uit elkaar. Ontslaan is niet duur, en duurt niet lang.

Zowel werkgevers als werknemers strooien in het debat kwistig met mythes rondom het ontslagrecht, in de hoop het debat naar zich toe te trekken. De Scopist ontkracht er een paar, vandaag drie, morgen de laatste. En dan ook de redenen waarom het ontslagrecht tóch aangepast moet worden.

Mythe 1: ontslaan is duur
Werkgevers klagen over de hoge kosten van ontslaan. Bedrijven met veel vaste werknemers in dienst, hebben gelijk: internationaal bekeken is het in Nederland behoorlijk kostbaar om van mensen af te komen, zo blijkt uit onderzoek van de Oeso. Echter: die hoge kosten gelden vooral voor werkgevers die er een potje van gemaakt hebben en zonder een al te goed verhaal voor de kantonrechter staan. Wie wel kan beargumenteren waarom hij echt niet meer met Jantje of Pietje verder kan, kan via het CWI relatief goedkoop ontslaan. Ook massaontslag is in Nederland relatief goedkoop, evenals het ‘ontslaan' van flexwerkers. Van alle contractbeëindigingen in Nederland betreft de helft een contract voor onbepaalde tijd, waarbij geen ontslagprocedure nodig is, zo blijkt uit onderzoek van het Hugo Sinzheimer Instituut (HSI). Per saldo is Nederland volgens de OESO dan ook een middenmoter als het om de kosten van ontslag gaat.
Waar al dat geld heen gaat? Jaarlijks geeft het bedrijfsleven zo'n 3,5 miljard euro uit aan ontslag. Ongeveer 40 procent daarvan gaat op aan ontslagvergoedingen, de rest aan het onproductief uitzitten van de opzegtermijn, en de juristerij.


Mythe 2: ontslaan duurt lang
De perceptie van werkgevers is dat het goedkoop maar tijdrovend is om via het CWI te ontslaan, en sneller maar duur via de kantonrechter. In de praktijk blijkt het verschil tussen beide routes echter niet meer dan een week of twee. HSI vroeg werkgevers die werknemers ontslagen hadden welke procedure ze hebben gevolgd en hoeveel tijd er zat tussen het moment dat ze vonden dat iemand weg moest, en het moment dat zijn contract verbroken was. Via het CWI duurde dit hele traject gemiddeld 6,2 maanden, via de kantonrechter in 5,7, slechts een halve maand verschil dus.
Internationaal gezien is dat snel. Overigens komt dat vooral door de in Nederland relatief korte opzegtermijn, niet omdat ze bij CWI of kantonrechter zo daadkrachtig zijn.


Mythe 3: ontslaan is ingewikkeld.
Zeker: er zijn meerdere routes voor ontslag: via kantonrechter of via het CWI, en dat maakt het ingewikkeld. En tot een jaar geleden ontkwamen bedrijven er ook niet aan om één van deze routes te bewandelen, zelfs niet als een werknemer instemde met een ontslag. Dan bestond namelijk het gevaar dat deze werknemer zijn recht op een WW uitkering zou verliezen. Maar sinds oktober 2006 is het leven voor werknemers en werkgevers die het er over eens zijn dat ze hun relatie beter kunnen beëindigen, een stuk eenvoudiger geworden. De toegang naar de WW is vergemakkelijkt.


Deze eenvoudiger toegang tot de WW in combinatie met de zogenaamde kantonrechtersformule, een eenvoudige rekensom die richtinggevend is voor de hoogte van een ontslagvergoeding, maakt het voor werkgevers en werknemers eenvoudig om zelf tot een beëindigingovereenkomst te komen. Zonder ruzie en zonder rechter, zodat beide partijen weer snel verder kunnen.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

Strategische HR

In dit dossier

White collars working blue

Van knelpunt in uw operationeel proces naar meetbaar en blijvend resultaat? Kijk hoe First Consulting dit samen met uw medewerkers aanpakt. >> Bekijk filmpje

Meer opinie