Reageren op protectionisme

Auteur: Marieke Blom | Beeld: Yvonne Kroese | 12-04-2017

Reageren op protectionisme

Europese bedrijven moeten rekening houden met een periode van protectionisme en strategische beslissingen nemen bij grote politieke onzekerheid. Moeten zij hun koers aanpassen?
 

Nederland is een ijzersterk handelsland en een grote internationale investeerder. Geen economie in de wereld is zo verknoopt met de rest van de wereld als de Nederlandse. Wellicht is er dus ook geen land inde wereld dat zich zo veel zorgen moet maken om de golf van protectionisme die nu door de wereld waart. Zo sorteert Donald Trump voor op import beperkende maatregelen, heeft Theresa May artikel 50 in werking gesteld en neemt het Nederlands enthousiasme voor Europese samenwerking af. Moeten bedrijven als reactie op het internationale ‘protectionisme domino’ hun koers verleggen?

Les één voor scholieren, burgers en ondernemers: Duitsland is onze belangrijkste handelspartner. Minder bekend is dat zestien procent van onze beroepsbevolking werkzaam is voor een buitenlandse multinational. Onze sterk internationaal gerichte economie omvat veel meer dan alleen ‘export naar onze oosterburen’. Door het jaarlijkse handelsoverschot heeft Nederland de afgelopen decennia ook enorme bedragen in het buitenland geïnvesteerd, bijvoorbeeld via beleggingen van pensioenfondsen en via investeringen van multinationals. Nederland is het belangrijkste overslagpunt van Europa met jaarlijks 3,15 miljoen ton aan inkomende goederen via Rotterdam. En na de Verenigde Staten is Nederland het tweede uitvoerland ter wereld op het gebied van land- en tuinbouwproducten. Dat zijn voorbeelden die laten zien hoe sterk Nederland zich heeft gespecialiseerd in globalisering. Hoe internationaler de wereld wordt, hoe harder Nederland groeit. Als het goed gaat in Oost-Europa en de importvraag daar sterk toeneemt, dan profiteren Nederlandse handelsbedrijven en de Rotterdamse haven. Als China hard groeit, profiteren onze consumenten goedkopere producten. Maar onze leveranciers profiteren ook: de Chinese consument is gek op onze hightech producten zoals navigatiesoftware, Chinese boeren kopen graag onze landbouwmachines en technologie voor de aardappelteelt.

Gevolgen voor Nederland
Met die specialisatie in gedachten is de protectionistische koers van Donald Trump, die begin dit jaar een importheffing aankondigde, voor de Nederlandse economie een groter risico dan voor de meeste andere landen. Ook de Brexit staat haaks op de toegenomen globalisering. Wat zijn de gevolgen van deze trendbreuk voor Nederlandse bedrijven?
De VS is een belangrijk land voor onze economie. Het is na Duitsland de belangrijkste afzetmarkt voor de Nederlandse uitvoer; ruim acht procent van het geld dat Nederland met export verdient, komt uit de VS. Daarmee is onze economie voor 3,5 procent afhankelijk van vraag uit de VS, ruim boven het EU-gemiddelde van 2,6 procent. Die vraag zorgt voor 300.000 banen. Een tentatieve inschatting: ING verwacht dat de importheffingen die Trump voor ogen heeft, kunnen leiden tot een netto schade van 2 miljard euro per jaar. Tot zover de statistieken. Ze bieden helaas weinig houvast: het is op dit moment extreem lastig vergezichten te schetsen. Dat komt omdat een aantal korte termijnontwikkelingen samenvalt. Op de eerste plaats is zichtbaar dat politici tit for tat spelen. Dat is een strategie uit de wiskundige speltheorie. Een begrip uit deze speltheorie is het prisoner’s dilemma. Spelers kunnen elkaar daarbij ‘afstraffen’; een felle actie van de één leidt tot een felle reactie van de ander. Daarom verwachten we ook een reactie vanuit Brussel op Trumps voorgenomen importheffing in de vorm van vergelijkbare tegenmaatregelen. Je zou dit ‘protectionismedomino’ kunnen noemen. Partijen die ‘tit for tat’ spelen, willen graag een positieve stap maken, zo gauw de ander dat ook doet. Ze weten namelijk allebei dat samenwerkende meest gunstige oplossing is. Maar we weten niet wanneer deze negatieve vorm van tit for tat doorbroken wordt. Pas als de economische druk op beide partijen (EU en VS)ernstige vormen aanneemt, zal de bereidheid tot coöperatief gedrag weer toenemen. In de tussentijd ondervindt Nederland last van dit kemphaangedrag. Het moge duidelijk zijn dat de Nederlandse economie juist het meest gebaat is bij coöperatief gedrag van alle betrokken partijen.

Politieke onzekerheid
Op de tweede plaats is nog niet duidelijk op welke lijn Europa zich weet te verenigen in de Brexit-onderhandeling. Kiezen Europa en het Verenigd Koninkrijk voor een harde confrontatie of voor een compromismodel met harmonieuze handelsakkoorden? Ook hier geldt dat Nederland als internationale handelsnatie het meest gebaat is bij een zachte Brexit. Aan de andere kant kan een harde opstelling van Europa richting de Britten bijdragen aan een schrikreactie, die de kans vergroot dat de Britten op hun schreden zullen terugkeren naar de EU. Een harde opstelling kan ook voorkomen dat andere landen overwegen dezelfde koers te varen; dat zou weer zorgen voor een krachtiger Europa – ook richting Donald Trump.
Over die grote Europese economische vraagstukken moet worden onderhandeld op het moment dat in een aantal Europese landen – Nederland, Frankrijk en Duitsland en wellicht ook Oostenrijk en Italië – nieuwe regeringen worden gekozen of gevormd. In Frankrijk zijn de verkiezingen een tweetrapsraket: de presidentsverkiezingen (eind april en begin mei) worden gevolgd door parlementsverkiezingen medio juni. Zelfs als de anti-Europese Marine Le Pen een overwinning boekt, krijgt ze hoogstwaarschijnlijk te maken met een parlement met andere politieke verhoudingen. De kans op een sterke protectionistische koers lijkt daardoor gering. Waar in Duitsland de Bondsdagverkiezingen relatief compact en overzichtelijk zijn, moeten we ons in Nederland voorbereiden op een boven gemiddeld lange periode voor het vormen van een coalitie.
Europa moet dus een belangrijke en complexe beslissing nemen op een moment dat de politiek sterk in beweging is. Dat maakt Europa traag en de uitkomsten extra onzeker.


Defensieve economische koers
Ook op een ander gebied dan de handel zien we een ontwikkeling. De lage rente en overvloedige middelen bij sommige partijen maken van onze bedrijven mogelijke overname kandidaten. Trumps protectionisme lijkt daarbij licht besmettelijk. Zelfs in Nederland zijn geluiden hoorbaar waarbij voorzichtig gepleit wordt voor afscherming van Nederlandse multinationals tegen overnames. Ook hierbij geldt een soort prisoner’s dilemma: als iedereen de coöperatieve strategie speelt, dan is dat in principe gunstig voor de economische ontwikkeling. Voor ieder afzonderlijk land geldt: als andere landen hun strategische industrieën beschermen, is het ongunstig om dat als enige niet te doen.
Al met al moeten Europese bedrijven rekening houden meteen periode van protectionisme, waarvan de duur en ernst onbekend zijn. Het ligt in de lijn der verwachting dat ook in ons land het debat de komende tijd vooral zal gaan over hoe defensief de economische koers moet zijn. Hoopvol is daarom dat de meeste economieën ondertussen uit het dal van de economische crisis klimmen. Dat zorgt voor meer zelfvertrouwen en verkleint wellicht de neiging om de economie af te schermen. Bedrijven zullen daarom strategische beslissingen moeten nemen bij grote politieke onzekerheid. We verwachten dat bedrijven die een buitenlandse markt bedienen, eerder zullen overwegen om het exportmodel te verwisselen voor een lokale vestiging. Daarnaast verwachten we dat sommige bedrijven de aandacht verleggen naar andere exportmarkten. China heeft zich bijvoorbeeld nadrukkelijk uitgesproken voor globaliseringen is zeer uitnodigend naar Europa. En diversificatie, in dit geval van de exportmarkten, is in onzekere tijden vaak een logische keuze.

Laat je niet gek maken
Toch moeten we ons hoofd ook een beetje koel houden bij het huidige verloop van het internationale politiek-economische discours. Wij, het publiek – dus ook de ondernemers en de economen– zien slechts een deel van de werkelijkheid. In verkiezingstijd overheerst verkiezingsretoriek. In de internationale arena spelen politici op twee schaakborden: ze onderhandelen enerzijds met hun Europese collega’s en anderzijds moeten ze punten scoren bij hun eigen nationale achterban. Zowel de retoriek als die onderhandelingen kunnen de indruk wekken dat alles uit de hand loopt. De media hebben daarbij een bovenmatige belangstelling voor de dissonanten. Ook dat draagt bij aan de suggestie dat er permanent aardverschuivingen plaatsvinden. Protectionismedomino is dus iets om rekening mee te houden, maar laat je er niet gek door maken.

Deze analyse is gepubliceerd in Management Scope 04 2017 

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 5 | 2 Waarderingen

Meer opinie