Reserveschandaal dreunt nog na bij Shell

Auteur: Hans Crooijmans | 05-05-2006

Reserveschandaal dreunt nog na bij Shell
Een nettowinst van 6 miljard dollar - of 7 miljard, het is maar hoe je rekent - in het eerste kwartaal; investeringen van minstens 19 miljard per jaar; voor meer dan 17 miljard dollar dividenduitkeringen en inkoop van aandelen. Astronomische bedragen, die de indruk wekken dat het Shell voor de wind gaat. Maar het ware probleem moet nog worden opgelost: het gat in de reserves.

De top van Shell beloofde in februari nog dat de reserve replacement ratio (RRR, zeg maar: de mate waarin Shell in staat is gewonnen olie en gas door nieuw gevonden voorraden te vervangen) in de periode 2004-2008 per saldo op 100 procent zou uitkomen. Shell erkent nu dat dit doel niet zal worden gehaald. Dat is ernstig, want de omvang van de reserves en de RRR zeggen veel over de toekomstige waarde van het bedrijf.

In 2003 claimde Shell nog bewezen reserves van ongeveer 11,6 miljard 'vaten olie-equivalent'. Dat was een groteske overdrijving, bleek begin 2004, toen een op het hoogste niveau geregisseerd reserveschandaal naar buiten kwam. Drie keer werden de bewezen reserves vervolgens neerwaarts bijgesteld. Uiteindelijk stond de teller op 7,8 miljard vaten. Geduld, zegt Shell, vanaf 2010 zal het beter gaan, want er staan grote investeringsprojecten gepland. Dat is ook hard nodig. Want tegen die tijd moet ook de huidige productie van 3,5 miljoen vaten per dag worden opgevoerd naar 3,8 tot 4,0 miljoen vaten. Er zal dus een extra forse groei van de bewezen olie- en gasreserves nodig zijn voor het op peil brengen van de reserve replacement ratio. Hoe groot is de kans dat Shell daarin slaagt? Wel, op eigen kracht zie ik het niet snel gebeuren, al verwerft Shell de laatste tijd veel concessies voor exploitatie van oliezanden in Canada. Die tellen officieel niet mee in de RRR, maar ze zijn wel reëel. Intussen blijven er vooral twijfels over de bedrijfsvoering. De successcores van boringen naar olie en gas zijn bijvoorbeeld al jaren bedroevend laag. En het kost Shell gemiddeld tientallen procenten meer dan de concurrentie om olie en gas uit de bodem te halen. 'We hebben enorme kostenoverschrijdingen bij projecten, we falen bij de voorspelling van productie', zei hoogste baas Jeroen van der Veer mei 2004 in een donderspeech tegenover de 400 hoogste Shellmanagers. Vorige zomer bleek weer eens dat zijn woorden juist waren: de kosten van Sachalin-II bleken niet 10 miljard maar 20 miljard dollar te bedragen. En de start van de gasproductie in dit enorme Russische project is minstens een jaar vertraagd. Kortom, de enorme afwaardering van bewezen reserves, de vertraging in productie, plus de onwil om daar op korte termijn wat aan te doen ('personeel en materiaal zijn momenteel zo duur', klaagt Shell. Tja, olie is ook duur), maken Shell er niet sterker op. De situatie verbetert pas wanneer er spectaculair beter geboord gaat worden en/of er nieuwe grote concessies worden verkregen, zoals wellicht in Kazachstan. Wat natuurlijk ook kan: tientallen miljarden uittrekken voor een grote overname

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

Meer opinie