Ruimte in Nederland: slordig gemanaged

Auteur: Gastauteurs | 15-11-2006

Ruimte in Nederland: slordig gemanaged
Gastauteur Eduard Schaepman: Altijd leuk op verjaardagsfeestjes: enig idee hoeveel procent van Nederland bebouwd is? Vijftig? Dertig? Nog minder? Het goede antwoord: 13%. Waarom lijkt Nederland voor veel mensen dan toch nog vol?

Een numerieke minderheid van Nederlanders prefereert met succes het in stand houden van het niet-bestaande Groene Hart (wanneer hebt u daar voor het laatst gewandeld?) en vergelijkbare clusters weilanden tegenover honderdduizenden die smachten naar een betaalbare woning met een beetje groen voor de deur. Nog een leuke: er staat in Nederland bijna zes miljoen vierkante meter kantoorruimte leeg; omgerekend ongeveer 1.000 voetbalvelden. Daarnaast staat meer dan 7 miljoen vierkante meter aan bedrijfsruimten leeg. Directe oorzaak is een recordhoeveelheid nieuwbouw, op de verkeerde plaatsen. De vraag naar kantoorruimte gaat al jaren vooral om vervanging, concentratie en reorganisatie. Meer kantoorruimte leidt logischerwijs tot dalende huren. Maar het is de vraag of deze marktwerking in het belang is van de Nederlandse samenleving. Door het onnadenkend vrijgeven van bouwvergunningen richt de overheid grote schade aan aan onze economie. Schaarse grond wordt onttrokken aan de samenleving en noodlijdende bedrijven concurreren elkaar kapot in een markt waar nauwelijks nog kopers te vinden zijn. Deze verspilling van energie versterkt een tweede misstand: de structurele achterstand in de woningbouw. De nalatigheid van de woningbouwcorporaties, de bouwsector en lagere overheden om tempo te maken met het inspelen op de grote behoefte aan betaalbare starters- en eengezinswoningen, koop of huur, illustreert het falen van het kabinet Balkenende op dit punt.

De overheid mag zich deze groeiende misstand volledig aanrekenen: zij wijst de nieuwe locaties aan, beslist over de omvang en de kwaliteit van de terreinen, stelt de grondprijs vast, bepaalt de inrichting en de ontsluiting van het terrein, gaat over de marktformule, stelt beperkingen aan het soort bedrijvigheid dat wordt toegelaten en zelfs aan de vorm van het vastgoed. Na de verkoop beheert de overheid het bedrijventerrein en in geval van veroudering investeert zij en draagt het leeuwendeel van de kosten. Daarbij organiseert de overheid als monopolist haar eigen concurrentie. Gemeenten steken elkaar nog steeds de loef af om grote bedrijven binnen te halen. Tot slot heeft de overheid vaak financieel belang bij de ontwikkeling van de grond: grondbedrijven en OZB-inkomsten vormen een belangrijk deel van gemeentelijke inkomsten. Deze enorme machtsbasis wordt binnen de overheid flink bevochten. Alleen al binnen de Rijksoverheid houden maar liefst zeven departementen zich bezig met grondpolitiek. Het wachten is op een partij die deze janboel op orde weet te brengen

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

Meer opinie