Met de beursnotering terug naar de thuismarkt

Auteur: Gastauteurs | 12-06-2008

Met de beursnotering terug naar de thuismarkt

Gastauteur Lizanne Schipper: De ene na de andere Nederlandse multinational doekt zijn buitenlandse beursnoteringen op. De hype is voorbij. Toch kan een double listing nog slim zijn.

Noteringen in den vreemde, en vooral in de Verenigde Staten, zijn duur, ingewikkeld en tijdrovend. En wat krijg je ervoor terug? Te weinig, vinden veel bedrijven met buitenlandse beursnoteringen. Het leeuwendeel van de handel vindt toch op de thuismarkt plaats. KPN en KLM verlieten begin dit jaar New York, in het kielzog van een reeks andere Nederlandse concerns die zich vorig jaar terugtrok: Ahold, Akzo Nobel, TNT, Océ, Arcadis, Besi en Van der Moolen.


Lange tijd werden de kapitaalmarkten gedreven vanuit de VS, maar vanaf ongeveer de eeuwwisseling treedt een machtsverschuiving op en komt Londen in beeld. De markten worden bovendien transparanter, informatie over bedrijven is voor iedereen toegankelijk. En dankzij de elektronische handel hoeven Amerikaanse beleggers zich niet langer te beperken tot de eigen beurs.


Terwijl een Amerikaanse beursnotering minder zin heeft dan voorheen, zijn de kosten die ermee gemoeid zijn de laatste vijf jaar de pan uit gerezen. Boosdoener is de Sarbanes-Oxley Act, die in 2002 na de boekhoudschandalen bij Enron en Worldcom de regels voor goed ondernemingsbestuur aanscherpte. Het kostte grote Nederlandse bedrijven miljoenen om de nieuwe regels te implementeren. De strenge regelgeving brengt veel extra werkzaamheden met zich mee, en de risico's voor topmannen zijn toegenomen. KPN gaf met de terugtrekking aan een jaarlijkse besparing te voorzien van tien miljoen euro per jaar, Akzo begroot de meevaller op zeven miljoen euro.

Nog altijd zijn er zeker zoveel Nederlandse bedrijven die hun Amerikaanse beursnotering handhaven, als collega's die Wall Street de rug toekeren. Een aantal bedrijven haalt de kosten er dankzij een levendige handel wel uit, zoals Shell, Philips, DSM en ASML. Andere Nederlandse fondsen die voorlopig vasthouden aan hun Amerikaanse notering zijn Aegon, Corporate Express, ING, Reed Elsevier, Unilever en ABN Amro (voor zolang als het duurt), maar ook ASMI en Crucell. Maart dit jaar voegde zich daar het Nederlandse biotechbedrijf Galapagos bij met een ADR-notering.
De laatste drie kleinere fondsen zijn illustratief voor de beperkte groep bedrijven waarvoor het aangaan van een double listing nog wél zin kan hebben. Voor gespecialiseerde bedrijven in technologie en biotechnologie geldt dat zij in de VS meer branchegenoten treffen en een breder beleggerspubliek kunnen bereiken. Zo verloopt van de handel in het aandeel ASM International niet minder dan een derde via de Nasdaq.


Een andere categorie die nog gebaat kan zijn bij een Amerikaanse notering zijn bedrijven die met hun product een concurrerende positie in de VS willen veroveren, bijvoorbeeld producenten van consumentengoederen. Een plek op Wall Street kan de zichtbaarheid vergroten en dus als een pr-wapen worden ingezet.


 

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

White collars working blue

Van knelpunt in uw operationeel proces naar meetbaar en blijvend resultaat? Kijk hoe First Consulting dit samen met uw medewerkers aanpakt. >> Bekijk filmpje

Meer opinie