Voormalige Aholdtop: waar gaat dit over?

Auteur: Jeroen Smit | 05-03-2006

Voormalige Aholdtop: waar gaat dit over?
Morgenochtend begint de strafzaak tegen de voormalige Ahold-top. Voor Nederland is dit een uniek proces. Niet eerder stonden vier voormalige topmannen van een groot beursgenoteerd fonds voor de strafrechter. Voormalige bestuurders Cees van der Hoeven, Michiel Meurs, Jan Andreae en Roland Fahlin wordt valsheid in geschrifte, misleiding van de accountant en het opzettelijk publiceren van foute jaarrekeningen ten laste gelegd. Veel gedupeerde beleggers hopen op een stevige celstraf. Wat er ook uitkomt: Nederland gaat in ieder geval leren wat het woordje consolidatie nou eigenlijk betekent.

Het is pittige materie, maar mensen die de zaak willen gaan volgen, moeten er toch echt even helemaal in. Ahold is in februari 2003 bijna omgevallen omdat 950 miljoen dollar aan gerapporteerde winst toch niet bleek te bestaan. Hoe dat geld zoek is geraakt en wie daarvoor verantwoordelijk zijn, dat komt allemaal niet aan de orde in deze zaak. Omdat het de Amerikaanse Ahold dochter US Foodservice was, waar het overgrote deel (850 miljoen dollar) van dat geld was verdwenen, speelt die zaak dit najaar in de VS.

In Amsterdam gaat de vervolging over het ten onrechte meenemen van de volledige omzet van vier jointventures: dochterbedrijven waarin Ahold maar 50 procent van de aandelen bezat. De Nederlandse accountant was daar jarenlang relatief gemakkelijk in. Als Ahold kon aantonen dat die dochter een groepsmaatschappij was en als uit de feitelijke situatie bleek dat Ahold in de besluitvorming een doorslaggevende invloed had, kon er geconsolideerd worden (van omzet tot en met bedrijfsresultaat). De mening van de partner was daarbij niet relevant, stelt Deloitte in een brief aan Ahold op 5 september 1997. Het kon zelfs zo zijn dat de dochter door beide partners als groepsmaatschappij werd aangemerkt en daarom ook door beide kon worden geconsolideerd. Als Ahold door overnames snel groter wordt in de VS beginnen de Amerikaanse accountancyregels echter belangrijker te worden. Ahold is genoteerd in de VS en heeft een goedkeuring volgens zowel de Nederlandse als de Amerikaanse regels nodig. De huisaccountant, Deloitte, vraagt in ieder geval vanaf 1997 om nieuwe bewijzen dat Ahold bij die dochters ook echt de baas is. Amerikanen vinden namelijk dat je alleen mag consolideren als je een meerderheid van de aandelen hebt (minimaal 51procent), of met de eigenaar van die andere 50 procent, zwart op wit hebt gezet dat je de baas bent. Bij het Nivra kunnen liefhebbers zich nog wat verder verdiepen in de verschillen tussen Dutch Gaap en US Gaap. Ahold produceert vervolgens bij vier 50-procents-jointventures aanvullingen op de aandeelhoudersovereenkomst, sideletters genoemd. Daarin staat inderdaad dat Ahold de controle heeft. Op basis van die brieven gaat Deloitte akkoord met de consolidatie. Wat de accountant niet weet, is dat onder die brieven steeds een tweede brief ligt. Ik noem deze comfort-letters. De eigenaar van de andere 50 procent heeft namelijk geen zin om zwart op wit de zeggenschap zo maar weg te geven. Dan zou de bereidheid van Ahold om flink wat geld op tafel te leggen voor de resterende 50 procent kunnen verminderen. En dus staat in die briefjes dat de inhoud van de aan de accountant gegeven brieven niet klopt. De comfort-briefjes krijgt de accountant niet te zien. Als Deloitte daar eind 2002 achterkomt, is de accountant terecht woedend. Ze beschikte jarenlang niet over de juiste informatie. De accountant is voor de gek gehouden. En dat mag niet. Hoe ze hier achter komen, is te lezen in het eerste hoofdstuk van mijn boek Het Drama Ahold. De verdediging zal de komende weken in allerlei toonaarden zeggen: maar waar gaat het eigenlijk over. Er is geen geld verdwenen. De omzet werd meegeteld waardoor Ahold er gemiddeld ongeveer 10 procent groter uitzag, dan het eigenlijk alleen volgens de Amerikaanse manier van redeneren feitelijk was. Bovendien stond steeds in het jaarverslag dat Ahold maar een belang van 50 procent in die verschillende bedrijven bezat. In het verweerschrift van Cees van der Hoeven staat letterlijk: ' Hij schat dat hij over de periode 1993-2002 ergens tussen de 1 en de 3 uur van professionele tijd aan consolidatie-issues heeft besteed. ? Cees van der Hoeven vindt zichzelf verantwoordelijk, maar niet schudlig en stelde eerder: 'Een ceo tekent zoveel, hij moet daarbij kunnen vertrouwen op de expertise van zijn collega?s'. Van der Hoeven tekende één van de vier comfort-brieven: de Braziliaanse. Maar dat kan hij zich niet meer herinneren. Hij zegt ook dat hij helemaal niets wist van al deze brieven en consolidatie-issues. Wat op z?n minst vreemd is als je je bedenkt dat hij 13 jaar lang (tot 1997) de financieel directeur was. Hij verwijst naar de verantwoordelijkheden van de financieel directeur. Ook de andere beklaagden hebben de neiging de zwarte piet in zijn geheel bij de voormalige CFO Michiel Meurs neer te leggen. Tsja, ondeugden komen aan de macht als het heel goed met mensen gaat (hebzucht, ijdelheid, etc) en als het heel slecht met ze gaat (ieder voor zich...) Feit is in ieder geval dat zowel de verdwenen miljoenen bij US Foodservice, als de sideletter-affaire, en de enorme problemen bij allerlei andere dochters, allemaal met hetzelfde fenomeen te maken hadden. De bestuurders van Ahold wilden zo snel mogelijk zo groot mogelijk worden (om zo forse kortingen bij leveranciers te kunnen bedingen). Ze hadden heel veel haast en heel veel behoefte om het vertrouwen van de beleggers, die die groei moesten financieren, vast te houden. In één ding hadden ze geen zin: slechte berichten, relativerende geluiden. In die zin zou je kunnen zeggen, dat Ahold jarenlang slecht is geleid. En dat het management megalomane trekjes begon te vertonen en blind werd voor de werkelijkheid. De focus was op groeien en niet op controle. PriceWaterhouseCoopers stelt in het najaar van 2003 470 boekhoudkundige onregelmatigheden vast. Dat is natuurlijk niet genoeg voor een veroordeling. Maar het OM is er van overtuigd dat het de ten laste gelegde zaken kan bewijzen en er straffen zullen worden uitgedeeld. In een interview met Nova zegt hoofdoffcier van Justitie René Craemer: 'het zijn natuurlijk mannen met een grote verantwoordelijkheid, ze verdienen grote salarissen. En dat brengt, noblesse oblige, toch ook met zich mee dat je je aan de regels behoort te houden. En dat je weet welke risico's je loopt als je de regels overtreedt.' Hoe de strafrechter het noblesse oblige-gedachte mee gaat wegen, is de komende maanden misschien wel één van de meest interessante vragen.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

White collars working blue

Van knelpunt in uw operationeel proces naar meetbaar en blijvend resultaat? Kijk hoe First Consulting dit samen met uw medewerkers aanpakt. >> Bekijk filmpje

Meer opinie