Onstuitbare opmars van de werkende vrouw

Auteur: Mathijs Bouman | 25-01-2007

Onstuitbare opmars van de werkende vrouw

'Vrouwen willen helemaal niet werken. Ze zitten liever bij de kinderen.' Het lijkt alsof de derde emancipatiegolf nooit op gang zal komen. Maar de cijfers vertellen een heel ander verhaal.

Wie het nieuws gevolgd heeft moet er langzamerhand van overtuigd zijn geraakt: het gaat bijzonder slecht met de vrouw op de Nederlandse arbeidsmarkt. Terwijl voor werkloze mannen de banen in 2006 voor het oprapen waren, daalde de werkloosheid onder vrouwen volgens cijfers van het CBS(pdf) veel langzamer. Aan het eind van 2006 waren er zelfs meer werkloze vrouwen (222.000) dan mannen (191.000). Deze cijfers passen bij het zwartgallige beeld dat eerder als het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in de Emancipatiemonitor 2006 schetste:

'De vaart die in de jaren tachtig en negentig zat in het emancipatieproces, is tussen 2002 en 2005 duidelijk afgenomen. In deze periode is zowel het aandeel werkende vrouwen als het aandeel economisch zelfstandige vrouwen vrijwel niet toegenomen.' Ondertussen vlamde in NRC Handelsblad een felle discussie op over de vraag waarom een geëmancipeerde vrouw er niet voor mag kiezen om lekker thuis te blijven bij de kinderen. Trouw plaatste een artikel onder de kop 'Vrouwen zitten nu eenmaal liever thuis'. En in Elsevier schreef een vrouwelijke redacteur dat 'vrouwen blijkbaar helemaal niet willen werken', want zo schrijft ze 'vrouwen vinden het leuk om een beetje te werken en veel te zorgen, en bij mannen is het juist andersom.' Om af te sluiten met: 'Misschien moesten we dat maar eens zo laten'. Veel succes met die wens, want dwars tegen al dit reactionaire gebabbel in, heeft de Nederlandse vrouw feitelijk al lang gekozen. De cijfers bewijzen haar werklust. Tijdens de recessie van 2003-2005 keerden veel mannen zich teleurgesteld af van de arbeidsmarkt. In totaal daalde de mannelijke beroepsbevolking (dat is iedereen die werkt of wil werken) met 85.000 mannen (zo'n 2 procent). In dezelfde periode nam de vrouwelijke beroepsbevolking juist toe met 149.000 (5 procent). Dwars door de economische malaise heen besloten vrouwen zich massaal op de arbeidsmarkt aan te bieden. En met succes. Want hoewel de werkloosheid onder vrouwen in de slechte jaren door de laagconjunctuur opliep, nam het percentage vrouwen met een baan (ten opzichte van het totaal aantal Nederlandse vrouwen tussen 15 en 65) gestaag toe. In 2000 had 53 procent van de vrouwen werk. In 2006 was dit bijna 56 procent. Voor mannen daalde de arbeidsparticipatie in dezelfde jaren juist, van 76,5 procent naar 73 procent. Gelukkig maar, want de werkende vrouw is hard nodig om de vergrijzing en ontgroening van Nederland te financieren. Daarom zou het mooi zijn als de gemiddelde vrouw wat meer uren per week zou werken, want daar schort het momenteel nog wel aan. Een lager marginaal belastingtarief is volgens mij de beste manier om daar iets aan te doen. Nu levert een dag extra werken veel te weinig op. Zeker voor toptalenten in het toptarief. Minder progressie in de belastingtarieven betekent feitelijk dat een dagje op de bank zitten 'duurder' wordt. O ja, en natuurlijk die absurde 'aanrechtsubsidie' afschaffen.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

White collars working blue

Van knelpunt in uw operationeel proces naar meetbaar en blijvend resultaat? Kijk hoe First Consulting dit samen met uw medewerkers aanpakt. >> Bekijk filmpje

Meer opinie