Dineren en logeren in Europa

24-06-2008 | Auteur: Ivo Weyel

Dineren en logeren in Europa
Regelmatige reizigers hebben overal zo hun vaste adressen. Uit gemak boeken ze in elke stad keer op keer hetzelfde hotel en restaurant. Maar er is meer tussen hemel en aarde. De nieuwe topadressen (plus wat minder bekende oude) in Berlijn, Parijs, Rome, Brussel en Londen.

Berlijn

Reizigers krijgen genoeg van anonieme grootschaligheid


"Zakenlui zijn de makkelijkste gasten", zegt de dame aan de incheckbalie van Hotel de Rome in Berlijn. "Ze klagen zelden. Ik moet eigenlijk zeggen: zakenmannen. Of, beter nog, mannen in het algemeen. Vrouwen zijn kritischer. Over het aantal handdoeken, niet afdoende verlichting in de badkamer, een slecht uitzicht, gordijnen die niet geheel sluiten. Mannen letten daar niet op. Die weten na een verblijf soms niet eens waar hun kamer op uitkeek." Om er haastig aan toe te voegen: "Dat weet ik uit mijn ervaringen in vorige hotels. In dit hotel heeft natuurlijk nog niemand geklaagd."


Zij werkt dan ook in het nieuwste, chicste en wellicht ook duurste hotel van Berlijn,
Hotel de Rome, gelegen in een grandioos voormalig bankgebouw. Het is de nieuwste telg in het hotelbestand van Sir Rocco Forte, een ondernemer die erop uit is om in elke belangrijke Europese stad het beste hotel te bezitten. Zijn trefwoorden zijn kleinschalig, over the top luxe, persoonlijk en modern, maar dan gestoeld op anciënniteit. Dat doet hij precies op het juiste moment, nu internationale reizigers steeds meer genoeg krijgen van anonieme grootschaligheid en juist persoonlijke service en aandacht eisen.


Natuurlijk kent de conciërge de beste adressen van de stad. Maar deze hoogstwaarschijnlijk toch niet: restaurant Berlin Sankt Moritz, een klein buurtrestaurant aan de Regenburgerstrasse, gefrequenteerd door foodies en insiders. Het heeft een van de beste keukens van de stad, en zeker de allermooiste wijnkaart, maar zoekt bewust geen publiciteit. Voor liefhebbers van Italiaans eten is er Bocca di Bacco, Friedrichstrasse, waar veel politici en beroemdheden zich de Toscaanse gerechten laten smaken in een chique en trendy interieur. Ronduit nonchalant gaat men met internationale (film)sterren en andere vips om in Borchardt, Französische Strasse, een brasserie uit 1929 en voormalig favoriet eethuis van de communistische partij. Het is qua sfeer het Berlijnse equivalent van Braakhekkes Le Garage in Amsterdam. Voor wie het experiment niet schuwt, is er kunst- en designhotel Propellor Island City Lodge, net zo krankzinnig als de naam doet vermoeden. Eigenaar/kunstenaar Lars Stroschen richtte zelf alle kamers in, die variëren van spiegelkamer tot cartoonachtige zwart/witkamer. De service is er opmerkelijk goed.

Parijs
Grootste pluspunt zijn de kamers met een privézwembadje


Ook Parijs is goed in bijzondere hotels, zoals het Murano Urban Resort, middenin Le Marais aan de boulevard du Temple. Uiterst strak design met de modernste computerverbindingen en ruime werkplekken op de kamers. Grootste pluspunt zijn de kamers met een privézwembadje; niet om lange afstanden in te zwemmen, wel om na gedane arbeid met een glas bier te relaxen onder de sterrenhemel. Hotel Particulier Montmartre, avenue Junot, is gelegen in het voormalige woonhuis van de familie Hermès, dus aan luxe geen gebrek. Het is kleinschalig, bestaat uit vijf prachtige suites die schitterend zijn ingericht met moderne, en toch klassieke meubels van Le Corbusier, Mies van der Rohe en Charles Eames. Er is geen inpandig restaurant, maar de butler kan bijna alles, en wat hij niet kan, laat hij doen. Dan belt hij een bekende kok die op verzoek in de suite een diner komt bereiden.


Het beste restaurant van Parijs zit trouwens in een hotel, hotel Le Meurice aan de rue de Rivoli. Het heeft drie Michelinsterren en is onlangs prachtig verbouwd door Philippe Starck. President Sarkozy eet hier vaak. Zijn favoriete dessert is de chocoladetruffeltaart met een laagje bladgoud. Geweldig voor de lunch is l'Éclaireur, op de eerste verdieping van Parijs' meest trendy mode- en interieurwinkel, rue Boissy d'Anglas. Daarvoor is Piero Fornasetti van stal gehaald, een surrealistische designer uit de vorige eeuw. Verwacht hier muurschilderingen van dronken aapjes en borden met geschilderde lichaamsdelen erop. Het contrast van het decor met de serieuze zakenmannen die hier lunchen, kan niet groter zijn. Uitstekende tiède en koude salades. Ook een aanrader: het chique Le Voltaire aan de gelijknamige kade. Klassiek van sfeer, obers die elkaar met Monsieur aanspreken en typische Franse gerechten, geliefd bij zowel Parijs' jeunesse als altesse dorée.



Londen


Ook in Londen ondergaan veel beroemde hotels een verjongingskuur


Ook in Londen ondergaan veel beroemde, klassieke hotels - net als Le Meurice - een grondige verjongingskuur. Nu heeft zelfs het überchique Connaught flatscreen televisies op de kamers staan. En beddengoed van Frette, wat niet Engels is, maar Italiaans, en Bose geluidsapparatuur afkomstig uit Duitsland. Een hele overwinning voor de Engelsen. De verbouwing kostte ruim honderddertig miljoen euro, en dat is te zien ook. Vooral aan het glimmende bladgoud langs het trappenhuis (dat trouwens een beschermd monument is). Suite 105 is de favoriet van Jack Nicholson. Maar die kost wel ruim tweeduizend pond. Ook helemaal vernieuwd is The Berkeley, met een inpandig restaurant van televisiekok Gordon Ramsay. Erg populair bij beursjongens after work is de intieme Blue Bar, die vreemd genoeg niet blauw, maar paars is. Maar Engelse interior decorators hebben altijd al een vreemd (lees: on-Europees) gevoel voor kleur gehad. Het letterlijke hoogtepunt op culinair gebied is een dinner date in het dakrestaurant van The Gherkin (De Augurk), de bijnaam van het kantoorgebouw dat Sir Norman Foster bouwde voor Capital and Risk Management Company Swiss Re. Onder de fenomenale glazen koepel ligt The City aan je voeten. Er is één maar: men moet wel door Swiss Re worden uitgenodigd; het is namelijk hun privérestaurant. Andere mogelijkheid is het restaurant afhuren. Zelfs dan moet men van goeden huize komen, want de ballotage is streng. Maar wie het op welke manier dan ook ooit lukt om binnen te komen, kan pochen dat men tot het hoogste echelon van zakelijk Londen behoort. Helemaal geen slecht alternatief is eten bij restaurant The Ledbury aan Ledbury Road, van de Australische jonge kok Brett Graham, Engelands culinaire hoop voor de toekomst. Hij mixt oosterse en westerse gerechten tot in de perfectie. Bij mooi weer wordt er op het riante terras geserveerd. Niet minder representatief om relaties mee naar toe te nemen is de Notting Hill Brasserie, Kensington Park Road, van chef Mark Jenkel. Hij is erg into eco en biologisch, maar dan zonder geiten wollen sokken. Kies voor de cannelloni met kreeft, of de heilbot met artisjokkenpuree en sluit af met de goddelijke honing cheesecake met witte truffel. De inrichting is - zoals je van een milieubewuste kok mag verwachten - sober en understated, met houten boomstamsculpturen in de hoek en aan de muur. Eindig de avond met een cocktail in Loungelover, Whitby Street, waar Madonna onlangs haar verjaardag vierde. Het interieur is somptueus en decadent, de klandizie hip and happening (met een dito happening portemonnee), en de cocktails legendarisch. Reserveren is noodzakelijk, anders rest alleen nog een staanplaats aan de bar



Brussel


Het gaat er nogal statig aan toe, zij het gespeend van elk snobisme


Nederlandse interieurarchitecten zijn verantwoordelijk voor The Dominican, een nieuw
hotel aan de Leopoldstraat. In de lobbybar telde ik tientallen witte kussens die kaarsrecht
in het gelid op de eindeloos lange witte bank lagen opgesteld. Erop zitten mag ook. Dan legt het personeel ze later wel weer keurig op een rij. Gelegen in een vijftiende-eeuws dominicaans klooster, biedt het luxe in een beschaafd eigentijds interieur. Niet schrikken van kleuren als kobaltblauw, oranje en eigeel, maar vreest niet, de kamers hebben een rustiger palet. Kies voor de split-level kamers met uitzicht op de binnenplaats. Ook een aanrader: hotel Be Manos aan het Square de l'Aviation. De inrichting is puur sixties, met ijzeren maliënkolf gordijnen en meubilair van Verner Panton, de beroemdste ontwerper uit die jaren. De kamers zijn ronduit manlijk, met veel donker leer en rookglas en sombere kleuren. De eigenaar (tevens designer van het hotel) heeft overal foto's opgehangen van zichzelf, zijn familie en vrienden. Stuk voor stuk woest aantrekkelijke lieden; rijst de vraag of hij zijn vrienden louter op hun uiterlijk kiest, of dat de lelijkerds hier niet mogen hangen? De junior suites zijn 's zomers de beste keuze: ze hebben een eigen terras. Eten moet bij Belga Queen aan de Wolvengracht. Het is gevestigd in de gigantische lobby van een voormalig bankgebouw met een imposant glazen koepelplafond. Het eten is simpel en eerlijk, de frieten natuurlijk onovertroffen en de bierkaart is minstens zo lang als de wijnkaart. Restaurant Bon-Bon, Rue des Carmélites, heeft een Michelinster. Het gaat er nogal statig aan toe, zij het gespeend van elk snobisme; het is er eerder knus en gezellig en très bourgeois. Het eten is overweldigend, en soms van verrassend eenvoudige komaf, zoals de vele soorten rillettes of de carpaccio van varkenspootjes. Maar vergist u zich niet: ook de truffel ligt paraat, de champagne staat koel en het gevogelte komt van de allerbeste boerderijen die er op dat gebied bestaan. Voor liefhebbers van Japans eten (met een Franse twist) is er Chez Oki, rue Lesbroussart. Meneer Oki runt de tent efficiënt en houdt alles in de gaten. Het menu heet Les Yeux Fermés (Gesloten Ogen), waarmee bedoeld wordt dat alles op de kaart zo goed is dat je met gesloten ogen kunt kiezen. Asperges in sojasaus, sushi met foie gras er bovenop, enfin, u begrijpt de east-meets-west combinaties.



Rome


Het ontbijt wordt door de prinses of haar dienstmeid geserveerd met het familiezilver


Hotel Exedra, Piazza della Repubblica is een enigma. Het is een van de beste, nieuwste en meest luxueuze hotels van de stad, maar bijna niemand kent het. Misschien komt het omdat het plein tot voor kort niet veel soeps was. Maar nu! Het vijfsterrenhotel is gevestigd in een oud paleis, met uitzicht op Romeinse thermen uit de derde eeuw. De kamers hebben eindeloos hoge plafonds (de duplex-suites zijn helemaal geweldig), op het dak is een weergaloos zwembad met restaurant, en beneden is een champagnebar met zowat alle merken die er bestaan. Het andere ‘geheime' logeeradres is het huis van prinses Letizia Ruspoli, Residenza Napoleone III, aan het Largo Goldoni. Napoleon III (de neef van) logeerde ooit bij haar voorouders, vandaar de naam. Het bestaat uit drie antiek ingerichte suites (alle moderne internet- en andere draadloos- en flatscreentechnieken zitten verstopt achter zestiende-eeuwse meesters), het ontbijt is homemade en wordt door de prinses of door haar dienstmeid Tesi met het familiezilver geserveerd, kortom uniek. Voor een unieke prijs, dat dan weer wel. Of logeer in een hypermoderne kamer die door de beroemde architect Richard Meier is ingericht op de derde verdieping van het verder klassiek ingerichte hotel Raphaël, Largo Febo, om de hoek van het Piazza Navona. Ook handig voor wie geen tijd heeft voor een museum, want het hotel hangt en staat vol met Picasso's en Romeinse beelden. Op het riante dakterras met 360 graden-uitzichten over de stad is ook nog eens een uitstekend restaurant. Bij F.I.S.H., Via dei Serpenti, serveren ze grandioze visgerechten. Het decor is sober, met zwarte en rode muren, maar het eten is dat allesbehalve. Eet hier de bijzondere carpaccio's (van vissoorten waarvan ik het bestaan niet kende), of de zoete (!) sushi's op basis van exotisch fruit. Daarna een drankje bij Bar della Pace, Via della Pace, waar de artistieke Romeinse incrowd samenkomt en waar bij zwoele avonden het terras uitzicht biedt op eeuwenoude kerken en paleizen.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 4 | 1 Waardering

Meer achtergrond artikelen