Elk land is een wereld op zich

09-12-2013 | Auteur: Irene Schoemakers | Beeld: Marco Bakker

Elk land is een wereld op zich

Vooroordelen en onwetendheid weerhouden ondernemers ervan om te investeren in Midden- en Oost-Europa, zo menen de ambassadeurs van Kroatië, Turkije en Tsjechië. ‘Nederlandse bedrijven laten kansen liggen.’

Kansen voor Nederlandse ondernemers in Kroatië, Turkije en Tsjechië, dat is het gespreksonderwerp van vandaag. De afzetmarkt voor de Nederlandse industrie is de laatste tien jaar groeiende in deze regio, maar veel kansen blijven nog onbenut. De drie diplomaten die namens Nederland werkzaam zijn in deze landen, zijn voor een bliksembezoek in Den Haag.

De kersverse consul-generaal in Turkije, Robert Schuddeboom, kan op de valreep meedoen aan het gesprek. Zijn vliegtuig vertrekt vanmiddag nog. De overige twee – Stella Ronner, ambassadeur in Kroatië, en Ed Hoeks, ambassadeur in Tsjechië – vliegen iets later terug naar hun post. Alle drie zijn ze gretig om de economische mogelijkheden die ‘hun’ land biedt aan het Nederlands bedrijfsleven voor het voetlicht te brengen. En zij weten als geen ander wat de kansen en belemmeringen zijn. In totaal hebben deze drie diplomaten maar liefst meer dan veertig jaar ervaring in Midden- en Oost-Europa.


Vaak worden landen in deze regio door Nederlanders gemakshalve over één kam geschoren. Is dat terecht?
Hoeks: ‘Nee, zeker niet. De verschillen tussen de landen zijn groot. Zowel politiek, economisch, cultureel als geografisch gezien.’
Schuddeboom: ‘Ik werk al sinds 1984 voor Buitenlandse Zaken en heb gewerkt in tal van gebieden in de wereld, van Bagdad tot Oslo, van Tel Aviv tot Moskou. En één ding weet ik inmiddels zeker: elk land is een wereld op zich. Het is daarom een slecht idee om Nederland als uitgangspunt te nemen bij het kijken naar de rest van de wereld.’


Dan nodig ik u nu uit om in een paar zinnen een elevator pitch te houden voor uw land. Wat moeten Nederlandse ondernemers weten over respectievelijk Tsjechië, Turkije en Kroatië?
Hoeks: ‘Veel Nederlanders realiseren zich niet hoe dichtbij Tsjechië is. Het ligt even ver weg als München. En Praag ligt westelijker dan bijvoorbeeld Wenen. Het land, met in totaal zo’n tien miljoen inwoners, neemt kortom een centrale positie in Europa in. Daar kunnen Nederlandse investeerders baat bij hebben. Daarbij beschikt Tsjechië over een hooggekwalificeerd en zeer leergierig arbeidspotentieel. De meeste jongere medewerkers spreken Engels, zijn vaak technisch hoog opgeleid. Ze kosten vaak eenderde tot de helft van wat Nederlandse medewerkers kosten. Overigens exporteert Nederland jaarlijks al voor zes miljard euro naar Tsjechië. En dat is niet voor niets. Het land is politiek stabiel, maakt deel uit van de Europese Unie en heeft z’n financiën goed op orde. Tsjechië heeft het stabiliteitspact weliswaar nog niet ondertekend, maar het begrotingstekort is in tegenstelling tot Nederland – dat het verdrag wél heeft ondertekend – minder dan drie procent en de staatsschuld ligt op slechts 45 procent van het BNP.’
Schuddeboom: ‘Nederlandse ondernemers lopen echt kansen mis omdat ze niet bekend zijn met de mogelijkheden van een land als Turkije. Vaak komt men niet verder dan het beeld van Turkse gastarbeiders. Maar Turkije heeft enorme groeimogelijkheden. Het is de snelst groeiende economie van Europa; Goldman Sachs heeft becijferd dat Turkije in 2050 na Duitsland de grootste economie van Europa zal zijn. Het is ook een veelzijdige economie; veel mensen weten niet dat Turkije de vierde auto-industrie van Europa heeft. Het is een zeer ondernemend land met nu 75 miljoen en in 2050 honderd miljoen koopgrage inwoners, én met de jongste bevolking van Europa – gemiddeld 29 jaar. Er worden momenteel tientallen miljarden geïnvesteerd in de infrastructuur en het land heeft toegang tot markten die voor Nederlanders moeilijk begaanbaar zijn: denk aan Irak, de rest van het Midden-Oosten en Centraal-Azië. Turken zijn in mijn opinie samen met Chinezen bovendien de beste ondernemers ter wereld.’
Ronner: ‘Kroatië is niet te vergelijken met Turkije en Tsjechië. Het land is met 4,5 miljoen inwoners klein, de grootste bron van inkomsten is afkomstig uit het toerisme en het land is afgelopen zomer toegetreden tot de Europese Unie. Daarmee biedt het meteen mooie kansen voor Nederlandse ondernemers. Het land heeft nu immers de beschikking gekregen over diverse structuurfondsen. Alleen al voor de tweede helft van 2013 heeft Kroatië zeshonderd miljoen euro om te besteden. Dat kan het land niet alleen en het kijkt dus ook naar buitenlandse bedrijven. De prioriteiten die Kroatië voor de komende periode heeft geformuleerd betreffen landbouw, duurzame energie en infrastructuur, waaronder de aanleg van dijken en havens. Daar liggen grote kansen voor Nederlandse bedrijven, die ze maar mondjesmaat grijpen. Terwijl de Kroaten met veel bewondering kijken naar Nederlandse ondernemers.’
Hoeks: ‘Vergeet ook niet dat andere landen de Nederlandse kennis van technologie goed kunnen gebruiken. Zo wil Tsjechië, een land met van oudsher veel zware maakindustrie, zich langzaam maar zeker profileren als een land met kennis van technologie en R&D. En die kennis kunnen Nederlandse bedrijven leveren.’


Wat zijn de uitdagingen of belemmeringen voor Nederlandse ondernemers in uw landen?
Hoeks: ‘De kansen zijn veel groter dan de belemmeringen, maar Tsjechië heeft bijvoorbeeld nog geen euro. Een ander probleem is de taal. De ouderen hebben vooral Russisch geleerd en spreken niet of nauwelijks Engels. De jongeren spreken het nog niet zeer goed. Sommige spreken Duits, maar dat ligt nog altijd gevoelig. En Tsjechisch is na het Chinees de moeilijkste taal ter wereld. Dat leer je niet zomaar. Ook moeten Nederlanders de cultuurverschillen niet onderschatten. In Nederland gaan we erg informeel met elkaar om. We tutoyeren elkaar en slaan elkaar op de schouder. In het buitenland, en ook in Tsjechië, wordt dat niet altijd goed begrepen. Tot slot is de corruptie in Tsjechië nog niet helemaal verdwenen.’
Schuddeboom: ‘Turkije is kansrijk, met name op de lange termijn, maar ook een lastig land om hier en nu zaken mee te doen. Er zijn veel bureaucratische belemmeringen, de regelgeving is niet altijd duidelijk en ook corruptie is helaas nog aanwezig. Er zijn al enorme stappen gezet om het Turkse ondernemersklimaat te verbeteren, maar er is nog een weg te gaan. En ook hier is de taal een probleem. Wie in Turkije zaken wil doen, zal oftewel zelf Turks moeten spreken oftewel gebruik moeten maken van een lokale partner. Zonder de Turkse taal kom je nergens. Maar er zijn vierhonderdduizend Turkse Nederlanders in Turkije. Die zijn prima in staat om bruggen te slaan. Daar moeten we gebruik van maken.’
Hoeks: ‘Mee eens. Ook in Tsjechië zijn veel kinderen van Tsjechische ouders die eind jaren zestig naar Nederland emigreerden weer teruggekomen. Dat is een grote groep die werkzaam is in het midden- en kleinbedrijf en die van nut kan zijn voor Nederlandse ondernemers.’
Ronner: ‘De Kroaten spreken over het algemeen wel Engels. Taal is hier niet het grootste probleem, maar een lokale partner is wel behulpzaam. De grootste uitdaging voor zakendoen in Kroatië is dat het land onbekend is en men de kansen vaak niet ziet en kent. Daarnaast heeft ook Kroatië helaas te maken met corruptie. Ondanks dat het bestrijden van corruptie een van de toelatingscriteria is van de EU en de ex-premier inmiddels voor de rechter is gesleept, is corruptie nog niet volledig uitgeroeid.’


Wat kan uw ambassade doen voor Nederlandse ondernemers?
Hoeks: ‘We hebben inmiddels heel wat Nederlandse bedrijven geholpen met zakendoen in Tsjechië en om zich daar te vestigen. Het gaat dan vaak om praktische zaken als werkvergunningen, belastingkwesties en specifieke arbeidswetgeving, maar ook marktperspectieven in samenwerking met de Kamer van Koophandel.’
Ronner: ‘We kunnen ondernemers in contact brengen met ministeries en zakelijke partners. Ik heb bijvoorbeeld de lokale vertegenwoordiging van Philips in Kroatië geïntroduceerd bij een minister om te spreken over innovatie in de gezondheidszorg. Onlangs heeft Philips de renovatie van een ziekenhuisvleugel in Zagreb voor haar rekening mogen nemen. Ik durf te stellen dat dat zonder inmenging van de ambassade niet was gelukt. Maar ook zijn we veel tijd kwijt met het oplossen van problemen waar bedrijven mee te maken hebben, omdat ze soms slecht voorbereid de eerste stappen zetten in Kroatië. Ze zoeken pas contact als ze al verwikkeld zijn in ingewikkelde juridische procedures. Dat is jammer. In sommige gevallen hadden we hen voor problemen kunnen behoeden, als ze eerder bij ons hadden aangeklopt.’
Schuddeboom: ‘We hebben als ambassade de taak om ondernemers voor te lichten over de mogelijkheden in een land. Ik vind dat ambassades wat dat betreft veel meer van zich moeten laten horen en vertellen waar het land voor staat. Zo hebben wij sinds kort een eigen Facebookpagina, een Twitteraccount en schrijf ik geregeld een blog. En je moet dan niet alleen de succesverhalen vertellen, maar ook eerlijk zijn over zaken die moeilijk zijn.’


Ambassades worden als gevolg van bezuinigingen steeds verder ‘ontschot’. Hoe beïnvloedt dat uw dagelijkse werk?
Ronner: ‘Tot een jaar geleden hadden we bijvoorbeeld nog een eigen landbouwraad op de ambassade. Die is nu verhuisd naar het Servische Belgrado, omdat daar het potentieel van landbouw veel groter is. We hebben nog steeds een soort economische afdeling waar landbouw onderdeel van uitmaakt, maar in de praktijk komt het erop neer dat minder mensen meer verschillende taken moeten uitvoeren. Ik probeer zelf ook zoveel mogelijk ‘ontschot’ te werken en zoek zoveel mogelijk samenwerking met lokale assistenten.’
Schuddeboom: ‘Ook bij ons wordt de ambassade steeds meer een netwerkorganisatie, met economie als belangrijkste aandachtspunt. Het is een volledig ontschotte ambassade. Afhankelijk van de behoefte worden de mensen ingezet op bepaalde vraagstukken.’
Hoeks: ‘Zo gaat het inderdaad. We zijn in de loop der jaren veranderd van een ambassade met veel afdelingen naar een ambassade met nog slechts één afdeling, namelijk de ambassade. Iedereen helpt elkaar en iedereen is breed inzetbaar.’


Toch heeft de Adviescommissie Modernisering Diplomatie onder leiding van Arthur Docters van Leeuwen onlangs nog gepleit voor meer specialisatie van diplomaten. Met de huidige overplaatsingsrondes gaat te vaak waardevolle kennis en ervaring verloren, zo luidt de kritiek van de commissie. Hoe valt dit te rijmen met de verbreding van taken, zoals die gaande is op uw posten?
Ronner: ‘De commissie doelde met name op regionale specialisatie. Ik denk dat daar inderdaad veel winst valt te behalen. Ik werk zelf al heel wat jaren in deze regio. Ik spreek de taal, ik ken de cultuur en ik beschik over een uitgebreid netwerk. De kans wordt hiermee klein dat ik voor een periode naar bijvoorbeeld Afrika wordt gestuurd. Terwijl diplomaten in het verleden vaak elke vier jaar van de ene kant van de wereld naar de andere kant werden gestuurd. Waardevolle kennis en ervaring ging daarmee inderdaad verloren.’
Schuddeboom: ‘We specialiseren ons wel degelijk ook op terreinen zoals de economische functie. Daar besteden we veel tijd en aandacht aan.’
Hoeks: ‘Toen ik dertig jaar geleden startte met mijn loopbaan bij Buitenlandse Zaken bestond er wel zoiets als economische diplomatie, maar het hing af van de diplomaat zelf of daar wel of geen aandacht aan werd besteed. Nu is het ondenkbaar dat ambassades hier geen aandacht voor hebben. Ons werk is er van doordesemd. Ook dat is specialisatie.’


Er is veel te doen over de komst van Oost-Europeanen naar Nederland. Ze zouden een bedreiging vormen voor het werk en inkomen van Nederlandse laagopgeleiden. Hoe kijkt u naar deze problematiek?
Ronner: ‘Het is een zeer politiek vraagstuk. We moeten er voor waken dit niet te eenzijdig te belichten. Natuurlijk zitten er voor Nederlanders werknemers nadelen aan arbeidsmigratie. Maar er zitten ook voordelen aan het vrije verkeer van werknemers. Zo beschikt Kroatië bijvoorbeeld over uitstekende scheepsbouwingenieurs. Deze kenniswerkers kunnen Nederlandse scheepbouwers goed gebruiken. Vaak worden ze voor bijvoorbeeld drie maanden of langer naar Nederland gehaald. Ze moeten daarvoor dan wel een werkvergunning aanvragen, omdat het vrije verkeer er in Nederland nog niet is voor werknemers uit Kroatië, ondanks het feit dat dit land inmiddels is toegetreden tot de Europese Unie.’


Hoe belangrijk zijn de handelsmissies van Nederlandse bedrijven in uw landen? Hebben die missies effect?
Schuddeboom: ‘Een handelsmissie heeft vooral effect op de langere termijn. Te vaak wordt de vraag gesteld hoeveel miljoen een bepaalde missie heeft opgeleverd. Maar het is onmogelijk om dat aan te geven. Soms heeft een missie pas jaren later resultaat. Dat is meetbaar wanneer het bijvoorbeeld een contract betreft. Het is minder meetbaar – maar evenzeer belangrijk – wanneer een missie een bijdrage levert aan het verruimen van het bewustzijn over een land. Het is kortom vooral een investering voor de lange termijn. In China zijn er ook jarenlang missies nodig geweest voordat men zich realiseerde dat het land ondernemingskansen bood. Overigens denk ik dat het belangrijk is dat de missies een focus hebben. Een gefocuste missie is het effectiefst.’
Hoeks: ‘Veel handelsmissies richten zich helaas niet op Midden- en Oost-Europa. Veel populairder zijn de BRIC-landen. Die zijn nu eenmaal in de mode en dat zie je terug in de bestemmingen van de handelsmissies. Dat is wel eens jammer. Afgezien daarvan is een missie een nuttig instrument. De waarde ervan is moeilijk vast te stellen, maar missies openen wel degelijk deuren en genereren nieuwe ideeën.’
Ronner: ‘Een handelsmissie is een uitstekend instrument om bedrijven bewust te maken van kansen in een land. Het is een goede eerste stap om zicht te krijgen op de markt. Ook ik ben voor een gefocuste missie waarbij partijen bewust aan elkaar worden gekoppeld. Ik heb keer op keer gezien hoe goed dat kan werken. Nederlandse ondernemers die de eerste stappen willen zetten in ander land, kunnen daardoor gericht verder komen.’


Siebe Schuur is lid van het managementteam van Agentschap NL.


Deze rondetafeldiscussie is gepubliceerd in Management Scope 09 2013.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 5 | 2 Waarderingen

Meer achtergrond artikelen