Egonut

Auteur: Wisselcolumnist | Beeld: Martine Sprangers | 17-05-2018

Egonut

De baas moet zijn eigen feedback organiseren, hoor en lees je vaak. Dat spreekt voor zich. Feedback stelt bestuurders, ja alle professionals, in staat bij te leren en goede beslissingen te nemen. Geen wonder dus dat daar in organisaties, van hoog tot laag, zo veel aandacht aan wordt besteed.


Toch wringt er wat. Feedback organiseren is één ding. Waar het weinig over gaat in allerlei feedbackmethodes, is de kwaliteit van feedback en wat de ontvangers van feedback er vervolgens mee doen. Vanuit de gedragseconomie zijn dit bijzonder interessante gegevens. Als feedback een oefening in objectieve informatievoorziening was en als mensen puur rationeel zouden denken, zou het gemakkelijk zijn om eerlijke feedback te geven, of voor jezelf te organiseren. Maar de werkelijkheid is weerbarstiger. 

Stelt u zich het volgende experiment voor. U bent een universiteitsstudent en u bevindt zich in een computerruimte omringd door medestudenten. U neemt deel aan een IQ-test. Na de test krijgt u de vraag hoe waarschijnlijk het is dat u, vergeleken met andere deelnemers, qua IQ in de bovenste helft van de deelnemerslijst staat. Hoe nauwkeuriger de schatting, hoe meer geld er te verdienen valt.
Vervolgens geeft de computer een signaal of u in de bovenste 50 procent of de onderste 50 procent zit. Daarbij is op voorhand aangegeven dat het signaal 3 van de 4 keer klopt. Vervolgens mag u opnieuw raden: zit u in de bovenste of onderste 50 procent?
Experimenten als deze laten zien dat mensen over hun eigen kunnen bevooroordeeld zijn. Om te beginnen zijn ze overmoedig: in dit voorbeeld schatten ze hun positie op de IQ-ranglijst vaker wel dan niet te hoog in – mannen overigens vaker dan vrouwen. Ook neigen ze ernaar om het feedbacksignaal, dat toch 3 van de 4 keer klopt, te negeren – hier geldt dat vrouwen dat vaker doen dan mannen. Meerdere experimenten laten zien dat mensen negatieve feedback selectief negeren of na een tijdje strategisch vergeten.
De gedragseconomische theorie verklaart dat gedrag door middel van het concept ‘egonut’: mensen vinden het leuk om te denken dat ze slimmer of mooier zijn dan anderen. Ze waarderen het plezier van dit denken meer dan dat ze een waarheidsgetrouw beeld van zichzelf waarderen. Sommige experimenten laten zelfs zien dat mensen bereid zijn om geld te betalen om geen (potentieel negatieve) feedback over hun IQ of aantrekkelijkheid te ontvangen.
In de gedragseconomie heet zoiets een bias. Die geldt niet alleen voor wie feedback krijgt, ook feedbackgevers hebben er last van. In een vergelijkbaar experiment werd aan de deelnemers gevraagd om deelnemers van het andere geslacht op basis van hun aantrekkelijkheid te rangschikken en te raden hoe zij door anderen werden gerangschikt. Vrijwel niemand denkt dat zijn of haar rang lager is dan zes (in een groep van tien). Daarna werd de deelnemers gevraagd om persoonlijke feedback aan een andere deelnemer te geven. Als die deelnemer zijn of haar rangschikking correct raadde (en duidelijke feedback helpt hierbij natuurlijk), ontvingen ze beiden 50 dollar. Toch werd negatieve feedback vermeden: een grote meerderheid liet liever de beloning lopen dan eerlijk te zijn. Anoniem was de feedback overigens een stuk eerlijker.
Goede feedback is waardevol. Maar wie feedback krijgt, ziet er vaak het beste van. Wie feedback geeft, is vaak te aardig. Voor de topman en -vrouw is het organiseren van de eigen feedback dan ook met zekerheid vaak een hele prettige ervaring. Wie wil dat het ook goed gebeurt, zal flink over de methode moeten nadenken. Hoe zorg ik dat ik eerlijk word aangesproken – en hoe zorg ik bovendien dat ik echt luister naar wat ik te horen krijg?

Bronnen:
Eil, David, and Justin M. Rao. “The good news-bad news effect: asymmetric processing of objective information about yourself.” American Economic Journal: Microeconomics 3 (2011): 114-38.
Mobius, Markus M., Muriel Niederle, Paul Niehaus, and Tanya S. Rosenblat. Managing self-confidence: Theory and experimental evidence. National Bureau of Economic Research (2011).
Gneezy, Uri, Christina Gravert, Silvia Saccardo, and Franziska Tausch. “A must lie situation–avoiding giving negative feedback.” Games and Economic Behavior 102 (2017): 445-454.
Buser, Thomas, Leonie Gerhards, and Joël van der Weele. “Responsiveness to feedback as a personal trait.” Journal of Risk and Uncertainty (2018).

Thomas Buser is gedragseconoom en universitair hoofddocent bij de UvA. Management Scope selecteerde diverse wetenschappers die in deze wisselcolumn voor het bedrijfsleven belangrijke actualiteiten becommentariëren. Deze column is gepubliceerd in Management Scope 05 2018.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Scope top 100

Management Scope Rankings

Bekijk hier alle rankings die Management Scope jaarlijks samenstelt.

Management Scope

Geïntereseerd in Management Scope?

Maak kennis met het magazine via een proefabonnement: 3 edities voor €15,- of 6 edities voor €30,-

VliegenNaar, vlieg voordelig

Meer opinie