Europese belegger: kick af nieuws VS

Auteur: Mathijs Bouman | 08-06-2006

Europese belegger: kick af nieuws VS
Het is een oude klacht. Met Europees nieuws zijn de Europese beleggers nauwelijks in beweging te krijgen, terwijl Amerikaans nieuws de beursen in vuur en vlam zet. Belangrijke oorzaak is de beroerde kwaliteit, actualiteit en presentatie van Europees macro-economische cijfers. Oplossing: laat de ECB concurreren met Eurostat.

Vorige week liet het de Europese belegger volstrekt koud toen de inflatie in het eurogebied wat hoger uitviel dan gedacht. Identiek nieuws over de Amerikaanse inflatie een paar uur later zorgde voor meerdere procenten verlies op de Europese beursen. En toen gisteren bleek dat de detailhandelsverkopen in Europa in april veel sneller waren gestegen dan verwacht, bleef het oorverdovend stil op de beurs.

Waarom volgen de Europese beleggers het Amerikaanse nieuws zo nauwgezet? Volgens Business Week is het antwoord simpel: 'Here's why: European companies export about 20% of their goods to the U.S., so worries about an economic soft patch in the U.S. naturally affect European stocks'. Maar dat is te simpel gedacht van het zakenblad. Natuurlijk is de VS belangrijk voor veel Europese bedrijven - en zeker voor veel Nederlandse multinationals. Maar de Europese markt is voor de meeste bedrijven toch echt belangrijker. Een diepere reden is dat beleggers gedurende de hectische beursdag behoefte hebben aan vaste ankerpunten om hun onzekere verwachtingen aan te toetsen. Duidelijke momenten waarop van goed omschreven en vertrouwde cijfers naar buiten komen, geven de markt richting en scheppen wat orde in de schijnbaar willekeurige prijsvorming op de beursvloer. Waarom verkopen als de Amerikaanse inflatie hoger uitvalt? Omdat iedereen dat doet. Het is dus voor een groot deel conventie. Een kostbare conventie, want door het Europese nieuws goeddeels te negeren is de prijsvorming op de Europese beurzen niet optimaal. Uiteindelijk moeten de Europese beurskoersen een weerslag zijn van de toekomstige winstgevendheid van de Europese bedrijven. De aandacht voor Amerikaanse macro-cijfers is hierbij een lastige stoorzender. De Europese markten zouden dus beter werken als meer gelet werd op de relevante, Europese cijfers. En bij dat laatste zit het werkelijke probleem. De Europese cijfers zijn een rommeltje. Eurostat, het statistische bureau van de EU, is traag, onpraktisch en introvert. Pas in juni komen de Europese statistici met de winkelverkopen van april, die ze in het persbericht ook nog brutaal 'first estimates' durven te noemen. Voor vier van de twaalf eurolanden was dit zelfs nog te snel, want zij hebben in juni de cijfers van april nog niet aangeleverd. Eén van die vier landen is overigens Nederland - en niet voor het eerst. Het CBS moet zich schamen. Wat moet de belegger met zulke gedateerde en incomplete cijfers? Negeren lijkt het beste. En dat doet de Europese belegger dan ook. Al was het maar omdat de cijfers ook nog eens onvindbaar zijn. Op het internet verstopt Eurostat zich achter het cryptische adres europa.eu.int/comm/eurostat. En wie dat foutloos weet in te tikken belandt op een hermetische website waarvan zelfs de meest geduldige data-miner moordneigingen krijgt. Wat te doen? Van het logge en door schandalen geplaagde Eurostat hoeven we op korte termijn niets te verwachten. Hier ligt een taak voor de Europese Centrale Bank. Daar zit de kennis en mankracht om de financiële markten te bedienen met actuele en volledige macro-cijfers. Bovendien kan de ECB als onafhankelijke instelling de eigen gang gaan zonder inmenging van de nationale bureau's voor de statistiek. Op dit moment levert de ECB al prima gegevens over de Europese banksector. Die rol zou sluipenderwijs kunnen worden uitgebreid met- zelf samengestelde - cijfers over prijzen, lonen, productiviteit, en misschien ooit zelfs de detailhandelsverkopen. Wie weet dat Eurostat met zo'n nieuwe concurrent ook wakker wordt.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

Meer opinie