Kenniseconomie of lagelonenland?
Auteur: Hans Crooijmans | 27-05-2008
KPN-topman Ad Scheepbouwer zei het onlangs heel treffend: ‘Nederland is een land voor laagopgeleiden. Het heeft zijn hoogopgeleide inwoners te weinig te bieden. Zij trekken weg naar landen waar het aantrekkelijker is om te wonen en te werken.' Laagopgeleiden daarentegen ‘komen hier graag, want we bieden hun kansen en zekerheid.'
Feit is inderdaad dat politieke beleidsmakers en de werkgeverslobby het moeiteloos voor elkaar kregen dat er in Nederland inmiddels een geschatte 130.000 goedkope Polen aan het werk zijn. Net als de ‘gastarbeiders' uit de jaren '60 en '70 doen ze werk waarvoor werkeloze Nederlanders - die er veel meer zijn dan de officiele statistieken laten zien - zich te beroerd voelen.
Deze maand wordt er binnen het kabinet bovendien gedelibereerd over het onbeperkt toelaten van Roemenen en Bulgaren, die ook al staan te trappelen om hier minstens vijf, zes keer meer te gaan verdienen dan in eigen land. Fijn voor de werkgevers, maar die hoeven dan ook niet de maatschappelijke rekening te voldoen. De nieuwe immigranten dragen weinig bij. Ze betalen immers mee aan voorzieningen als huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg. En dat de meesten na een paar jaar terugkeren naar eigen land, is een fabel.
Intussen vallen er opmerkelijk weinig successen te noteren bij het recruteren van ICT'ers en andere ‘kenniswerkers' die Den Haag graag zou lokken. Maar is dat vreemd? De lagelonen-arbeidsimmigratie verschaft Nederland nou eenmaal een verkeerd imago.
De politiek springt van incident naar incident en in het bedrijfsleven ligt de horizon in de regel niet verder dan de eerstvolgende kwartalen. Nederland is een land zonder plan, stelt Scheepbouwer vast. ‘Er is geen consistent beleid. Dat is er al jaren niet'. Hij leest en hoort ‘heel weinig over plannen om over tien jaar op een bepaald gebied leidend te zijn.'
Die woorden zijn maar al te waar. En de gedaante die de arbeidsimmigratie aanneemt, vormt daarvan een treffende illustratie.