Omgekeerd quotum

Auteur: Wisselcolumnist | Beeld: Martine Sprangers | 12-04-2018

Omgekeerd quotum

Vrouwen aan de top: het blijft een ontvlambaar thema. In maart concludeerde de commissie Monitoring Streefcijfer Wet bestuur en toezicht dat Nederlandse ondernemingen nog steeds niet genoeg doen om het wettelijke streefcijfer van minimaal 30 procent vrouwen aan de top te halen, met een fel debat tot gevolg. De oorzaak van de genderkloof in het bedrijfsleven is veelbesproken. Veelvoorkomende verklaringen zijn het evenwicht tussen werk en gezin (vrouwen nemen vaker de verantwoordelijkheid voor de kinderen), verschillende beroepsmatige interesses (mannen voelen zich vaker aangetrokken tot investment banking, vrouwen geven vaker les) en stereotyperingen (vrouwen worden gezien als minder geschikt voor leidinggevende posities). 


Ondanks alle aandacht duiken nog steeds frisse wetenschappelijke inzichten op. Een team van economen van Amerikaanse universiteiten komt met een nieuwe verklaring: in het beroepsleven zijn vrouwen vaker dan mannen belast met de uitvoering van taken die gepaard gaan met een geringe promotability. Dat wil zeggen: taken die de organisatie ten goede komen maar die werknemers niet in staat stellen zich te onderscheiden – al dan niet met het oog op een promotie. Vrouwen, kortom, doen sneller klussen die hun kansen op promotie blijkbaar niet ten goede komen (voorbeeld: het schrijven van notulen of rapporten). 

Hoe zit dat? Professor Lise Vesterlund van de University of Pittsburgh, een van de auteurs van het onderzoek, zegt dat ze zich in dit onderwerp ging verdiepen nadat ze was gevraagd om zitting te nemen in de commissie van haar faculteit die zich bezighoudt met het samenstellen van commissies. Ze wees dat verzoek af, maar haar interesse was gewekt. Ze vermoedde dat vrouwelijke leden van de faculteit vaker voor dit soort activiteiten werden gevraagd en ook eerder bereid waren dergelijke taken op zich te nemen, waardoor minder tijd kan worden besteed aan carrièreopbouwende activiteiten.
Om dit te onderzoeken, voerden Vesterlund en haar collega’s een aantal experimenten uit. Vrijwilligers werden in een computerruimte anoniem in groepjes van drie ingedeeld. Op hun scherm zagen ze een knop en een tikkende klok. Als niemand van de groep op de knop drukte voordat de tijd om was, verdienden alle drie de leden van de groep 1 dollar. Als iemand wel op de knop drukte, verdiende die persoon 1,25 dollar, terwijl de anderen in dat geval 2 dollar verdienden. De knop werd vaker door een vrouw werd ingedrukt. Zodra de deelnemers aan een ander lid van de groep een verzoek om op de knop te drukken mochten sturen, richtten zowel mannen als vrouwen dit verzoek vaker aan een vrouw.
Er was een andere belangrijke uitkomst: zodra mannen hoorden dat ze zich in een groep bevonden die uitsluitend uit mannen bestond, drukten zij even vaak op de knop als vrouwen. Dit toont aan dat het ‘zich opofferen voor het team’ niet komt doordat vrouwen altruïstischer zijn dan mannen. Het verschil is waarschijnlijk eerder een self-fulfilling prophecy, waarbij leidinggevenden juist vrouwen vragen iets vrijwillig te doen omdat zij geloven dat vrouwen een dergelijk verzoek eerder accepteren, en vrouwen dit verzoek eerder accepteren omdat zij geloven dat mannen dat niet zullen doen.
Om na te gaan of die resultaten ook gelden in een carrièrecontext, hebben de onderzoekers de reacties van faculteitsleden bij een Amerikaanse universiteit geanalyseerd wanneer zij worden gevraagd om commissiewerk te doen. Lid zijn van een faculteitscommissie is een taak, hoe belangrijk ook, die veel wetenschappers liever mijden. Bovengenoemd gedrag speelt inderdaad ook een rol in de ‘echte’ wereld. Een meerderheid van de werknemers negeerde de e-mail, maar vrouwen reageerden drie keer vaker dan mannen en meldden zich ook drie keer vaker vrijwillig aan. Als vrouwen zich eerder aanmelden voor taken waarin eigenlijk niemand zin heeft, is het logisch dat managers vrouwelijke werknemers hiervoor benaderen. Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel die ertoe kan leiden dat vrouwen in hun carrière vastlopen.
Valt uit dit onderzoek lering te trekken voor organisaties die willen dat vrouwen gelijke kansen op promotie hebben? Ik denk het wel. In de eerste plaats kunnen ze nagaan of werknemers worden belemmerd doordat zij al te veel tijd spenderen aan taken waarmee zij zich niet kunnen onderscheiden. Als dat het geval is, is het wellicht tijd om de wijze waarop zulke taken worden toegewezen, te herzien. Bijvoorbeeld: in plaats van te wachten tot een vrijwilliger dat rapport schrijft of die notulen uittypt – of het aan diegene te vragen die waarschijnlijk het minste ophef maakt – kan een objectieve procedure voor het delen van dergelijke verantwoordelijkheden worden opgesteld, zodat iedereen aan de beurt komt. En als bovengenoemde niet werkt: stel een maximum aantal vrouwen per commissie met onopvallende taken. En tot slot: misschien is het ook goed als vrouwen wat vaker nee zeggen.

Wisselcolumnist: Thomas Buser. Thomas Buser is gedragseconoom en universitair hoofddocent bij de UvA. Management Scope selecteerde diverse wetenschappers die in deze wisselcolumn voor het bedrijfsleven belangrijke actualiteiten becommentariëren.

editorial_groen.jpg

Columns

In dit dossier
Scope top 100

Management Scope Rankings

Bekijk hier alle rankings die Management Scope jaarlijks samenstelt.

Management Scope

Geïntereseerd in Management Scope?

Maak kennis met het magazine via een proefabonnement: 3 edities voor €15,- of 6 edities voor €30,-

Commissaris worden?

Meer opinie