Economie van de toekomst

Auteur: Esther van Rijswijk | 05-07-2007

Economie van de toekomst

Is er sprake van een nieuw ondernemerselan in Nederland? Een serie berichten in de krant zou daar zomaar op kunnen duiden. Het aantal eigen bazen stijgt razend snel. Maar helaas zijn ze lang niet altijd ondernemend.

Van alle werkende Nederlanders is inmiddels 1 op de 8 mensen eigen baas, en van alle ondernemingen in Nederland is er 1 op de 10 ‘nieuw’, zo blijkt uit een deze week gepubliceerd rapport van het EIM. Daarmee scoort Nederland voor het eerst sinds jaren boven het gemiddelde van Europa. Vraag is of de nieuwelingen echte ondernemers zijn. Gaat het om snelle groeiers en innoverende bedrijven waar de economie van de toekomst op kan draaien? Of zijn het eenpitters die voor zichzelf beginnen omdat ze genoeg hebben van hun baas en lak hebben aan de bescherming van het stelsel van de sociale zekerheid?

Waarschijnlijk is dat laatste het geval. Wie er de benchmarkstudie van het EIM op naslaat, krijgt nog steeds een beeld van Nederland dat op weinig ondernemerselan duidt. Zo zijn Nederlandse ondernemers weinig innovatief en is het aandeel snelle groeiers beperkt. En Nederland mag met zijn score van 12 procent ‘eigen bazen’ dan aan de top van de ranglijst staan, het feit dat het die plek deelt met Italië is veelzeggend. Italië is niet bepaald het snelst groeiende en innoverende land van Europa. De nieuwe ondernemers van Nederland zijn dan ook vooral ZZP-ers, Zelfstandigen Zonder Personeel, en veelal ook zonder kapitaal. Zij vormen de harde kern van de naar schatting 90 duizend starters – een record! - die dit jaar voor zichzelf beginnen. Vooral het aantal ‘witte boorden professionals’ neemt toe: van accountants en controllers tot ICT-ers en consultants; iedereen lijkt voor zichzelf te beginnen. Groots- en meeslepende ondernemersplannen heeft de Nederlandse starter niet. Maar liefst 83 procent van geeft aan geen of slechts enkele werknemers in dienst te willen nemen. In ieder geval gaat het slechts een enkeling om de kick van het ondernemen en de kans op rijkdom. In vergelijking tot het buitenland geven Nederlandse starters veel vaker aan dat het ze om de zelfstandigheid te doen is, en niet om een hoger inkomen. Ook ondernemen Nederlanders relatief vaak in deeltijd. Ze doen hun eigen zaak ‘er bij’. Toch: de typische nieuweling doet het wel degelijk veelal voor het geld. Een ICT-er, financieel expert of interim-manager kan makkelijk 50 procent meer verdienen door zelf de rekening te versturen. En het risico dat hij neemt – geen bescherming tegen ontslag, geen collectieve pensioenregeling noch arbeidsongeschiktheid verzekering – is niet niks. Maar van een nieuw ondernemerselan van het soort dat de Nederlandse economie een slinger kan geven, is geen sprake. Van een tweedeling in de arbeidsmarkt wel. Aan de ene kant zijn er werknemers die naarmate ze laagopgeleid zijn meer behoefte hebben aan de bescherming in de vorm van het ontslagrecht en CAO’s. Aan de andere kant de hoger opgeleide professional die zich steeds vaker aan deze betutteling ontrekt en z’n eigen weg kiest. Deze tweedeling zegt veel over de economie van de toekomst, maar niet dat het een innoverende en snel groeiende economie zal zijn.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

Meer opinie