Bedrijfsleven en 2e Kamer gaan niet samen

Auteur: Hans Crooijmans | 28-11-2006

Bedrijfsleven en 2e Kamer gaan niet samen

Er zitten verhoudingsgewijs bar weinig mensen uit de marktsector in de Tweede Kamer. Een zetel is meestal slechts weggelegd voor partijtijgers en politiek trekt mensen in bedrijfsleven kennelijk niet zo aan. Jammer? Mwah.

De nieuwe Tweede Kamer is totaal geen afspiegeling van de Nederlandse bevolking, meldt de Volkskrant. Meer dan 90 procent van de kamerleden is autochtoon, tweederde is man en 80 procent heeft universiteit of hoger beroepsonderwijs afgerond. Opmerkelijk, maar of dit een probleem vormt is zeer de vraag.

Je mag namelijk hopen dat partijen hun beste kandidaten naar voren schuiven en daarbij niet letten op huidskleur, of dat ze verschil maken wanneer iemand een broek of een rok draagt. (Dat kiezers vervolgens een lager geplaatste kandidaat met voorkeursstemmen de Kamer inkrijgen, is een ander verhaal.) En dat politieke beslissingen worden genomen door mensen die meer letters hebben gegeten dan de doorsnee burger, kan evenmin kwaad. Hoe zit het dan met het feit dat liefst tweederde van de Kamerzetels - meer dan vorige keer - wordt bezet door mensen die voorheen hun brood verdienden in het onderwijs, de zorg, bij justitie, of als overheidsambtenaar? Ik ben geneigd te zeggen: Jammer, maar er valt weinig aan te doen, helaas. Geld dat de overheid uitgeeft moet uiteindelijk door de marktsector worden opgebracht. Het oogt dus als een vorm van uitlokking om de belangrijkste taken van volksvertegenwoordigers (zoals belastingdruk en de verdeling van overheidsgeld) te laten bepalen door politici die de collectieve sector hebben als referentiekader. Maar kennelijk heeft de grote meerderheid van de kiezers - voor tweederde in de marktsector werkzaam - vrede met de huidige gang van zaken. Bovendien blijkt het animo om de politiek in te gaan gering bij mensen die in bedrijven werken of er een eigen onderneming op nahouden. Deels komt dat omdat ze daarvoor veelal eerst een mars door de geledingen van hun partij moeten maken. Deels omdat ze een kamerlidmaatschap onaantrekkelljk vinden. Niet perse financieel - een lid van de Tweede Kamer vangt zo'n 90.000 euro per jaar -, maar wellicht ook vanwege de politieke cultuur en de typische, allerminst bedrijfsmatige werksfeer. Een land laat zich niet besturen door als een bedrijf, zo is ook de ondernemende ministers Heinsbroek en De Boer in het eerste kabinet-Balkenende gebleken. O ja, en het is zeker geen garantie dat iemand uit de marktsector zich in de Tweede Kamer ook sterk zal maken voor lagere belastingen en minder collectieve uitgaven. Integendeel. Zie: Jan Marijnissen. Ook afkomstig uit het bedrijfsleven

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

Meer opinie