David van Weel (NAVO): ‘Onze veiligheid vergroten kan niet zonder durfkapitaal’

David van Weel (NAVO): ‘Onze veiligheid vergroten kan niet zonder durfkapitaal’
Eerder dit jaar lanceerde de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) een eigen innovatiefonds, met een hoofdkantoor in Amsterdam. Als waarnemer van de raad van bestuur is David van Weel hier nauw bij betrokken. Van Weel licht de motieven om het fonds op te richten toe. ‘Het NATO Innovation Fund is een durfkapitaalfonds dat investeert in startups met een militaire én civiele toepassing. We willen dat dit fonds leidt tot meer innovatie in de defensie- en veiligheidssector.’

Op z’n 18e vulde David van Weel een bonnetje in een TV-gids in, waarmee hij zich aanmeldde voor een open dag van het Koninklijk Instituut voor de Marine. Uiteindelijk werd hij daar officier, waarna hij zijn carrière voortzette binnen het ministerie van Defensie, waar hij het schopte tot directeur internationale aangelegenheden en operaties. Vervolgens was hij enige jaren raadadviseur op het ministerie van Algemene Zaken. In die hoedanigheid behoorde hij volgens zijn Wikipedia-pagina – Van Weel is zo iemand die een eigen Wikipedia-pagina heeft – ‘tot de intieme groep adviseurs rondom minister- president Mark Rutte.’ 

Van Weel adviseerde over buitenlandse zaken en defensie. ‘En dat werk werd steeds gevarieerder. We richtten ons niet meer alleen op militaire dreigingen vanuit landen als Rusland, maar ook op zaken als exportvergunningen voor lithografiemachines naar China. We ontdekten dat veel Chinese PhD-studenten aan technische universiteiten hier waren opgeleid door het Volksbevrijdingsleger van China. We zagen dat hightechbedrijven werden gekocht door bedrijven uit landen die onze waarden niet deelden, wat de vraag deed rijzen of er niet ook politieke motieven speelden bij die overnames. Dat antidemocratische landen desinformatie verspreidden of economische drukmiddelen gebruikten om andere landen te verzwakken.’
Kortom: het werd Van Weel duidelijk dat de tijd van hybride oorlogsvoering was aangebroken, een tijd waarin ‘allerlei technologieën tegen ons kunnen worden gebruikt’ tijdens een conflict of, meer in het algemeen, om onze democratieën te ondermijnen. Dat we ons daarop moeten voorbereiden, daarvan raakte hij hoe langer hoe meer overtuigd. Het zette hem ertoe aan om bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) te solliciteren – ooit opgericht als een organisatie die zich richtte op bescherming van de westerse wereld door inzet van militaire middelen, maar die inmiddels ook inzag dat oorlog met allerlei middelen kan worden gevoerd. Binnen de NAVO is hij inmiddels assistant secretary general for emerging security challenges onder secretaris-generaal Jens Stoltenberg.

Bij de NAVO houdt u zich bezig met ‘opkomende veiligheidsuitdagingen’. Wat zijn dat?
‘Kort samengevat houdt mijn afdeling zich bezig met dreigingen die niet strikt militair zijn. We kijken naar zaken zoals cyberveiligheid, energiezekerheid, klimaatverandering en innovatie van nieuwe en disruptieve technologieën. We besteden bijzondere aandacht aan de opkomst van generatieve kunstmatige intelligentie en de impact daarvan op onze veiligheid. Na de aanvallen op de onderzeese pijpleidingen Nord Stream 1 en 2 vorig jaar zijn we ons ook sterk gaan richten op de bescherming van onderwaterinfrastructuur.

Ook kijken we naar afhankelijkheden die veiligheidsrisico’s met zich mee kunnen brengen. Denk aan afhankelijkheid van Russisch gas, of van grondstoffen die uit China komen. Zeker sinds de Russische illegale annexatie van de Krim in 2014 heeft dit soort onderwerpen onze aandacht, en nog meer sinds de grootschalige invasie van Oekraïne door president Poetin in februari 2022. We zijn gaandeweg beter gaan begrijpen dat besluiten niet altijd op rationele afwegingen zijn gebaseerd, zoals wel blijkt uit het besluit van Poetin om gas als wapen in te zetten. Schadelijk voor Rusland, en toch heeft hij het gedaan. Het toont aan dat de wereld zich niet altijd ontwikkelt zoals wij dat wensen. En dat we ons moeten voorbereiden op onverwachte situaties.’

Waarom is het NATO Innovation Fund (NIF) opgericht?
‘Tegenwoordig is samenwerking tussen de publieke en private sector essentieel om innovatieve technologieën te ontwikkelen en het gebruik ervan in goede banen te leiden, zodat het bevorderlijk is voor onze collectieve veiligheid als vrije democratieën en NAVO-landen. Dat is anders dan vroeger: tot een jaar of 30 jaar geleden kwamen alle grote uitvindingen uit de defensiesector, zoals GPS en internet. Deze technologieën werden oorspronkelijk ontwikkeld voor militaire doeleinden en later voor commercieel gebruik beschikbaar gesteld. Maar die wereld is niet meer. Nu loopt de overheid – inclusief defensie – in het Westen achter op de commerciële sector als het gaat om innovatief vermogen. Bovendien neemt de concurrentie toe, vooral met een land als China. Wij, in het Westen, hebben nog wel de laatste en beste technologie tot onze beschikking, maar we moeten onze inspanningen verdubbelen om innovatie te versnellen. We weten niet altijd wat onze potentiële tegenstanders hebben, wat voor technologieën ze ontwikkelen en hoe ze deze gebruiken. We hebben nog geen wetgeving om nieuwe technologieën te reguleren. Vaak weten we zelfs niet waar nieuwe technologieën worden ontwikkeld, omdat we geen sterke connectie hebben met universiteiten en innovatiehubs.

Omgekeerd aarzelden de innovators, om ze zo maar te noemen, vaak om zaken te doen met de defensiesector. Deels heeft dit te maken met ethische kwesties, deels is die aarzeling door het beleid van de EU aangewakkerd. Zo kregen bedrijven geen EIB-investering als ze ook voor defensie werkten. Met de kennis van nu is dat natuurlijk absurd. We hebben onze eigen wapenindustrie geschaad met dit beleid, waardoor we uiteindelijk misschien zelfs Chinese en Russische wapens zouden hebben moeten kopen. Maar er was simpelweg te weinig begrip en samenwerking vanuit de EU. Nog een handicap is dat er vaak een gebrek aan kennis is voor de behoeften van defensie. Militairen zijn goed in het specificeren van wat ze willen, maar vaak gaat het dan om incrementele verbeteringen, zoals het vervangen van een wapen door een verbeterde versie. Terwijl we nu allerlei nieuwe technologieën zoals generatieve kunstmatige intelligentie zien die snel worden geïntroduceerd en in korte tijd radicale veranderingen teweegbrengen. Het NATO Innovation Fund ofwel NIF is opgericht als oplossing voor deze problemen. Ons belangrijkste doel is om onze achterstand in technologie om te buigen naar een voorsprong, door nauwer betrokken te raken bij innovatie om onze veiligheid te vergroten. Dat kan niet zonder inzet van durfkapitaal. Want durfkapitaal is van essentieel belang voor innovatie. Ook in de defensie-industrie, zeker nu we leven in een tijd van disruptieve doorbraken – denk alleen al aan het gebruik van drones van 10.000 euro die tanks van miljoenen kunnen uitschakelen. Dat soort ontwikkelingen noopt de militaire industrie om te innoveren. Met durfkapitaal. Het NIF is een durfkapitaalfonds dat investeert in startups met een militaire én civiele toepassing – een dual use – die middelen nodig hebben voor hun innovatieve technologieën. Het fonds heeft nu ruim 1 miljard euro aan kapitaal, afkomstig van 23 lidstaten die vrijwillig hebben meegedaan. Zweden treedt toe zodra het een NAVO-bondgenoot is. Het fonds staat open voor meer landen die willen instappen en voor commerciële investeerders die willen co-investeren.’

Hoe werkt het NIF?
‘Het NIF werkt samen met een ander initiatief van de NAVO, genaamd DIANA (Defense Innovation Accelerator for the North Atlantic, red.). DIANA zit verspreid over tientallen innovatiehubs over het hele bondgenootschap, zoals Boston, Massachusetts Institute of Technology (MIT) en – binnenkort – Eindhoven. Daar legt DIANA probleemstellingen neer die te maken hebben met onze veiligheidsbehoeften en selecteert de beste potentiële oplossingen uit bestaande of nieuwe technologieën. Een probleem zou bijvoorbeeld kunnen zijn: wij willen onder water kunnen kijken over een afstand van 100 kilometer. Een bedrijf dat iets heeft ontwikkeld om walvissen te spotten over lange afstanden, is voor DIANA dan wellicht interessant. Dat kan dan instromen in een acceleratorprogramma, waar het wordt begeleid door experts uit de defensiesector en de commerciële sector. We bieden toegang tot testcentra, ongeacht welk technologisch domein je betreedt. Daarnaast helpen we bij het opbouwen van een commercieel businessmodel.

Aan het einde van dit traject bevinden zich bedrijven met een concreet product. Wat we echter hebben opgemerkt, met name in Europa, is een gebrek aan durfkapitaal. Dit geldt in het algemeen, maar is vooral merkbaar in de zogenoemde deep tech en in dual use-sectoren. Er is gewoon te weinig kapitaal beschikbaar voor investeringen. Dat merkte ik al toen ik adviseur was van Mark Rutte. Veel van de bedrijven die ik tegenkwam, waren afkomstig van goed gefaciliteerde universitaire startups. Ze hadden dringend financiering en opdrachten nodig, maar de overheid bood geen uitkomst, terwijl het gat naar particulier kapitaal te groot was. Ze belandden daardoor vaak in een valley of death. Als we voor dit soort bedrijven geen risicodragend vermogen vinden, bestaat het gevaar dat een land als China ze voor een habbekrats van de markt haalt, nadat westerse landen ze eerst met miljoenen aan subsidies en startkapitaal hebben gesteund. Het NIF wil dat vermijden. Het NIF investeert vooral in dit soort bedrijven, voor zover ze passen bij de innovatieagenda van de NAVO. Die agenda loopt langs negen opkomende en ontwrichtende technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, kwantumtechnologie en biotechnologie. Het NIF kijkt ook naar duurzaamheid als een belangrijk criterium. We geloven namelijk dat er veel kansen liggen voor doorbraken op het gebied van energie-efficiëntie en de energietransitie waar defensie een leidende rol bij kan spelen. Er heerst nog wel eens het idee dat defensie niet duurzaam kan zijn. Wij stellen ons juist op het standpunt dat ESG-doelstellingen zonder veiligheid zinloos zijn. Je zou zelfs de D van defensie moeten toevoegen aan ESG. Het NIF zal vooral directe investeringen doen in startups die uit het DIANA- programma komen of die anderszins passen bij onze innovatieagenda. Het overgrote deel van het kapitaal zal daarnaartoe gaan. Maar zo’n 10 tot 20 procent zal worden geïnvesteerd in bestaande deep tech-fondsen die ook een dual use-focus hebben.’

Hoe selecteert het NIF bedrijven en fondsen om in te investeren?
‘De precieze selectiecriteria worden bepaald door ons managementteam. Dat bestaat uit vijf zeer ervaren professionals, die deels vanuit Londen werken en deels vanuit het hoofdkantoor in Amsterdam. Leden van het managementteam zijn onder anderen de managing partner die eerder bij technologie-investeerder Amadeus Capital Partners heeft gewerkt en een investment manager van DCVC, een toonaangevende deep tech-investeerder in Californië. Dan hebben we nog een raad van bestuur. Voorzitter is Klaus Hommels, expert in venture capital. Andere leden zijn Fiona Murray, een professor van MIT die zich richt op de relatie tussen startups en veiligheid, Roberto Cingolani, de directeur van defensiebedrijf Leonardo, en Prins Constantijn die medeoprichter is van TechLeap, dat zich sterk maakt voor het Nederlandse ecosysteem voor startups en scale-ups. Zelf zit ik als waarnemer in de raad van bestuur, om de link met de NAVO te bewaken. Het NIF is voor alles een marktconform fonds, met een winstoogmerk en een carried interest voor de partners. Daar is heel bewust voor gekozen. We willen de perceptie dat onze investeringen politiek gekleurd zouden zijn voorkomen, want dat kan het vertrouwen van andere investeerders wegnemen. Terwijl crowding in van andere investeerders essentieel is.’

Wat zegt u als iemand het NIF verwijt dat u de markt verstoort en concurrentievervalsend optreedt?
‘Ons doel is niet om te concurreren, maar om juist aandacht te vestigen op een markt die momenteel onderbelicht is. We zijn aanvullend, en werken graag samen met andere fondsen. En we geloven dat we een aantrekkelijke partner zijn om mee samen te werken. Temeer daar we toegang hebben tot het uitgebreide netwerk van de NAVO. Dit omvat het NAVO science & technology-netwerk, dat bestaat uit 6.500 wetenschappers wereldwijd, en toegang tot NAVO-oefeningen en -operaties. Hierdoor hebben we de unieke mogelijkheid om onze oplossingen te testen en te experimenteren in echte operationele omgevingen.’

Wanneer is het NIF volgens u een succes?
‘Voor ons is het belangrijkste dat dit fonds leidt tot een beter investeringsklimaat voor dual use-investeringen en tot meer innovatie in de defensie- en veiligheidssector in Europa en Noord-Amerika. Dat het ertoe bijdraagt dat we voorop blijven lopen in technologische innovatie en dat we die innovatie op een verantwoorde manier gebruiken voor onze veiligheid, die past bij onze normen en waarden. Als we dat allemaal kunnen bereiken, zou dat een groot succes zijn. En als het fonds niet meer nodig is, omdat er genoeg andere investeerders zijn die dit veld interessant vinden? Des te beter. Al denk ik dat we er nog wel even bezig zijn.’ 

Dit interview is gepubliceerd in Management Scope 10 2023.

Dit artikel is voor het laatst aangepast op 21-11-2023

facebook