Architect Rem Koolhaas een van 's werelds meest toonaangevende architecten

Rem Koolhaas: Architect als visionair

01-11-2005 | Interviewer: Saskia Stuiveling | Auteur: Irene Schoemakers | Beeld: Mark Janssen

Rem Koolhaas: Architect als visionair
Rem Koolhaas architect? Als je daarmee bedoelt dat hij de hele wereld wil vormgeven, wel ja. Een gesprek met een van ‘s werelds meest toonaangevende architecten en zijn zakelijk partner Victor van der Chijs.

"Architectuur is soms kinderlijk eenvoudig. Mensen realiseren zich vaak niet dat het ook vooral veel knippen en plakken is met piepschuim en bordkarton", zo relativeert de meester van de architectuur, die internationale bekendheid verwierf met de Rotterdamse Kunsthal en later het Nederlands Danstheater in Den Haag. Maar ook de Nederlandse ambassade in Berlijn, het museum Guggenheim in Las Vegas, de openbare bibliotheek in Seattle en de Pradawinkel in New York komen uit de koker van Koolhaas. Zijn in 1975 opgerichte Office for Metropolitan Architecture (OMA) kent inmiddels drie vestigingen: New York, Beijing en Rotterdam. Koolhaas werd eind september genomineerd voor de titel Meest invloedrijke intellectueel door het Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy en het Engelse magazine Prospect.

Lees verder





Relaxed en ogenschijnlijk niet gehinderd door enige druk loopt hij door het onopvallende verzamelkantoorgebouw in het Rotterdamse centrum waar OMA de eerste en hoogste verdieping in beslag neemt. Niets doet aan de buitenkant vermoeden dat hier een van ‘s werelds meest prestigieuze architectenbureaus is gevestigd. Binnen - de ruimte kent nagenoeg geen muren - zoemt het van de activiteit en creativiteit.


"Kijk", legt Koolhaas - zoon van schrijver Anton Koolhaas en kleinzoon van architect Dirk Roosenburg - uit, terwijl hij een maquette in zijn hand neemt. "Dit is een voorbeeld van hoe wij te werk gaan. Dit stelt een nieuw deel voor van een stad in Rusland. Ons werd gevraagd om hier een ontwerp voor te bedenken. Om dit niet te statisch te laten zijn, hebben we ons aanvankelijke piepschuimontwerp vervangen door metalen blokjes en er vervolgens een magneet onder gehouden. Het gevolg is een roterend geheel dat veel dynamiek in zich heeft."


Er werken hier zo'n honderdtwintig creatieve mensen. Hoe lukt het om ideeën om te zetten in een stabiele en verantwoorde stroom van productie?


"Het probleem is dat we natuurlijk niet in een stabiele wereld leven. Dit vak is in toenemende mate van de markt afhankelijk en die is per definitie instabiel. Daar komt bij dat ik van de ‘generatie 68' ben en dit bureau dus nooit heb beschouwd als een bedrijf waar gezinnen van moeten leven. Maar juist vanwege de instabiliteit van de omgeving is management van ons werk, meer nog dan van onze medewerkers, een kritische factor die maakt dat we het hier kunnen volhouden. Het is ook niet voor niets dat we een jaar geleden Victor van der Chijs er als partner hebben bijgehaald. Al eerder werkten we met hem samen in een project waarbij wij gevraagd werden de haalbaarheid van Schiphol op een platform in de Noordzee in kaart te brengen. Hij was destijds als onze opdrachtgever heel goed in staat om ons op ons functioneren te beoordelen. Uiteindelijk hebben we hem juist hierom gevraagd bij ons te komen. Hij is de eerste partner die niet afkomstig is uit de architectuur, maar kijkt kritisch naar de opdrachten die we selecteren en beoordeelt bijvoorbeeld of ze wel of niet rendabel voor ons zijn."


Geen overbodige luxe, neem ik aan.


Van der Chijs: "Inderdaad. Als creatieveling heeft Rem de neiging om telkens iets nieuws te willen ontwerpen. Economisch gezien is dat voor ons als bedrijf niet altijd voor de hand liggend. Het zou voor de winst natuurlijk veel beter zijn om een uitgedacht concept meerdere keren toe te passen en niet telkens het wiel uit te vinden. Voor een architect is dat echter niet bijster interessant. Het is voor ons dan ook de kunst hier een gulden middenweg in te vinden."


Botst het wel eens tussen het creatieve en zakelijke?


"Nee. Ze zitten elkaar zelden in de weg", meent Van der Chijs. "Het bureau wordt benaderd met een creatieve vraag. Het is aan ons om dan goed door te vragen en te achterhalen wat de klant precies wil en of dat past bij het profiel van ons bedrijf. Pas daarna komt het puur zakelijke deel aan de orde. Hebben we genoeg mensen om het project uit te voeren? Is de opdrachtgever bereid te wachten? Wil hij betalen? Welke planning hanteren we? Het zakelijke volgt bij ons dus altijd het creatieve. Het is faciliterend."


Wat is jullie missie voor de toekomst?


Van der Chijs: "De zeven partners hebben met elkaar afgesproken dat we de beste creatieve onderneming van de wereld willen zijn. Let wel, de nadruk ligt dus niet uitsluitend op architectuur maar op creativiteit. Daarbij willen we ons vooral ook verder verbreden en nieuwe onderwerpen naar ons toe trekken. Het is mijn taak die ambitie mogelijk te maken en te zorgen voor een gestage stroom van spannende, vernieuwende opdrachten. De creativiteit laat ik over aan de andere partners. Ik fungeer hooguit als een spiegel bij het maken van hun keuzes."


Analyse is een van de basiselementen van ‘Operatie Koolhaas'. Maar pas eind jaren negentig heb je hier vorm aan gegeven: van het researchinstituut AMO.


"Klopt", neemt Koolhaas het gesprek over. "Dat heeft alles te maken met de tegenstellingen binnen de architectuur. Binnen ons vakgebied worden in feite alleen output en prestatie beloond. Dat betekent dus dat degene die het meeste denkwerk verricht, zeg maar de uitvinder van een concept, in feite contraproductief bezig is. Zijn tijd en onderzoeken worden niet of nauwelijks gehonoreerd. Maar tegelijkertijd hebben architecten en hun klanten juiste wél een grote behoefte aan research en een structurele interesse om concepten te moderniseren. Wij staken daar altijd veel tijd en geld in. Op een gegeven moment leek het dan ook zinvol om de research en realisatie van elkaar los te koppelen en in twee bedrijven onder te brengen. OMA is er nu voor het bouwen. AMO is er voor het architectonisch denken, de research. Aan dit laatste blijkt ook bij klanten veel behoefte. Architectuur is namelijk enorm traag. De snelste realisatie van een concept neemt toch al gauw vijf tot zes jaar in beslag. Dat betekent ook dat we de snelheid van de samenleving wat bouwen betreft nooit kunnen bijbenen. Maar we kunnen wél in hetzelfde tempo meedenken over ontwikkelingen in de maatschappij, cultuur, organisaties, identiteit. En het blijkt dat er veel klanten zijn die ons juist voor ons architectonisch denken willen inschakelen, zonder dat daar een concreet bouwproduct aan wordt verbonden. We doen dat overigens regelmatig in samenwerking met Harvard University."


Kun je een voorbeeld geven van opdrachten die AMO uitvoert?


"Het Amerikaanse tijdschrift Wired bijvoorbeeld. Een tijdschrift dat bestond bij de gratie van de internetbubble. Toen deze barstte, moest er een nieuw concept voor dit blad worden bedacht. Dat hebben wij gedaan. Maar ook hebben we op verzoek van de Europese Commissie deelgenomen aan een brainstormsessie over de visuele communicatie van Europa. Hieruit is bijvoorbeeld het voorstel voor de nieuwe vlag voor de Europese Unie met de gekleurde streepjescode uit voortgekomen. Maar ook hebben we hiervoor een tentoonstelling ingericht in de vorm van een circustent waarbij de hele geschiedenis van Europa visueel werd vormgegeven."


"OMA en AMO werken overigens heel vaak samen", vult Van der Chijs aan. "In het geval van Prada bijvoorbeeld. AMO hield zich bezig met de informatietechnologie, de website en de media-inhoud van de Prada-winkels, terwijl OMA het bouwconcept voor haar rekening nam. Wat dat betreft zijn OMA en AMO twee ledematen van hetzelfde lichaam."


Je hebt ooit gewerkt als journalist voor de Haagse Post en later ook nog als scenarioschrijver. Helpt met name dit laatste je bij het vormgeven van je ideeën?


"Absoluut. Sterker nog," neemt Koolhaas het gesprek weer over - terwijl hij tijdens het gesprek voortdurend wat schetsjes tekent op een papiertje - "ik zie nauwelijks verschil tussen scenarioschrijven en architectonisch denken. In beide gevallen gaat het om het ontdekken of creëren van samenhang. Structuur aanbrengen dus."


OMA heeft inmiddels vestigingen over de hele wereld. Toch is Koolhaas het A-merk van de organisatie. Hoe bewaak je de kwaliteit van dit A-merk?


"Ik ben blij dat je deze vraag stelt. We heten namelijk niet Koolhaas, maar OMA/AMO. En dat is een bewuste keuze. Ik heb altijd gezegd dat er onderwerpen en zaken zijn die belangrijker zijn dan ikzelf. We werken hier als een team. En dan heb ik het niet alleen over de mijzelf en de zes andere partners, maar ook over de medewerkers, de ingenieursbureaus, de politieke denktanks. Achter al deze partners gaan nieuwe lagen van intelligenties schuil waar wij als organisatie ons voordeel mee kunnen doen. OMA is kortom meer dan Koolhaas."


Toch kun je niet ontkennen dat opdrachtgevers vooral op jouw naam afkomen...


"We zijn hard bezig deze beeldvorming te veranderen. Ik probeer binnen projecten ook vooral niet de nadruk te leggen op mijzelf maar probeer heel duidelijk de partners naar voren te schuiven. Ik wil namelijk niet in de valstrik lopen dat het bedrijf straks staat of valt met een grijsaard als dronken bokser."


Van der Chijs vult aan: "De afspraken binnen onze organisatie zijn wat dit betreft ook heel helder. Maar de perceptie van de buitenwereld is soms anders. Langzaam maar zeker dringt echter het besef door dat OMA/AMO meer is dan Rem Koolhaas alleen."


"In feite hebben we het hier over de pervertering van de architectuur", meent Koolhaas. "Ooit was architectuur namelijk een discipline die voor het publiek en grotendeels publieke opdrachtgevers werkte. Een architect werkte vroeger dus per definitie in een groter geheel. Maar de maatschappij is meer en meer gefixeerd geraakt op individuen van wie ook nog eens wordt verwacht dat ze hun eigen uitroepteken bouwen. Eerlijk gezegd, vind ik dat weerzinwekkend. Ik wil me niet louter en alleen bezighouden met extreme architectuur."


OMA is een internationaal bedrijf. Hoe vindt de onderlinge communicatie plaats?


"Een week per maand zijn de mensen uit Amerika en China hier in Rotterdam. In die week nemen we de coördinatie van de projecten door. Veel geregel dus, maar gelukkig wordt er dan ook veel gelachen. Daarnaast zit ik zelf in ieder geval een keer per maand in Azië. Meestal vlieg ik dan via Amerika weer terug naar Nederland. Een keer per maand maak ik dus een rondje om de wereld. Ik vind dat bijna iets rustgevends hebben. Het biedt structuur en geeft me bovendien de mogelijkheid om niet steeds op dezelfde werkplek te hoeven zitten."


En moderne communicatiemiddelen?


"Natuurlijk bellen en mailen we ook veel. Maar het blijft verrassend belangrijk om elkaar te zien. Veel van wat we doen, is rationeel, maar ik wil ook fysiek op een bouwplaats rondlopen en opdrachtgevers persoonlijk ontmoeten om te voelen welke kant het opgaat."


Hoe komen OMA en AMO aan hun opdrachten?


"Het grootste deel van onze opdrachten komt per toeval op ons af. Het is een willekeurige verzameling. Er zijn ook onderwerpen die nooit op ons pad komen. Zo zou ik bijvoorbeeld nog graag een kazerne willen ontwerpen. Al was het alleen maar omdat ik dat nog nooit heb gedaan. Een eenvoudig kantoorgebouw vind ik ook aantrekkelijk. Juist vanwege de eenvoud. Dat soort opdrachten komt echter nooit naar ons toe, omdat we nu eenmaal de reputatie hebben om grote en complexe onderwerpen aan te gaan. Ergens is dat jammer."


Van der Chijs: "We kijken of we ook op andere terreinen toegang kunnen krijgen. Met AMO, gekoppeld aan onderzoek van andere instellingen, kunnen we dat beter dan met OMA. Zo zijn we bijvoorbeeld enorm geïnteresseerd in de constructie van Europa. Ook werken we aan het hoofdkantoor van de Chinese staatstelevisie. In dit kader hebben we het initiatief genomen co-producties te organiseren tussen de BBC en de Chinese tv. We bepalen meer en meer onze eigen agenda."


Architecten krijgen doorgaans pas vrij laat erkenning. Wat moet er de komende vijf jaar gebeuren om een optimum te bereiken?


Koolhaas: "Ik wil me in ieder geval blijven bezighouden met nieuwe onderwerpen. Maar ook ben ik erg geïnteresseerd in grootstedelijke problemen. Zo zijn we in Lagos bezig met een project om te kijken wat er de komende twintig jaar gebeurt met deze stad en welke gevolgen de toenemende armoede heeft op de samenleving. Ik ben daar nadrukkelijk als researcher aanwezig, niet als bouwer. Ik heb ook geen enkele commerciële betrokkenheid maar wil graag meedenken over de volgorde waarin grootstedelijke problemen kunnen worden opgelost. Aan welk draadje in de kluwen je als eerste moet trekken."


Tot slot. Ik zie dat jullie hier veel met beeld werken. Kijk alleen maar naar de tentoonstelling voor de Europese commissie. Hoe zit bij jou zelf de balans tussen beeld en taal?


"We zijn hier heel fanatiek bezig met het ontwikkelen van een beeldtaal die iedereen begrijpt: diagrammen, figuren", legt Koolhaas uit. "Voor mijzelf daarentegen is taal belangrijker. Zonder dagelijks op te schrijven waar ik mee bezig ben, raak ik het overzicht kwijt. Ik zie mezelf dan ook meer als schrijver dan als beeldmens. En ik schrijf alleen in het Engels, een taal die ook in ons bedrijf de voertaal is. Al was het maar om de concurrentie met mijn vader te ontlopen."


Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 5 | 2 Waarderingen
Advertorial
Advertorial

Saskia Stuiveling

Meer interviews

Joris van Oers, CEO BT Benelux: 'WhatsApp heeft ons verdienmodel veranderd'

Joris van Oers, CEO BT Benelux: 'WhatsApp heeft ons verdienmodel veranderd'

Joris van Oers, ceo van BT in de Benelux, grijpt de kansen die de enorme groei van connectiviteit creëert. ‘Ik probeer mensen positief te forceren om tot innovatie te komen.’

Ab Klink: 'Bedrijven moeten zich activistischer opstellen'

Ab Klink: 'Bedrijven moeten zich activistischer opstellen'

Goed werkgeverschap is investeren in goede gezondheidszorg om medewerkers te binden en inzetbaar te houden, aldus Ab Klink, lid van de raad van bestuur van Coöperatie VGZ.

Derk Haank: 'Private equity gaat groeien'

Derk Haank: 'Private equity gaat groeien'

De ceo van Springer heeft in tien jaar tijd veel ervaring opgedaan met private equity. ‘Het is een mooi en efficiënt model, financieel aantrekkelijker dan een beursnotering. Maar er is zeker ruimte voor verbetering.’

Chris Heutink: ‘Arbeid is inclusief’

Chris Heutink: ‘Arbeid is inclusief’

Werving en selectie is de afgelopen jaren als gevolg van de moeilijke markt, nieuwe technologieën en internet enorm veranderd. Chris Heutink, directeur Randstad Nederland, geeft de wereld van werk vorm. ‘Iedereen moet mee kunnen doen.’

Buurtzorg: 'Wij doen niet aan strategische flauwekul'

Buurtzorg: 'Wij doen niet aan strategische flauwekul'

Jos de Blok is wars van het managementdenken dat domineert in de thuiszorg. ‘Managers hebben een zorgvuldig opgebouwd ecosysteem om zeep geholpen.’ Met het succesvolle Buurtzorg Nederland pakt hij het totaal anders aan.

 

Timo Huges: 'Gebrek aan klantgerichtheid is levensgevaarlijk'

Timo Huges: 'Gebrek aan klantgerichtheid is levensgevaarlijk'

Bij zijn voormalige werkgever FloraHolland kreeg Timo Huges met regelmaat boze telers op zijn nek. Met de dikke huid die een president-directeur van NS nodig heeft, zit het dus wel goed.

Money Talks

Money Talks

Hoe staat het met de financiering van bedrijven? Welke trends spelen bij overnamefinanciering? Drie kapitaalverstrekkers – vanuit beurs, bank en investeringsmaatschappij – geven hun visie.

'NAM is een eindig project'

'NAM is een eindig project'

Aardbevingen bepalen de agenda van Barend Botter, adjunct-directeur van de Nederlandse Aardolie Maatschappij. Daarnaast zet het concern vol in op duurzaamheid.

‘Innovatie door innig samenwerken’

‘Innovatie door innig samenwerken’

Alliander-ceo Peter Molengraaf en hoofddirecteur bedrijfsvoering van het ministerie van Defensie Arie Jan de Waard ontdekken de parallellen tussen hun sectoren, waar veiligheid en innovatie centraal staan.

‘In boardrooms zitten geen creatievelingen’

‘In boardrooms zitten geen creatievelingen’

Alleen door creatief te kijken naar de bedrijfsvoering en deze strategie door te voeren, kun je succesvol zijn in de ‘nieuwe’ economie. Peter Barratt-Jones van Rethinker.co: ‘De angst voor verandering overheerst in de boardroom.’