Raadsheer Joachim Fleury van de podiumkunsten

02-11-2010 | Beeld: Peter Bak | Tekst Jacqueline Hoefnagels

Raadsheer Joachim Fleury van de podiumkunsten
Joachim Fleury is advocaat én cultureel ondernemer. ‘Klagen dat de overheidsbijdrage krimpt helpt natuurlijk niet.'

Ik ben het zwarte schaap van de familie', aldus Joachim Fleury. Zijn moeder volgde de Gerrit Rietveld Academie en verdiende haar geld als naaister van toneelkostuums, zijn broers zijn filmmaker en computeranimator en zijn zus maakt theatervoorstellingen. Hij groeide deels op tussen de coulissen en toen hij in Londen en New York werkte ging hij jarenlang twee, drie keer per week naar het theater.

Advocaat Fleury
Zelf mag hij dan de enige van het gezin zijn die geen artistiek talent heeft , Fleury is weer goed in andere dingen. Advocaat zijn. Bemiddelen, regelen, zorgen dat plannen tot stand komen. Deze talenten zet hij graag in om op zijn eigen manier bij te dragen aan de podiumkunsten. Daarom zit hij in het bestuur van het Holland Festival en van het Londense danstheater Sadler's Wells en is hij sinds mei dit jaar secretaris van de Nederlandse Associatie voor de PodiumKunsten (NAPK), het resultaat van de fusie tussen de belangbehartigers van dansgezelschappen, theatergezelschappen en orkesten.

Clifford Chance
Fleury (48) werkt bij Clifford Chance en begeleidde onder meer de overname van Endemol en VNU. Hij is nog steeds sectiehoofd, maar het schrijven van contracten in het holst van de nacht had hij op een gegeven moment wel gezien en dus werd hij twee jaar geleden parttime partner. Nu reist hij een derde van zijn tijd over de aardkloot voor kantoor en verder leeft hij afwisselend in Londen (Engelse vriendin) en Amsterdam. Als het meezit is hij de helft van zijn tijd druk met particuliere participaties in kleine bedrijven, met duurzame horeca en met cultureel ondernemen.

Cultuuromslag
In ons land wordt zo'n tachtig procent van de kosten van de podiumkunsten door de overheid betaald. Nog wel. Amerika is het andere uiterste. ‘Daar zit het in de cultuur dat mensen die wat beter verdienen, uit eigen middelen bijdragen aan de kunsten - giving back. Engeland zit daar tussenin en wij kunnen veel leren van de manier waarop het daar wordt geregeld.

Ik streef bijvoorbeeld naar een betere regeling om culturele gift en te kunnen aftrekken voor belasting. Niet dat ieder podium de naam van een donateur moet dragen, maar er zijn zat mensen en bedrijven die graag willen geven.' Zelf doet hij dat al jaren. ‘Het probleem is alleen dat het in ons land niet direct bij gezelschappen opkomt hierover na te denken. Terwijl lijdzaam klagen dat de overheidsbijdrage krimpt natuurlijk niet helpt.'

Neven functie

Fleury vindt de houding in ons financieel ‘verwende' kunstenwereldje soms verbijsterend. ‘Ik probeer al een jaar tot een afspraak te komen met het hoofd fondsenwerving van een Amsterdams toneelgezelschap. Die persoon blijkt er niet te zijn, het is al die tijd een vacature. Uiteindelijk mag ik komen praten met de artistiek directeur, terwijl die zijn tijd juist zou moeten besteden aan mooie dingen maken. Nog een voorbeeld: op recepties kwam ik voortdurend de zakelijk leider tegen van een dansgezelschap. "Bél mij toch", zei ik steeds. Hij zei dan ja maar deed het niet.

Don Quichot
'Ze denken het niet nodig te hebben. Maar de overheid trekt zich toch echt terug. Er moet een cultuuromslag komen, of men wil of niet. Want dan kan er juist nog meer moois en geks op de planken komen. Kijk maar naar Londen. Aan Fleury zal het niet liggen. ‘Bij Clifford Chance noemen ze mij wel eens Don Quichot, omdat ik graag tegen windmolens vecht. Maar er is een verschil: ik krijg namelijk regelmatig zo'n windmolen om.'

Lees ook:
> Kunst van 645 miljard euro
> Biografie Tom de Waard, advocaat Clifford Chance
> Peter Wakkie nieuwe commissaris TomTom
> Ivo Opstelten interviewt Emily Ansenk, directeur Kunsthal
> Peter Berdowski en Ben Vree: ‘De kunst is om vooral rustig te blijven'

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 4 | 1 Waardering

Meer achtergrond artikelen