Wetgeving risicomanagement complex en onduidelijk

01-07-2013 | Interviewer: Jan van de Poel | Auteur: Irene Schoemakers | Beeld: Marcel Bakker

Wetgeving risicomanagement complex en onduidelijk

Noodzakelijk, maar complex en onduidelijk. Zo typeert het gezelschap aan deze rondetafel de onlangs aangepaste Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. ‘De vraag is of deze wet zijn doel wel bereikt.’

De herziene Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) zorgt voor veel discussie. Chief risk officer Petra van Hoeken, accountant Paul Dinkgreve, ceo Marcel van Es en notaris Remco Bosveld hebben er allen mee te maken. Gespreksleider Jan van de Poel, emeritus hoogleraar risk management aan de Universiteit Maastricht, gaat kritisch en bevlogen met hen in discussie over de kansen en risico’s van deze wet en de implicaties ervan voor bedrijven.

Voor wie de wet niet direct op zijn netvlies heeft staan: de WWFT is er sinds 2008 om witwassing en financiering van terrorisme tegen te gaan. De wet is niet alleen het ‘pakkie an’ van handelaren en makelaars, maar bijvoorbeeld ook van financiële instellingen, notarissen, advocaten, belastingadviseurs en administratiekantoren. Uiteraard hebben ook bedrijven te maken met deze wet. Sinds 1 januari 2013 is de wet verder aangescherpt. Cliëntenonderzoek moet grondiger worden uitgevoerd, ongebruikelijke transacties moeten worden gemeld, en zo zijn er nog wat bepalingen bijgekomen. Tijd voor een eerste evaluatie.


Wat valt u het meest op aan deze wet?
Van Hoeken: ‘Ik snap heel goed dat deze wet er is. Er lopen nogal wat legale en illegale geldstromen met soms niet menslievende doelen over de wereld en het is begrijpelijk dat hier regels voor zijn. Maar het is een issue dat de internationale wetgeving op dit gebied niet overal hetzelfde is. Dat maakt het ongelooflijk complex voor bedrijven die internationaal opereren. Het wordt voor hen steeds moeilijker om te bepalen wat ze moeten doen per jurisdictie, als het gaat om het naleven ervan en om in inzicht te krijgen hoe het een samenhangt met het ander. Om een voorbeeld te geven van extra complexiteit en reikwijdte; de Amerikaanse Foreign Account Tax Compliance Act (FATCA) reikt over de grenzen van de oceaan heen. Dat betekent dat als een Amerikaanse ingezetene een deposito stort op onze bank, wij met deze wet te maken hebben.’
Van Es: ‘Grote bedrijven zijn nog wel bekend met deze wet. Maar het midden- en kleinbedrijf weet nauwelijks wat deze wet inhoudt. Hij is bovendien principle-based. Ze moeten er zelf invulling aan geven. De risicoanalyse staat centraal. Dat is een hele uitdaging.’
Dinkgreve: ‘De vraag is ook of de wet het doel bereikt dat hij wil bereiken. Hoe effectief en kostenefficiënt is deze wet? De wet brengt veel extra administratieve rompslomp met zich mee voor bedrijven en instellingen. De reikwijdte wordt bovendien steeds opgerekt door jurisprudentie. Op zich is daar niets mis mee, omdat we nu eenmaal in een tijd leven waarin transparantie belangrijk is. En wat fout is, is fout. Maar het betekent wel dat we zorgvuldig moeten omgaan met deze wet. Het zal niet de eerste keer zijn dat een persoon zijn baan kwijtraakt omdat hij onterecht beschuldigd is van witwassen. Waar rook is, is vuur, zeggen ze dan in Europa. In Amerika denkt men daar anders over. Vrijgesproken is vrijgesproken.’
Bosveld: ‘Mijn notarispraktijk is zeer divers en internationaal en ik merk heel goed dat wetten en systemen in de wereld niet op elkaar aansluiten. ‘Waarom moet ik deze gegevens aanleveren?’, zo luidt dan de vraag van een cliënt die internationaal opereert. Bovendien kent de WWFT veel subjectieve indicatoren waardoor niet precies duidelijk is hoe ver je moet gaan. Moet je iedereen het hemd van het lijf vragen in elke zaak? Of kan dat minder? Daar worstel ik soms mee.’


Mijn stelling is dat de WWFT een waardeloze wet is. Om te beginnen is de wet niet glashelder en is niet duidelijk waar hij eindigt. De jurisprudentie is onvoldoende en schiet alle kanten op. Het is bovendien leuk dat de wet principle-based is, maar er schuilt wel een macht achter die straf kan uitdelen wanneer partijen de wet niet op de juiste manier hebben nageleefd. Dat is vreemd. En met deze wet wordt de verantwoordelijkheid van het ‘vangen van boeven’ neergelegd bij financiële instellingen, notarissen en advocaten. De overheid maakt zich er mijns inziens makkelijk van af. Ziet u dat ook zo?
Bosveld: ‘Ik herken dat wel een beetje. Zeker gezien de recente wetswijzigingen. Als ik als notaris een WWFT-plichtige dienst verricht en ik kom bij een cliënt iets tegen dat niet in de haak is en dat niet binnen mijn dienstverlening valt, dan ben ik verplicht ook dat te melden. Dat gaat best ver.’
Dinkgreve: ‘Het is inderdaad geen glasheldere wet. Maar laat mij wetgeving zien die wél helder is. De kwaliteit van wetgeving is de laatste jaren sterk achteruit gegaan. Iedereen interpreteert en het is uiteindelijk de rechter die bepaalt.’
Van Hoeken: ‘Deels wel. Maar het probleem is dat lokale, nationale en internationale wetgeving met elkaar conflicteren. We moeten dat nu eenmaal ordenen, want de samenleving wordt steeds complexer.’
Bosveld: ‘Dat klopt. De regels uit het verleden zijn niet meer afdoende. We moeten nieuwe bedenken met alle onduidelijke gevolgen van dien.’
Dinkgreve: ‘Het is inderdaad niet duidelijk wat de reikwijdte is van dit soort wetgeving. Ondernemingen die zakendoen met Amerika hebben bijvoorbeeld ook met Amerikaanse regelgeving op het gebied van risk management te maken. Als het vleesverwerkend bedrijf Willy Selten in Oss, dat werd beticht van voedselfraude, bijvoorbeeld zakendoet met Amerika, dan zijn de rapen gaar. Dan kunnen ze al het vlees in de wereld terughalen.’
Van Es: ‘Toch is dit de nieuwe realiteit. Markten globaliseren en de regelgeving dus ook. Dat gaat niet meer weg. Het probleem is alleen dat – juist omdat de regelgeving zo internationaal en complex is geworden – een bedrijf echt niet altijd weet wanneer het iets fout doet.’
Bosveld: ‘Klopt. Het recht is niet altijd objectief wat normen betreft. Het gaat altijd over meningen en interpretaties. Dat kan ook niet anders.’


Wat mij zorgen baart, is hoe een notaris of advocaat straks door het rechtssysteem wordt beoordeeld. Hij kan naar beste wil een cliënt hebben geholpen en daarbij geen dubieuze zaken hebben aangetroffen, maar als drie jaar later blijkt dat deze cliënt toch gefraudeerd heeft, wat dan? Wie geen papierwinkel heeft bijgehouden waaruit blijkt dat hij alles goed heeft gecontroleerd, heeft een probleem.
Bosveld: ‘Het moet inderdaad niet zo zijn dat daarom iedereen in het kader van de WWFT veiligheidshalve alles dichttimmert en allerlei gegevens van cliënten opvraagt om er maar zeker van te zijn dat ze niets fout doen. Dan slaan we door en wordt het onwerkbaar. Gebruik dus vooral je gezond verstand.’
Van Hoeken: ‘Een punt van aandacht is ook dat wat vandaag maatschappelijk geaccepteerd is, over drie jaar ineens met heel andere ogen kan worden bekeken. De publieke opinie verandert voortdurend. Zo twijfelde men in Nederland voor de financiële crisis nooit over het feit of je geld wel veilig stond op de bank. Na de val van een aantal banken, en ook na wat er onlangs op Cyprus gebeurde, denken mensen daar heel anders over. En als je in het kader van de WWFT moet bewijzen dat je jaren eerder handelde conform regels, normen en waarden, dan is dat lastig als die normen en waarden in de tussentijd zijn veranderd.’


De grenzen van de WWFT zijn zoals gezegd niet duidelijk. Dat betekent dat professionele organisaties aan de bak moeten om samen te bepalen hoe het een en ander te regelen. Doen ze dat niet, dan zijn ze overgeleverd aan willekeur. Bovendien moet er worden gekeken naar maatvoering. Doe je voor een stuiver evenveel moeite als voor drie miljard?
Van Hoeken: ‘Mee eens. Schaal en verhoudingen zijn belangrijk. Zeker als het gaat om het bestrijden van terrorisme, worden die verhoudingen nog wel eens opgerekt. Neem die ‘bomschoen-terrorist’ die een vliegtuig wilde opblazen. Sinds die tijd moeten passagiers op vliegvelden hun schoenen uittrekken en laten controleren. Is die verhouding dan niet zoek?’
Dinkgreve: ‘Eens. Schaal en effectiviteit zijn belangrijk. Niet de politiek maar het bedrijfsleven moet zich daarover buigen.’


Een risk manager heeft in een organisatie vaak een aparte positie omdat deze sommige beslissingen kan tegenhouden door ‘nee’ te zeggen. Niet altijd wordt deze positie in dank afgenomen door de rest van de organisatie. Hoe ziet u dat?
Van Hoeken: ‘Ik ben zeker niet iemand die vaak en graag nee zegt. In tegendeel. Ik help de business juist om haar werk goed te doen. Ik geef kaders aan, leg uit wat een bepaalde beslissing inhoudt en wat we er aan kunnen doen. Ik ben weliswaar het slot op de deur, maar ook ík wil dat de organisatie bovenal blijft voortbestaan en onze klanten juist bedienen.’
Bosveld: ‘De uitdaging is inderdaad om niet alleen maar nee te verkopen. Je moet juist ja willen verkopen door te zoeken naar een manier die wél werkt.’
Dinkgreve: ‘Eens. En dat doen we ook. Overigens gaat risk management niet uitsluitend over compliance. Het gaat vooral over de business. Niemand wil zakendoen met een partner die hij niet kan vertrouwen.’
Bosveld: ‘Het is ook belangrijk dat er binnen een organisatie niet maar één persoon is die beslist of iets wel of niet door de beugel kan. Liefst is dat een comité en gaan mensen in dialoog met elkaar. En bij ons geldt het adagium dat de mensen die het werk doen, ook verantwoordelijk zijn voor wat ze doen.’
Dinkgreve: ‘In kleinere organisaties is van een comité vaak geen sprake. Ze hebben een compliance officer en dat is het dan. Op zijn schouders rust een zware taak.’
Van Es: ‘Er is wat dat betreft een groot verschil tussen grote en kleine bedrijven. Met name in grote organisaties waar het risk management gefragmenteerd is, worden samengestelde risico’s nog wel eens gemist.’
Van Hoeken: ‘Daar heb je gelijk in. Daarom is het belangrijk om naast zo’n comité ook iemand van de uitvoering verantwoordelijk te maken voor risk management. Iedereen moet bovendien precies weten wie over wat gaat. En de cultuur moet bij voorkeur zo zijn dat als mensen verkeerde dingen om zich heen zien gebeuren, ze niet gaan duiken. Op het moment dat mensen alleen maar angstig zijn – zoals in de financiële wereld nu vaak het geval is – en ze zich vooral bezighouden met afvinken, dan slaat risk management de plank mis.’


Wat is uw laatste bespiegeling of advies ten aanzien van de WWFT?
Bosveld: ‘Nogmaals, ik sta achter het doel dat deze wet nastreeft. De uitdaging zit hem erin dat de wet veel subjectieve indicatoren kent en de grenzen ervan niet altijd duidelijk zijn. Denk kortom zelf goed na, gebruik je verstand en durf een standpunt in te nemen.’
Dinkgreve: ‘Ik blijf hameren op de effectiviteit en doelmatigheid van deze wet. Daar moeten we kritisch op blijven. En deze begrippen hebben de makers van de wet niet hoog in het vaandel gehad. Het begon met een balletje, toen werd het een balletje met puisten en het eindigde in een gedrocht in de Kamer. Ik vind dat de wetgevers meer moeten luisteren naar degenen die de wet moeten uitvoeren.’
Van Es: ‘Wie een functionaris of comité benoemt om de wet te handhaven, moet de rest van de medewerkers niet ontslaan van hun verantwoordelijkheden op dit gebied. Met name omdat de wet niet duidelijk aangeeft waar de grenzen liggen, is ownership belangrijk. Iedereen moet zich bewust zijn van de manier waarop ze zakendoen.’
Van Hoeken: ‘Misschien een beetje flauw, maar ik vind dat de wetgever ook wel iets meer prioriteiten mag stellen als het gaat over het introduceren van nieuwe wetgeving. We krijgen de afgelopen jaren in het kader van risk management een tsunami aan wetten op ons af die we in no time moeten doorvoeren. Soms moet een nieuwe wet binnen een paar maanden zijn geïmplementeerd. Aan die druk kunnen financiële instellingen wel eens bezwijken. Iets meer dosering en prioritering zou dan ook fijn zijn.’


Jan van de Poel is emeritus hoogleraar risk management Universiteit Maastricht. Eerder was hij partner bij Baker Tilly Berk, cfo bij het ABP en hoogleraar accounting in Maastricht en aan de UvA. Hij is auteur van Schade en schande, Lessen uit de zaak-Ahold.


Deze rondetafeldiscussie is gepubliceerd in Management Scope 05 2013.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 5 | 4 Waarderingen

Petra van Hoeken

Functies Petra van Hoeken


- CRO (Chief Risk Officer) Rabobank
- Commissaris NWB Bank (Nederlandse Waterschapsbank)
- Lid North America Board of Directors Utrecht-America Holdings, Inc.

Marcel van Es

Functies Marcel van Es


- CEO Kadasterdata.nl
- CEO PeCt BV
- Eigenaar Digital Footprint B.V

Remco Bosveld

Functies Remco Bosveld


- Partner en notaris AKD Advocaten & Notarissen

Paul Dinkgreve

Functies Paul Dinkgreve


- Eigenaar JAN Accountants & Belastingadviseurs
- Bestuurslid MKB Nederland
- Bestuursvoorzitter SRA Accountantskantoren

White collars working blue

Van knelpunt in uw operationeel proces naar meetbaar en blijvend resultaat? Kijk hoe First Consulting dit samen met uw medewerkers aanpakt. >> Bekijk filmpje

Jan van de Poel

Functies Jan van de Poel


- Hoogleraar Maastricht University

Meer interviews