Topmannen doen er niet zo toe

01-09-2005 | Auteur: Philip Dröge | Beeld: Thielenpeters

Topmannen doen er niet zo toe

Het is niet de tent maar de vent, zo luidt een oude beurswijsheid. Klopt dat anno 2005 nog wel? Het lijkt van niet.

Wie denkt dat zijn gezicht alleen al de beurs kan doen stijgen of dalen, zit fout. Wie denkt dat bij zijn vertrek de analisten zo verdrietig zullen zijn dat de koersen dalen, komt bedrogen uit. Wie denkt dat analisten de vent écht belangrijker vinden dan de tent, heeft het goed mis.


Uit een analyse van de beurskoers van de AEX- en AMX-fondsen blijkt dat beleggers nauwelijks reageren op het nieuws dat een topman een bedrijf verlaat. 

Management Scope selecteerde de vertrekkers in 2004 en 2005 en keek naar de beurskoers op de dag dat een bestuurder bekend maakte ‘zijn' bedrijf te verlaten. De conclusie is dat slechts vier keer van de twaalf maal dat een vertrek werd bekendgemaakt beleggers reageerden. Meestal wanneer er veel meer aan de hand was. Bij Hagemeyer werd bijvoorbeeld op de dag dat Rob ter Haar zei op te stappen ook een financiële reorganisatie bekendgemaakt. Daardoor zou een verwatering van de aandelen optreden. De koers daalde die dag 6,18 procent, terwijl de AEX licht steeg. Dikke kans dat het aandeel Hagemeyer vooral daalde vanwege de verwatering.


Jaap Vink van CSM mag als een van de weinigen concluderen dat zijn vertrek direct op de beursvloer werd opgemerkt. Alleen was die reactie niet iets om trots op te zijn: de opluchting zorgde voor een koersstijging van het aandeel CSM van 7,5 procent. Analisten achtten Vink verantwoordelijk voor te dure aankopen, een belabberde strategie en slechte prestaties.


Voorts ging een aantal topmannen natuurlijk met pensioen. Hun vertrek kwam niet onverwacht en de wisseling van de wacht gaf daar weinig schommelingen.


Dat het opstappen van bestuurders er niet toe doet, moet triest nieuws zijn voor topmanagers. Ze worden voor het minste of geringste op straat gezet en hebben naast een goede afkoopregeling in ieder geval nog de illusie dat ze als ‘vent van de tent' hun stempel op het bedrijf en de koers hebben gedrukt. Dat laatste blijkt dus tegen te vallen.
Nooit eerder in de geschiedenis was het zo riskant om directeur te zijn. In 2004 kreeg vijf procent van alle directeuren ontslag. Nog eens twee keer zoveel directeuren stapten vorig jaar ‘uit eigen beweging' op, vaak een eufemisme voor gedwongen ontslag. Dat blijkt uit een onderzoek van Booz-Allen Hamilton onder de 2.500 grootste bedrijven ter wereld. Nederland scoort ondanks de polderverhoudingen hoger dan gemiddeld in het onderzoek. Bijna zeventien procent van alle directeuren werd hier in 2004 al dan niet vrijwillig vervangen. Volgens het Nederlands Centrum voor Directeuren verdwijnt één op de drie directeuren zelfs al na één jaar. De meest gegeven reden voor een dienstbeëindiging? Tegenvallende resultaten.


Herrie in de tent


Van het ontslag van voetbaltrainers is wetenschappelijk aangetoond dat het geen invloed heeft op de spelresultaten. Maar van directeuren? Peter Berends, universitair docent organization studies van de Universiteit van Maastricht, is het met de uitkomst van het Management Scope-onderzoek eens. De effecten van een wisseling aan de top moeten niet worden overschat. Hij doet op dit moment met een collega in Groningen onderzoek onder zevenhonderd vervangingen van CEO's over de periode 1975-1997 naar de effecten van ontslag van bestuurders op de winstgevendheid van bedrijven. Hoewel dat onderzoek pas in de loop van volgend jaar wordt afgerond, weet hij al wel te melden dat vooral in slechte tijden het ontslag van een directeur geen of slechts een licht negatief effect heeft op de winst. In goede tijden heeft ontslag geen of een licht positief effect. "De directe effecten van een ontslag zullen beperkt zijn. Het is eerder een gelegitimeerde strategie voor bedrijven als het slecht gaat: kijk we hebben de directeur ontslagen, we hebben iets gedaan."


Ook een blik op koersbewegingen rond het vertrek van topmannen van voor 2004 lijkt deze bewering te staven. Maar natuurlijk zijn er uitzonderingen. Op de dag in 2000 dat Gert Smit vertrok als baas van uitzendbureau Vedior, schoot de koers bijna dertig procent omhoog. Een duidelijkere motie van wantrouwen kan de beleggersgemeenschap bijna niet geven. Soms gaat de beurs op het nieuws van ontslag juist omlaag, omdat een vertrekkende topman een signaal kan zijn dat er meer aan de hand is dan beleggers aanvankelijk weten. Vooral de reden van ontslag is dan belangrijk. Zo kreeg het aandeel Kluwer na een periode van groei een knauw na de aankondiging dat CEO Roelant Hazewinkel om ‘persoonlijke redenen' de uitgeverij ging verlaten. Herrie in de tent, zo roddelde de beursvloer.


De reden voor de geringe invloed van de top is de veranderende functie van topmensen binnen het bedrijfsleven. De gemiddelde topman of -vrouw zit niet meer dan 4,5 jaar in een directiezetel. Hij of zij is daarmee verworden tot een passant die hooguit een paar belangrijke beslissingen kan nemen. Volgens Jos van Hezewijk van onderzoeksbureau Elite Research is de directeur daardoor minder machtig dan hij er vaak uit ziet. "De resultaten van het eerste jaar van een nieuwe topman zijn nog helemaal toe te schrijven aan de oude directeur. En dan duurt het nog minstens een jaar voor de nieuwe directie een andere richting in kan slaan. Maar tegenwoordig is het al heel normaal om directeuren binnen twee jaar weer te ontslaan. Een brevet van onvermogen."


Analisten houden als stelregel zelfs aan dat het vertrek van één directielid geen belangrijke gebeurtenis meer is. "Maar als er binnen korte tijd twee mensen of meer vertrekken," zo zegt een analist van een grote bank, "dan weet je dat er binnen de top stront aan de knikker is." Een goed voorbeeld hiervan is Exact Software. Begin dit jaar namen binnen vier maanden zowel de CFO als de directievoorzitter afscheid. Voor beleggers was dat overigens een signaal om opnieuw in het fonds te investeren; sinds het vertrek van de bestuurders veert de koers weer een beetje op. Maar de analist - die alleen anoniem vrijuit kan spreken - kan niet met zekerheid zeggen of het één met het ander te maken heeft. "Instinctief zeg ik ja, maar dit is zo'n volatiel aandeel dat ik mijn hand er niet voor in het vuur steek."


Dat de persoon aan het roer er helemaal niet toe doet voor beleggers, is niet waar. De aandeelhouderswaarde van beursgenoteerde fondsen wordt door een complex samenspel van factoren bepaald. Marktpositie, economisch klimaat, concurrentie en de bui van beleggers en analisten zijn maar een paar van de moeilijk te voorspellen variabelen die uiteindelijk bepalen hoeveel een aandeel waard is. Maar natuurlijk is de persoon aan de top van belang voor de waarde van een onderneming.


Jan Aalberts wekt vertrouwen


Wie wel eens bij een roadshow van een beursgenoteerd fonds is geweest, weet dat analisten en professionele beleggers zich bij hun beleggingsbeslissing ook laten leiden door de persoon aan de top. Je kunt natuurlijk kijken naar alle financiële data die een bedrijf afscheidt en je door dikke rapporten van analisten heen ploegen om te bepalen of je in een bedrijf gaat investeren. Een vertrouwenwekkende directeur, iemand die charisma en charme heeft, is voor veel beleggers best belangrijk. Vooral bedrijven achter de ‘kleinere aandelen' lijken écht baat te hebben bij een directeur met veel uitstraling. Aandelen als Ahold of KLM kopen en verkopen mensen toch altijd wel omdat ze die bedrijven van haver tot gort kennen. Maar als je een kleine onderneming hebt waar mensen bijna nooit van horen, dan is het charisma van de directeur belangrijk. Beleggers krijgen - als de directeur goed overkomt - vertrouwen in het aandeel en zullen sneller geneigd zijn meer over de organisatie te willen weten. Jan Aalberts van Aalberts Industries is daar een goed voorbeeld van. Deze ‘topman van het jaar' volgens beleggers (VEB) straalt vertrouwen uit. Sinds zijn notering aan de Midkap in maart dit jaar stijgt het aandeel aanzienlijk. De zoektocht naar charismatische topmannen heeft ook zijn schaduwkanten. Net als in de politiek zijn charismatische leiders op lange termijn niet altijd de beste leiders. Nog maar vier jaar geleden liep onderzoeksbedrijf Rematch in zijn grote beleggersenquête Cees van der Hoeven, Kees Storm en Rijkman Groenink uit tot de bestuurders die het meeste indruk maakten op investeerders. "De topman is de mond van de onderneming en heel beleggend Nederland zit te wachten op klare taal. Mensen als Storm van Aegon en Van der Hoeven van Ahold vertellen niet dat er een goede kans is op lokale neerslag; die zeggen gewoon: ‘het gaat regenen'. Beleggers vinden dat prettig en zullen sneller vertrouwen hebben in zo'n topman", zo legde een onderzoeker van Rematch toen uit. Hoe het afliep weten we allemaal. Groenink spartelt in een vijver vol Italiaanse haaien en zijn positie staat onder druk. Of en hoe de beurskoers zal reageren op zijn toekomstig vertrek is nog onzeker. Storm mag uitstraling hebben, maar zijn pensioen deed niets met de koers. Op de dag van aankondiging, 8 november 2001, steeg het aandeel Aegon van 31,39 naar 31,40 euro. En rond het vertrek van Van der Hoeven donderden de aandelen naar beneden, maar dat dat niet kwam omdat een man met charisma het pand verliet, maar omdat het bedrijf op de rand van de afgrond stond, behoeft geen verdere uitleg.


De gouden eigenschappen


Er zijn meer ‘softe factoren' dan charisma die van een gewone directeur een topman maken. Een rondje bellen langs de financiële pers en de investeringswereld leert dat vooral leiderschap belangrijk is voor het maken of breken van een aanstormende directeur. De echte topman of -vrouw heeft een visie op de toekomst en kan anderen inspireren. Verder noemen de beleggingsprofessionals de intellectuele capaciteiten van een directeur. De bestuursvoorzitter moet niet alleen strategisch inzicht hebben, maar ook pienter zijn. Toch zijn echte toppers geen wetenschappers die alleen maar met theoretische modellen werken; ze weten intellect om te zetten in actie. Ook worden - waarschijnlijk onder invloed van Ahold, Enron en Parmalat - eerlijkheid en integriteit vaak genoemd. De algemeen directeur moet iemand zijn met principes en met een sterk gevoel voor waarden en normen. Hij of zij krijgt het vertrouwen van anderen omdat hij deze waarden goed weet te communiceren. Alleen zeggen dat je een eerlijk man of vrouw bent is niet genoeg, geen aandelen kopen in je eigen bedrijf op het moment dat je er een enorme winst mee kan maken is vele malen belangrijker. Verder zijn enthousiasme en passie een paar keer gemeld. Een echte topper is een bikkelaar die elke berg kan beklimmen met zijn brandende verlangen de top te bereiken. Niet alleen maakt hij zelf gebruik van zijn tomeloze energie, hij weet ook anderen te prikkelen net even een stapje meer te doen.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 5 | 1 Waardering

Topbestuurders

In dit dossier

White collars working blue

Van knelpunt in uw operationeel proces naar meetbaar en blijvend resultaat? Kijk hoe First Consulting dit samen met uw medewerkers aanpakt. >> Bekijk filmpje

Meer achtergrond artikelen