Jan Zeeman: geld is voor familiebedrijf Zeeman gereedschap

05-05-2011 | Auteur: Irene Schoemakers | Beeld: Ton Hendriks | Interviewer: Maarten Vijverberg

Jan Zeeman: geld is voor familiebedrijf Zeeman gereedschap

Ruim tien jaar geleden droeg textielkoning Jan Zeeman het stokje over aan een externe bestuurder. Geen van zijn drie zoons is werkzaam in het bedrijf, maar Zeeman bereidt hen zorgvuldig voor op de overdracht van zijn ondernemingsvermogen.

De locatie waar het interview met Jan Zeeman plaatsvindt, is niet eenvoudig te vinden. Hij bevindt zich, zo blijkt, in ieder geval niet op het hoofdkantoor van Zeeman textielsupers in Alphen aan den Rijn. ‘Ik wil niet de indruk wekken dat ik nog de CEO ben en wil onze topman Bart Karis niet voor de voeten lopen. Dus spreek ik uit principe niet af op het hoofdkantoor.’ Jan Zeeman – hij geeft zelden of nooit interviews – bevindt zich even verderop, op het kantoor van Navitas Capital, de investerings-maatschappij van de familie Zeeman. ‘Ik heb een cadeautje voor u’, laat Zeeman met een brede grijns aan Maarten Vijverberg weten terwijl hij een donkerblauwe onderbroek met de letters z-e-e-m-a-n op de band uit een plastic tas vist. ‘Dit idee van de directie van zeeman was er speciaal op gericht om een jonger, kritischer publiek naar onze winkel te krijgen. Deze onderbroek was alleen via internet te verkrijgen en het was een groot succes.’

Jan Zeeman
Sinds 1999 voert de 68-jarige Jan Zeeman niet meer de directie over zijn inmiddels twaalfhonderd textielsupers met ruim zesduizend medewerkers en een omzet van meer dan 500 miljoen euro. Hij droeg de leiding destijds over aan ex-Kijkshopdirecteur Paul Schouwenaar. De huidige voorman, Bart Karis, staat aan het roer sinds begin 2007.

Het was uw vader die in de textiel is begonnen? ‘Ja. Mijn vader was een boerenzoon en samen met een van zijn zeven broers is hij marskramertje gaan spelen. Ze verkochten tijdens de crisisjaren lapjes en theedoeken en konden de huur daar niet eens mee verdienen. Maar betere tijden volgden toen mijn moeder en mijn tante in de zaak kwamen. Mijn ouders besloten samen verder te gaan met deze “textielonderneming” en openden een winkel in Ijmuiden. In 1942, het jaar dat ik werd geboren, vertrokken ze noodgedwongen naar het Drentse Zuidlaren. Na de oorlog keerden ze weer terug naar Ijmuiden en zetten hun textielwinkel, toen Zeeman textielhuis geheten, voort.’

Wanneer speelde u een rol in de zaak? ‘Begin jaren zestig. Ik was enthousiast over het textielzelfbedieningconcept en besloot onze eerste winkel in Alphen aan den Rijn op te zetten. Deze zaak bleek al snel een doorslaand succes en dus besloten we het aantal filialen uit te breiden.’

Hoe reageerden uw ouders op uw succes? ‘Er waren wel wat spanningen op dat moment. Ik had immers niet alleen het ouderlijk huis verlaten, maar besloot ook nog eens als een bijdehante zoon om mijn eigen weg te gaan onder de naam Zeeman textielSupers. De formule die u tegenwoordig ziet heb ik in die dagen geïntroduceerd. Ik had inmiddels het gevoel dat het bedrijf van mij was, omdat ik er ook veel goede gedachten in had gestopt. Mijn vader dacht daar anders over, wilde al die veranderingen niet en had daarom veel moeite met mij. Maar ook mijn moeder beschouwde mij als een deserteur. Dat is later gelukkig allemaal weer goed gekomen.’

Hoe kwam u als jonge ondernemer aan geld? ‘Toen ik 24 jaar was besloot ik hier in Alphen aan den Rijn mijn eigen Zeeman-filiaal te starten. Ik deed dat met krediet van een waarborgfonds van NMB. In die tijd kon je nog tachtig procent van je kapitaalbehoefte lenen. Daar maakte ik graag gebruik van. En ook dit ging voorspoedig. Ik kende het kunstje immers al en nog in hetzelfde jaar opende ik een vestiging in Zwanenburg. Het voordeel dat ik toen had, was dat de Belastingdienst jonge ondernemers fiscaal uit de wind hield. En dus startte ik eerst als eenmanszaak, vormde mijn bedrijfje vervolgens om naar een NV en later weer naar een BV. Daardoor had Den Haag niet door dat ik al een tijdje aan het ondernemen was, met alle liquiditeitsvoordelen van dien. Ik heb vijf jaar met het geld van de Belasting kunnen ondernemen. Ik was als jongeman en als ondernemer, kortom, behoorlijk liquide en dat scheelt enorm bij het zakendoen. Niemand vertrouwt je nog als je zo jong bent, maar als je meteen geld kunt neerleggen bij leveranciers of voor nieuwe vestigingen, dan werkt dat heel goed.’

U bent geen vriend van de belasting? ‘Laat ik het zo zeggen: we lopen over scherpe fiscale randjes maar gedragen ons keurig. We doen niets dat niet mag. We zijn niet fiscaal gedreven maar we kennen wel alle kunstjes. Ik meen nu eenmaal dat wij beter met ons geld kunnen omgaan dan de overheid dat kan. Wij zorgen voor werkgelegenheid, investeren in startende bedrijven, enzovoort. Daar hebben veel mensen baat bij. Geld is voor ons dan ook niet een doel maar een middel. Het is gereedschap.’

Wat is nu nog uw rol bij de textielsupers van Zeeman? ‘Ik ben commissaris, hoewel dit bepaald geen rol is die me op het lijf is geschreven. Ik bemoei me teveel met details. Dat is niet goed, zo realiseer ik me ook. Maar ik ben en blijf een koopman en bovenal een ondernemer. Dat zit in het bloed.’

Hoe is de eigendomstructuur geregeld? ‘Die is vrij eenvoudig. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) is de baas. De aandelen zijn gecertificeerd in de Stichting Verenigde Ondernemingen Zeeman waarin de familie en twee externen zitting hebben.’

Uw drie zoons maken geen deel uit van het bestuur van de textielsupers. Vindt u dat jammer? ‘Het is zoals het is. Mijn middelste zoon heeft nog wel enkele jaren in het concern gewerkt, maar geen van drieën heeft voldoende aanleg en motivatie om dit bedrijf te leiden. Als naamdrager van een familiebedrijf met zo’n zesduizend medewerkers is dat ook geen eenvoudige opgave. Kinderen van de eigenaar van een familiebedrijf krijgen nooit écht een eerlijke kans in de onderneming. Ofwel proberen mensen bij je in een goed boekje te komen, ofwel zagen ze de poten onder je stoel vandaan. Ze hebben er dan ook alle drie voor gekozen om elders aan de slag te gaan. En dat is misschien maar beter ook. Diverse familieleden in de leiding kan ook gesteggel geven in het privéleven van de familie. Daar hebben we nu geen last van.’

Bent u wel bezig met opvolging? ‘Jazeker. Ik wil het bedrijf graag goed achterlaten voor de familie. Dat zie ik als de plicht van een vader. En dus maak ik me er hard voor dat de overdracht keurig wordt geregeld en zij straks niet onnodig successierechten hoeven te betalen. Ik maak daar een principiële zaak van en kom in dezen ook op voor andere familiebedrijven. Het kan niet zo zijn dat een familiebedrijf onderdelen moet verkopen van de onderneming zodat de opvolger zijn of haar successierechten kan betalen. Hierover ben ik druk in gesprek met politiek Den Haag. Ik meen dat al mijn activiteiten onder het kopje ‘onderneming’ vallen, maar de overheid kan niet precies zeggen wat nu precies een ondernemer of onderneming is. Dat moet ik ze uitleggen en wel graag voordat onze familie straks aan de beurt is.’

Bent u daarnaast nog bezig om de opvolging te regelen? ‘Jazeker. Ik heb het ondernemersvermogen in een stichting ondergebracht en op die wijze de overdracht aan de volgende generatie zeker gesteld. Ziet u die borden daar op de grond naast elkaar staan? Dat zijn de nieuwe logo’s waaruit we een keuze moet maken. ‘Verenigde ondernemingen Zeeman’, zo luidt de naam van de stichting. Afgekort: V.O. Zee. Mijn drie zoons ben ik daarnaast aan het voorbereiden op de overdracht. Eens in de drie weken zitten we met z’n vieren een ochtend bij elkaar om de gang van zaken in de onderneming door te nemen. En één dag per week ga ik met een van de drie zonen op pad en voeren we gesprekken met de belangrijkste personen in ons netwerk en in de ondernemingen. Het is goed dat ze weten wie er in de soep roert. Die mensen moeten ze leren kennen en omgekeerd. Daar werken we aan. Maar ook bezoek ik met mijn zonen geregeld andere familiebedrijven zoals de familie Van den Broek, de familie Blokker, de familie Swinkels van Bavaria, enzovoorts. We wisselen dan ervaringen uit. Tevens volgen de zonen specifieke modules op Nyenrode.’

En uw vrouw? Wat is haar rol in de onderneming? ‘Los van het feit dat ze mij altijd heeft gefaciliteerd in mijn werk en me alle ruimte heeft gegeven om te ondernemen, staat zij buiten het bedrijf. Dat wil ze ook. Wanneer ik horizontaal wordt afgevoerd, heeft zij brood op de plank. Verder niets. Ze wordt er niet gelukkig van als ik haar met financiële sores opzadel.’

Naast de textielsupers bent u ook eigenaar van investeringsmaatschappijen Navitas Capital en Green Real Estate. Neemt u hieraan actief deel? ‘Jazeker. Beide ondernemingen hebben een afzonderlijk en volwassen bestuur. Zij stellen het zeer op prijs als ik met hen meedenk. We hebben inmiddels een mooie portefeuille opgebouwd en zijn door middel van investeringen van Navitas momenteel één van de grootste kinderopvangers van Nederland. En met Green Real Estate hebben we ondermeer geïnvesteerd in bejaardenhuisvesting. We faciliteren diverse sectoren in Nederland, kortom, met geld en goede raad.’

Er is op dit moment geen Zeeman-telg die in het bedrijf werkzaam is. Is het wat u betreft dan nog wel een familiebedrijf ? ‘Officieel in ieder geval zeker. De familie Zeeman heeft immers de meerderheid van de aandelen in handen. Verder zeg ik altijd dat hét familiebedrijf niet bestaat, omdat ieder familiebedrijf wezenlijk anders is. In elk familiebedrijf liggen de eigendomsverhoudingen, zeggenschap, ideologie en idealisme weer anders, is het bedrijf qua organisatie en leiding weer anders opgetuigd, de opvolging anders geregeld, enzovoort.’

Waar gaat binnen uw onderneming op dit moment uw hart het meest naar uit? ‘Ik bemoei me het liefst met vastgoed, maar ook de textielsupers houden me nog altijd bezig. Volgens een vast, periodiek schema ga ik dan even een “broodje Bart” halen. Dan heb ik een onderonsje met Bart Karis en wisselen we wat ideeën uit.’ In België, Duitsland en Luxemburg is Zeeman al wat langer actief, en sinds kort ook in Frankrijk.

Is de keuze voor juist deze landen bewust geweest? ‘We hebben wat ons beleid betreft altijd de olievlekmethode gehanteerd. In Nederlandse plaatsen aan de Belgische grens hadden we altijd veel Belgische kopers. Dan is de stap naar België niet groot. Met Duitsland en Frankrijk deden we hetzelfde. Plaatsen aan de grens baanden de weg voor ons in een nieuw land. Aanvankelijk startten we daar altijd met een Nederlands management. En dat kan prima. “Hier ist alles ganz anders”, zegt een sceptische Duitser dan. “Lulkuche”, zeg ik dan grappend. Het verschil tussen Didam en Amsterdam is groter dan tussen Amsterdam en Düsseldorf.’

Tot slot: hoe luidt uw levensmotto? ‘Doe vooral de dingen die je leuk vindt. Als je ergens interesse voor hebt, dan leer je snel.’

Maarten Vijverberg is partner bij Boer & Croon

Lees ook:
> Renee de Kuyper: ik heb de aandelen in bruikleen
> Familiebedrijf Van Wijhe Verf
> Familiebedrijf Bolletje: duurzaamheid en kwaliteit horen bij elkaar
> Familiebedrijf Gassan Diamonds: Briljant Bedrijf
> Familie wil zelf laatste woord

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 4 | 14 Waarderingen

Meer achtergrond artikelen