De nevenfunctie van Pascal Visée

'Een band voelen is essentieel voor een toezichtsrol'

Pascal Visée in gesprek met Gert van der Houwen

De nevenfunctie van Pascal Visée
In deze rubriek vertellen bestuurders en commissarissen over een bijzondere nevenfunctie die zij vervullen. Pascal Visée is consultant en commissaris bij onder meer Rabobank, Mediq en Royal FloraHolland, maar ook penningmeester van het Prins Claus Fonds.

Hoe is het Prins Claus Fonds op uw pad gekomen?
‘Ik ben ervoor gevraagd toen ik nog bij Unilever werkte. Oud-Unilever-topman Morris Tabaksblat was in 1996, toen prins Claus 70 werd, bij de oprichting van het fonds betrokken. Daarna is de functie van penningmeester een aantal keer doorgeschoven naar iemand van Unilever. Zo kwam het op mijn pad. Tsja, zo ging dat destijds. Dat is gelukkig veranderd. Als in maart mijn twee termijnen erop zitten, is het aan het bestuur om een opvolger te zoeken en niet aan mij of aan Unilever. Er worden tegenwoordig netjes profielen opgesteld en shortlists gemaakt. Zo hoort het ook.’

Wat sprak u destijds aan in deze functie?
‘Vooral het culturele aspect. Mijn persoonlijke interesse gaat uit naar musea, klassieke muziek, modern ballet en van literatuur en poëzie. Ik specialiseer me intussen een beetje in de cultuursector voor wat betreft mijn onbetaalde functies. Naast het bestuur van het Prins Claus Fonds ben ik voorzitter van de raad van toezicht van het Stedelijk Museum in Schiedam. Heel boeiend. Ik vind het belangrijk om een klik te hebben met de organisatie waarvoor ik werk. Een band voelen is essentieel voor een toezichtsrol.’

Wat vindt u mooi aan het Prins Claus Fonds?
‘Ik geloof in hun motto: cultuur is een basisbehoefte. Dat is een uitspraak van prins Claus zelf. Wij zetten kunstenaars uit de zuidelijke wereldhelft, uit landen waar dikwijls de vrijheid van meningsuiting onder druk staat in de spotlights. De verhalen van de kunstenaars zijn ontzettend inspirerend. Het zijn vaak mensen die hun levenswerk maken van een bepaald project: een documentairemaker die 30 jaar lang de culturele gebruiken van een inheems volk vastlegt bijvoorbeeld, een dansacademie in een favela of schrijvers die opkomen voor vrouwenrechten en sociale verandering. Het zijn verhalen die vaak zorgen voor een brok in mijn keel. En wij ons maar druk maken over het verkopen van pindakaas en wasmiddel…’

Wat levert deze bijbaan u persoonlijk op?
‘Ik leer een hoop boeiende mensen kennen in de internationale culturele wereld. Als toezichthouder ben ik nog meer gaan geloven in diversiteit. Het Prins Claus Fonds heeft een extreem divers bestuur, wat betreft man/vrouwverdeling en wat betreft culturele achtergrond.’

Is dat iets waar raden van commissarissen van grote bedrijven een voorbeeld aan kunnen nemen?
‘Zeker. Ik geloof heilig in diversiteit. Het verrijkt de discussie en het verbetert de uitkomst. Dat is een feit. Het Prins Claus Fonds is de meest diverse raad waar ik ooit zitting in heb gehad. Dat is heel interessant en inspirerend. In het bedrijfsleven is de raad van commissarissen vaak wat grijzer, met mensen die net als ik een business-achtergrond hebben, veelal mannen. Gelukkig is dat langzaam maar zeker aan het veranderen.’

Dit korte interview is gepubliceerd in Management Scope 09 2019.

Dit artikel is voor het laatst aangepast op 30-11--0001

facebook