De nevenfunctie van Heleen Kersten

De nevenfunctie van Heleen Kersten
In deze rubriek vertellen bestuurders en commissarissen over een bijzondere nevenfunctie die zij vervullen. Heleen Kersten is advocaat en partner advocatenkantoor Stibbe, maar ook voorzitter van het bestuur van het Nederlandse Rode Kruis.

Hoe is deze nevenfunctie op uw pad gekomen?
‘Ik ben benaderd door een headhunter. Ik vermoed vanwege mijn brede ervaring, zowel nationaal als internationaal en zowel op het vlak van besturen als toezichthouden. Kennelijk zagen ze het in me zitten. Ik heb ook mijn best gedaan om de functie te krijgen. Ik wilde dit heel graag.’ 

Waarom wilde u zo graag voorzitter van het Rode Kruis worden?
‘Ik heb het altijd belangrijk gevonden om naast mijn werk als advocaat andere dingen te doen. Daarom heb ik commissariaten en ben ik bijvoorbeeld toezichthouder bij het Rijksmuseum. Deze nevenfunctie vind ik vooral mooi omdat het Rode Kruis maatschappelijk zo relevant is. De organisatie is verankerd in de samenleving, met overal vrijwilligers. We zijn zowel lokaal als internationaal actief. En er is ook een mooie juridische component bij die mij als advocaat aanspreekt: de oprichting van het Rode Kruis in Nederland en alle andere landen is terug te voeren op de Verdragen van Genève. Dat maakt dit een unieke hulporganisatie.’

Als u al uw rollen bekijkt, waar wordt u dan het meest gelukkig van?
‘Dat is zonder meer de combinatie. Ik vind het vooral leuk om me te verdiepen in al die verschillende werelden. Dat is ook het interessante aan mijn functie van advocaat: dat ik me iedere keer kan verdiepen in een nieuwe zaak. In mijn nevenfuncties is dat net zo. Dat zijn allemaal andere werelden met boeiende en leuke mensen. Het Rode Kruis is natuurlijk wel extreem iets van het hart. Ik ben slechts voorzitter van het bestuur van het Nederlandse Rode Kruis, maar het voelt wel alsof ik een klein steentje bijdraag aan een meer humane en vreedzame wereld.’

Wat is voor u als voorzitter een belangrijke uitdaging voor de komende periode?
‘Tijdens de coronacrisis hebben we enorm opgeschaald en hebben we heel veel nieuwe vrijwilligers aangetrokken. We leveren bijvoorbeeld een bijdrage aan het landelijke vaccinatieprogramma. We moeten proberen die vrijwilligers aan ons te binden, juist ook de nieuwe generatie. Dat is best een uitdaging, want mensen sluiten zich tegenwoordig niet meer zo snel aan bij één organisatie. Zeker jongeren niet. We moeten dus proberen relevant te blijven, ook als de coronacrisis achter de rug is. Daar wil ik me graag voor inzetten.’

Dit interview is gepubliceerd in Management Scope 03 2021.

Dit artikel is voor het laatst aangepast op 30-11--0001

facebook