Durfkapitalisten moeten kleur bekennen

01-06-2006 | Auteur: Paul Stamsnijder | Beeld: Aad Goudappel

Durfkapitalisten moeten kleur bekennen
Durfkapitalisten zuigen bedrijven uit en denken alleen aan de eigen bankrekening. Waar of niet? Zolang ze zich verbergen, blijft dat onduidelijk.

De durfkapitalist stond nog nooit zo in de belangstelling. Ook nog nooit was zijn imago zo omstreden. Private equity is tegenwoordig synoniem voor vijandige overnames en pijnlijke herstructureringen. Spelers als CVC, KKR en Blackstone staan te boek als gewetenloze geldwolven die succes alleen afmeten aan de beurskoers. Bedrijven en overheid trekken steeds vaker beschermingsmuren op om ongewenste overnames tegen te gaan. De durfinvesteerders ontmoeten meer weerstand dan ooit.

Maar in tegenstelling tot een beursfonds hoeft de private-equityspeler volgens de letter van de wet slechts verantwoording af te leggen aan niet meer dan een handvol aandeelhouders.

De durfkapitalist is meester in het mijden van publiciteit. Persconferenties, road shows en duimdikke jaarverslagen zijn overbodig. Dus geen code-Tabaksblat, AFM en Sarbanes-Oxley, maar vrijheid voor private equity. De nadruk ligt niet op kwartaalcijfers, maar op de zelfgekozen beleggingshorizon. Dankzij deze ondernemingsruimte kan de durfkapitalist meer risico’s nemen dan het doorsnee beursfonds.

Met de handel in bedrijven is de laatste jaren een volwaardige vermogensklasse ontstaan die in de financiële wereld niet langer geldt als niche, maar als gemeengoed. Dankzij de lage rente en investeringsgezinde banken en beleggers hebben de participatie-maatschappijen hun oorlogskas op sterkte gebracht. De sector groeide, zowel in aantal fondsen als in omvang van het totaal belegd vermogen. Inmiddels zijn de effecten van het durfkapitaal behoorlijk voelbaar voor het grote publiek. De prooien in het bedrijfsleven bepalen het gesprek van de dag. Stork-voorman Sjoerd Vollebregt is zelfs zijn bedrijf van de beurs aan het halen omdat hij de buik vol heeft van de beslissingen van de fondsen. Ook bij VNU en PCM komen de durfkapitalisten niet bepaald in een positief daglicht te staan. Bij de marketingfabriek VNU wordt zelfs gezegd dat Knight Vinke op de stoel van de baas is gaan zitten door binnensdeurs de overname van IMS Health te boycotten. Met - voor hem - succes.

De durfkapitalist is te groot geworden om nog langer verstoppertje te spelen. Iedere dag weer staat er een grote overname in de krant. Onder invloed van een steeds kritischer wordende omgeving wordt duidelijk dat private-equityhuizen meer dan ooit stil moeten staan bij hun license to operate. Want hoe meer hun groei doorzet, hoe meer uiteenlopende stakeholders ze ter verantwoording zullen roepen. Als het fout gaat - de rente stijgt en lenen wordt duurder, de vraag naar bedrijven zakt in of een grote overname faalt - slaat het slechte imago van de durfkapitalist vrijwel direct om in beperking van ondernemingsruimte. Overheden en toezichthouders, maar ook belastingautoriteiten en vakbonden zullen alles doen om de sector aan banden te leggen.

Naast winstbejag is een belangrijke reden voor het slechte imago van private equity bij het grote publiek, haar beperkte zichtbaarheid. Onbekend maakt immers al snel onbemind. Maar ook private equity heeft een maatschappelijke context, die voortdurend eisen stelt. Soms helder verankerd in wetten en regels, maar veel vaker nog in maatschappelijke normen die niet of nog niet in formele regels zijn vastgelegd. Gegeven de spanning tussen durfkapitaal en de samenleving, wordt van private-equityhuizen steeds nadrukkelijker verlangd dat zij een actieve en positieve maatschappelijke speler worden. Sinds een consortium van zes durfkapitalisten in april een bod uitbracht op VNU, en sinds Apax bestuursvoorzitters aandraagt bij PCM, zullen niet alleen de medewerkers, maar ook de markt willen weten wie hier achter zit. Private-equityhuizen hebben uiteindelijk meer doelgroepen dan alleen de banken en het zittend management. Net als familiebedrijven kampen ook private-equityfondsen met de toenemende roep om transparantie, ook al zijn zij daartoe volgens de letter van de wet nog niet altijd verplicht.

De private-equityfondsen zijn momenteel zelf verantwoordelijk voor hun eigen beeldvorming. Het is de kunst de juiste toon te vinden tussen bescheidenheid en overmoed. Dat betekent dat zij zich niet moeten excuseren voor hun winstoogmerk, maar op een geloofwaardige manier hun kundigheid onder de aandacht moeten brengen. Geen overmatige pretentie dus. Zij zullen vooral moeten laten zien dat zij niet alleen aandeelhouder zijn, maar zich eigenaar van hun ondernemingen voelen. In het geval van VNU laten de durfkapitalisten zien dat zij de voormalige uitgever zien als een gezonde investering door te komen met een reëel bod. Alleen daaruit blijkt dat zij niet alleen over koopmansgeest, maar ook over een geweten beschikken.

Met de groei van het aantal fondsen zullen de private-equityspelers zich ook van elkaar moeten onderscheiden, om aantrekkelijk te zijn voor hun klanten. Pensioenfondsen en andere institutionele beleggers verlangen dat zij hun prestaties zichtbaar maken. Op basis van een intelligente propositie moet precies duidelijk worden welke waarde durfkapitalisten toevoegen tussen de dag van de entry en de dag van de exit, hoe zij in de dagelijkse praktijk persoonlijk betrokken zijn bij de werkvloer en waarom zij geloven in hun investering. Alleen door te laten zien dat zij een bedrijf uiteindelijk gezonder aan de samenleving teruggeven, kunnen private-equityfondsen de nodige goodwill creëren.

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 4 | 1 Waardering

Meer achtergrond artikelen