Winstbelasting moet omlaag

Auteur: Mathijs Bouman | 13-04-2006

Winstbelasting moet omlaag

Staatssecretaris van Financiën Joop Wijn (foto) wil de vennootschapsbelasting (vpb) verder verlagen naar 25 procent. Aan het begin van deze eeuw bedroeg de belasting op winst nog 35 procent. Een goed idee. Niet alleen omdat Nederland anders te duur wordt voor internationale bedrijven, maar ook omdat de vpb op dit moment behoorlijk oneerlijk uitpakt.

Al in 2001 vond eencommissie onder leiding van Yvonne van Rooy dat verlaging van de vpb nodig is om de kwaliteit van Nederland als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven te waarborgen. Vijf procent moest er vanaf, meende Van Rooy. Haar advies werd de afgelopen jaren opgevolgd, maar de rest van Europa zat ondertussen niet stil. Het gemiddelde tarief in de EU-15 daalde ook met vijf procent. Deze race naar de bodem kreeg een extra impuls na de uitbreiding van de EU. In de nieuwe lidstaten bedraagt de winstbelasting gemiddeld slechts twintig procent. Hoogste tijd voor weer een forse verlaging in Nederland, denkt Joop Wijn nu. Volgens het Financieele Dagblad heeft hij binnen het kabinet voorgesteld om het vpb tarief op 25 procent te zetten. Wijn's woordvoerder wil dit bericht tegenover De Scopist bevestigen noch ontkennen - met de nadruk op dat laatste.


Verdere verlaging van de vpb lijkt inderdaad onontkoombaar. Zolang er geen Europese harmonisatie van de winstbelasting is (en er zijn redenen om daar helemaal niet voor te zijn, bijvoorbeeld omdat de belastingconcurrentie overheden tot zuinigheid dwingt), moet Nederland mee omlaag. Nu al verdwijnt veel potentiële vpb-opbrengst naar het buitenland omdat internationale bedrijven zo slim zijn om de winst te laten neerslaan in het land met de laagste vpb. In Ierland bijvoorbeeld, waar de winstbelasting slechts 12,5 procent bedraagt. Vooral de industrie kan dat trucje uithalen, omdat door het opschroeven van de interne verrekenprijzen voor leveringen van een buitenlandse dochter aan het moederbedrijf, de winst in het Nederland kunstmatig kan worden verlaagd. Voor de dienstensector is dat veel moeilijker.


Die asymmetrie leidt tot een scheve verdeling van de belastingdruk voor bedrijven. Uit het rapport van Van Rooy bleek al dat de Nederlandse vpb-opbrengst voor viervijfde door de dienstensector wordt opgehoest. De industrie draagt slechts één vijfde bij. Binnen de dienstensector vooral de banken en verzekeraars die de pineut. Het heeft mij altijd verbaasd dat deze sector niet in opstand komt tegen deze onredelijke lastenverdeling. Reden temeer om de vpb snel en fors te verlagen.


Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

Meer opinie