Ondernemingsfinanciering: publiek of privaat?

Auteur: Gastauteurs | 04-06-2008

Ondernemingsfinanciering: publiek of privaat?

Gastauteur Marike van Zanten: Welk platform leent zich het best voor ondernemingsfinanciering? De beurs lijkt zich door hijgerige hedgefunds tot een no-goarea te ontwikkelen, maar ook private partijen en staatsfondsen hebben zo hun nadelen.

De financiële crisis verlost het bedrijfsleven voorlopig van de druk van buy-outfirma's met hun kortetermijnfocus en agressieve sprinkhanengedrag. Ze kunnen geen grote deals meer doen, doordat banken niet meer de leningen verstrekken waarmee ze hun transacties plachten te financieren. Dat geeft beursgenoteerde ondernemingen een time-out om weer stil te staan bij hun strategie en de financiering daarvan.


Het is zeer de vraag of in de toekomst de beurs daarvoor het ideale platform is. Door de opkomst van hedgefunds met hun activistische profiel en kortetermijnoriëntatie is bij public equity het evenwicht zoek tussen commitment en invloed. Hedgefunds oefenen met een minimaal commitment - een gering percentage van de aandelen dat ze ook nog eens slechts korte tijd vasthouden - vaak een maximale invloed uit. Zo is de beursnotering niet langer een voordeel, maar een risico, zoals de gang van zaken bij Stork en ABN Amro liet zien. Wel wil de politiek paal en perk stellen aan de invloed van de activistische belegger. CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel riep onlangs om een marktmeester, naar het voorbeeld van het Britse takeover panel, die toezicht moet gaan houden op de toepassing van een aantal beschermingsconstructies.


Moeten we voortaan dan maar voor private equity kiezen? Daar valt wel wat op af te dingen. Hun gemiddelde investeringstermijn is weliswaar vijf jaar, maar sommige partijen stappen eerder uit en laten de onderneming leeggehaald achter, met een onverantwoorde schuldenpositie. Denk aan PCM. Bovendien is de participatie per definitie eindig. Private equity is slechts een reparatiemodel en kan daarmee geen structureel financieringsplatform vormen. Verder kan de horizon, naarmate de exit nadert, alsnog versmallen tot kortetermijnhandelen.

Gebrek aan transparantie
De grotere focus op de lange termijn die je van een pensioenfonds mag verwachten, maakt institutionele beleggers niet tot de ideale stabiele beleggers. Jarenlang stemden pensioenfondsen stilletjes met hun voeten bij underperformance of slechte corporate governance. Pas de laatste jaren laten grote pensioenfondsen als ABP en PGGM en vertegenwoordiger Eumedion regelmatig van zich horen op de aandeelhoudersvergadering en proberen ze met hun stemgedrag het management te disciplineren. Ander nadeel van institutionele beleggers is hun gebrek aan transparantie. Via de achterdeur zijn pensioenfondsen vaak minder op de lange termijn gericht dan op het eerste gezicht lijkt. Achter de schermen vertakt het pensioengeld zich naar private equity-investeerders en hedgefunds. Deze partijen kenmerken zich eveneens door een gebrek aan transparantie en daarmee aan maatschappelijke controle, wat gezien hun toenemende indirecte invloed op de Nederlandse werkgelegenheid onwenselijk is.


Transparantie vormt ook een groot probleem bij een derde speler die zich inmiddels nadrukkelijk manifesteert: de sovereign wealth funds, oftewel de staatsfondsen. Naar verwachting zal het belegd vermogen van Chinese en Arabische fondsen in 2015 zijn uitgegroeid tot zo'n twaalfduizend miljard dollar. Tijdens de kredietcrisis hebben de fondsen grote belangen genomen in banken. Momenteel breiden ze hun actieradius uit naar andere sectoren. Dit leidt tot de angst dat achter de investeringen in strategische sectoren als financials, energie en defensie niet alleen een rendementsdoelstelling, maar ook een geheime politieke agenda schuilgaat. Bovendien verschaffen de fondsen geen enkel inzicht in hun investeringsstrategie, de samenstelling van hun portefeuille of hun governancestructuur.


Inmiddels leven er allerlei plannen om de invloed van de sovereign wealth funds in te perken: van de terugkeer van de gouden aandelen van de Nederlandse staat in strategische sectoren, tot een systeem van publieke toetsing vooraf, een gedragscode en een toetsing door de Ondernemingskamer achteraf, mocht een staatsfonds zich ongewenst manifesteren bij een Unilever of Shell.
Publiek of privaat; in beide governancemodellen zal meer transparantie moeten worden afgedwongen.


 

Wat vond u van het artikel? Stem / Waardeer:



Score 0 | 0 Waarderingen

Meer opinie