Han Kolff: ‘Met alleen marktwerking verduurzamen we te langzaam’
07-04-2026 | Auteur: Emely Nobis | Beeld: Rogier Veldman
Het interview met Han Kolff vindt plaats op Nyenrode Business Universiteit, waar docent Nicolas Chevrollier met hem in gesprek gaat over de duurzame transitie. Passie voor het onderwerp hebben ze allebei. Chevrollier onderzoekt hoe nieuwe vormen van strategie, bedrijfsmodellen en organisaties leiden tot een versnelling van duurzaamheidstransities. Kolff richtte in 2023 het Food Transformation Forum op, dat leiders uit de hele voedselketen (landbouw, industrie, retail) samenbrengt om de voedseltransitie in Nederland en Europa te versnellen. Ook is hij adviseur van het Next Food Collective, een publiek-privaat samenwerkingsverband van multinationals, mkb en onderzoeksinstellingen dat de voedseltransitie in de agrofoodketen wil versnellen. Dit combineert hij met commissariaten bij foodretailer Plus en Agrifirm, een coöperatie die actief is in de veehouderij en landbouwsector.
Je hebt een verleden bij onder andere Heineken en Danone, maar werkte daarna lange tijd in de zakelijke dienstverlening bij onder meer Randstad en HeadFirst. Wat viel je bij je terugkeer in de voedingssector het meest op?
‘Toen ik er begon, liep fast moving consumer goods voorop in snelheid en ontwikkeling. Bij mijn terugkeer viel het me tegen hoe weinig er sindsdien was veranderd en verbeterd op het gebied van digitalisering en verduurzaming. Ik vroeg me af of we met alle kennis die voorhanden is de voedselketen niet alleen efficiënter en effectiever kunnen maken, maar ook de transitie kunnen versnellen naar een model dat binnen de planetaire grenzen opereert: van volume naar kwaliteit. Dan zie je al gauw dat de wil aanwezig is, maar dat iedereen naar elkaar wijst. De boer moet het doen, of de consument, of de overheid, of de supermarkt. In het Food Transformation Forum wilde ik al die partijen bij elkaar brengen zodat we met elkaar praten in plaats van te wijzen. Nu voelen concurrerende supermarkten bijvoorbeeld dat ze niet met elkaar kunnen overleggen omdat je geen prijsafspraken mag maken. Ik zoek dat overleg juist wel op. En dan blijkt dat je van de Autoriteit Consument & Markt – die in dat Forum zit – in sommige gevallen best afspraken mag maken over hoe je samen aan verduurzaming werkt. Een complex probleem helpen oplossen door bruggen te bouwen en samen naar een doel toe te werken… daar houd ik wel van.’
Je bent ook commissaris bij Agrifirm en Plus. Wringen de ambities van het Food Transformation Forum niet met de realiteit van zulke op winst gerichte bedrijven? ‘Voor mij niet. Het helpt me juist om met twee voeten in de realiteit te staan en om vanuit verschillende perspectieven naar de problemen en dilemma’s te kijken. In de pers wordt wel geschreven dat bedrijven als Agrifirm als machtsblokken aan het begin van de keten de verduurzaming zouden tegenhouden, maar dat zie ik in de praktijk niet. Ze weten bij Agrifirm dondersgoed dat de veestapel in Nederland moet en zal inkrimpen, en dus ontwikkelen ze bijvoorbeeld ook allerlei producten en diensten om boeren te helpen bij de transitie naar een meer regeneratieve landbouw. Bovendien hebben ze als coöperatie echt wel de ambitie om het bedrijf beter achter te laten voor volgende generaties. Er zit dus van nature best veel duurzaamheidsfilosofie in hun DNA.
Vanuit mijn rol als commissaris vind ik het leuk om het bestuur vervolgens aan te sporen meer stappen te zetten dan de wet voorschrijft en daar een voorbeeldfunctie in te vervullen, maar ik heb niet alleen die duurzaamheidspet op. Bij Plus ben ik voorzitter van de auditcommissie en bij Agrifirm van de remuneratiecommissie. Juist die combinatie van rollen versterkt elkaar.’
Over de duurzaamheidstransitie wordt vaak gesproken in termen van obstakels en vertragingen. Kun je een voorbeeld geven van een succesvolle transitie?
‘De schapruimte en de variëteit van op groente gebaseerde maaltijdpakketten in de supermarkt is de laatste twee, drie jaar enorm gegroeid. Het is echt een succesformule omdat het de consument helpt ingesleten patronen te doorbreken zonder dat het moeite kost. Je hoeft zelf de ingrediënten niet bij elkaar te zoeken, de recepten zijn teruggebracht tot drie simpele stappen en groente is de smaakdrager. Je kunt vlees toevoegen, maar het hoeft niet. En dan bijvoorbeeld met een vleesvariant met een lagere voetafdruk, zoals kip in plaats van rund. Het lijkt misschien een klein voorbeeld, maar als de consument aan het eind van de keten betere keuzes maakt en daardoor het assortiment in de supermarkt duurzamer wordt, heeft dat echt grote impact.’
En wat zie je als de grootste uitdaging als het gaat om de transitie naar duurzaamheid?
‘Voor de voedingssector is dat de manier waarop de keten nu is georganiseerd. Terwijl ondernemers aan de toekomst moeten werken, moeten ze intussen ook vandaag presteren. Iedereen in de sector heeft het moeilijk. Iedereen moet goed op de kosten letten en enorm z’n best doen om überhaupt winstgevend te zijn. Daar komt bij dat de sector enorm gefragmenteerd is. Het gaat om duizenden boeren en bedrijven met elk hun eigen ecosysteem. Dat maakt het enerzijds minder kwetsbaar – want als een paar bedrijven zich elders vestigen heb je als Nederland niet meteen een probleem – maar ook moeilijk bestuurbaar. Nu houden we elkaar een beetje gevangen en komen we maar niet over de hobbels heen. Neem Jumbo, dat twee jaar geleden is gestopt met de promotie van vers vlees. Ton van Veen, die toen ceo was, had gehoopt dat andere supermarkten zouden volgen. Dat is niet gebeurd en onlangs heeft Jumbo besloten toch weer kortingsacties aan te bieden, want ze zijn tientallen miljoenen euro omzet misgelopen omdat klanten vlees bij de concurrenten gingen kopen. Zo heeft iedereen in de sector wel een voorbeeld van iets waarbij ze hun nek hebben uitgestoken zonder dat het iets echt in beweging heeft gezet. Ik ben er inmiddels van overtuigd dat de sector met marktwerking alleen te langzaam verduurzaamt. We hebben meer centrale regie en regulering nodig.’
Wie moet die regierol op zich nemen?
‘Dat kan de overheid zijn, of nog beter: een publiek-privaat orgaan. Belangrijk is dat maatregelen niet in een ivoren toren worden bedacht en dat je de sector erin meeneemt. Je kunt beginnen met een paar prijsinterventies, zoals de btw op groenten en fruit naar nul brengen of alsnog stoppen met vleespromotie of een maximumpercentage korting afspreken, want beprijzen is een heel krachtig middel. Ik heb niet alle oplossingen of ideeën. Waar het om gaat, is dat je met elkaar doelen afspreekt en vervolgens bespreekt wat er van iedereen nodig is om daar te komen. Toen het vorige kabinet viel, hebben we daarom met een brede coalitie uit het Agrifood-cluster, waaronder het Next Food Collective, een plan geschreven voor een langetermijnvoedselbeleid met daarin een rol voor zo’n regie-orgaan. Dat is onderdeel geworden van het huidige coalitieakkoord, maar het is spannend of de minister en staatssecretaris het ook echt zullen uitvoeren. Iedereen is zo druk met het kortetermijnprobleem van de stikstof dat de langetermijntransitie uit het zicht dreigt te raken.’
Is er in de sector überhaupt een gedeeld gevoel dat het anders en beter moet?
‘Dat denk ik wel. In de bedrijven waar ik mee te maken heb, wordt CSRD bijvoorbeeld echt wel omarmd. Zo vinden gesprekken tussen supermarkten en leveranciers nu veel meer datagedreven en gestructureerd plaats en kun je samen beter kijken welke maatregelen de grootste impact hebben. Daar zie ik supermarkten echt in opschuiven. In het begin gingen rapportages bij Plus over hoeveel zonnecellen er op het distributiecentrum liggen. Superbelangrijk, maar de kern van de activiteiten is natuurlijk het assortiment in de supermarkt. En de grootste voetprint ligt heel vroeg in de keten bij de productie van veevoer en de productie op het land. Als je daar inzet op meer regeneratieve en biologische landbouw, verander je de hele keten. Om in de transitie fundamentele stappen te zetten, moet elke sector daar aan de slag waar ze de meeste impact heeft.’
Gaat deze tijd van economische stagnatie en geopolitieke spanningen de transitie naar duurzaamheid vertragen?
‘Het wordt grilliger en de prijzen gaan alle kanten op. Daar kun je heel negatief over doen en bijvoorbeeld roepen dat er door de ontwikkelingen in de VS nooit een level playing field zal ontstaan. Toch denk ik dat we in Europa onze waarden juist hoog moeten houden en ons door de open markt niet naar het laagste niveau moeten laten trekken. Als leider in de duurzame transformatie moet je positief blijven. Nu bijvoorbeeld de prijs van kunststof door de stijgende energieprijzen enorm omhoog gaat, worden alternatieven voor kunstmest automatisch weer interessant. Dat zal innovatie stimuleren. Ik ben ervan overtuigd dat we vervuiling gaan beprijzen en dat economie en ecologie daardoor op termijn bij elkaar komen. We moeten onze ambities dus niet loslaten, maar tegelijk niet te polariserend zijn over het tempo en de manier waarop. Het is nu eenmaal complex en je hebt tijd nodig om dingen goed te organiseren. Als je bedenkt dat duurzaamheid als thema in het bedrijfsleven misschien pas een jaar of 10, 20 echt op tafel ligt, is er al veel verbeterd. Dat stemt me hoopvol, ook al is het nooit genoeg en moeten we door.’
De duurzame transitie speelt in alle sectoren. Hebben bestuurders en commissarissen nu andere competenties nodig dan in een stabiele markt?
‘Het gaat om hoe het hele team is samengesteld. Het helpt als je in een rvc mensen hebt die in verschillende sectoren of disciplines hebben gewerkt. Op duurzaamheidsdoelstellingen moet sowieso de hele rvc toezicht houden. Ik heb overigens gemerkt dat de term “toekomstbestendig” tegenwoordig beter werkt dan “duurzaam”, omdat er onder die paraplu veel meer valt: naast duurzaamheid ook weerbaarheid, veiligheid en het belang van winstgevendheid in het hier en nu. Daardoor polariseert het minder.’
Reageren? Mail ons op redactie@scopebusinessmedia.nl
Interview door Nicolas Chevrollier, hoogleraar sustainability transitions bij Nyenrode Business Universiteit. Gepubliceerd in Management Scope 04 2026.
Dit artikel is voor het laatst aangepast op 07-04-2026