Investeerders in gesprek over het Rapport Wennink

Investeerders in gesprek over het Rapport Wennink
Wat is ervoor nodig om het masterplan van Peter Wennink tot een succes te maken? Hoe kunnen investeerders bijdragen aan de noodzakelijke groei en innovatie? Investeerders Ruulke Bagijn van Carlyle AlpInvest en Harm de Vries van Innovation Industries over de kansen én uitdagingen. ‘Dit momentum is een sterkere katalysator dan wat dan ook.’

Na de dringende oproep van Mario Draghi om de Europese concurrentiepositie te versterken, volgde eind 2025 in Nederland een soortgelijk signaal van oud-ASML-topman Peter Wennink. In zijn rapport, veelzeggend getiteld ‘De route naar toekomstige welvaart’, pleit hij voor forse investeringen in vier technologische domeinen. Doen we dat niet, waarschuwt hij, dan loopt Nederland hopeloos achter op de Verenigde Staten en China – en komt onze welvaart onder druk te staan.
Hoe kijken investeerders naar Wenninks ‘masterplan’? Wat is er volgens hen nodig om de gewenste groei en innovatie te financieren – en die vooral aan te jagen? Onder leiding van Juul Vaandrager, plaatsvervangend directeur van de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen (NVP), reflecteren Ruulke Bagijn en Harm de Vries in dit dubbelinterview op het rapport. Ze zaten aan de financieringstafel, een van de 30 rondetafelsessies waar experts uit het bedrijfsleven, de academische wereld en de (semi)overheid Wennink van advies voorzagen. 

Bagijn en De Vries vertegenwoordigen elk een ander deel van de financieringsketen. Zo leidt Bagijn vanuit New York Carlyle AlpInvest, een internationaal investeringsbedrijf dat zich richt op private equity en meer dan 100 miljard dollar beheert voor voornamelijk institutionele beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeraars. Aan de ‘voorkant’ van de keten opereert Harm de Vries, medeoprichter van Innovation Industries. Zijn venture capital-fonds investeert in deeptech-bedrijven, vaak spin-offs van universiteiten of onderzoeksinstellingen die werken aan technologische doorbraken.

Kunnen jullie schetsen waar jullie fondsen zich op richten?
Bagijn:
‘Onze focus ligt voornamelijk op private equity, en steeds meer op private credit. Wij verschaffen kapitaal aan fondsen, we co-investeren met private equitymanagers direct in bedrijven en wij zijn een grote speler in secondaries. Dat betekent dat we bestaande belangen in fondsen overnemen. Daarmee bieden we liquiditeit aan beleggers en fondsen die hun posities willen verkopen, bijvoorbeeld omdat ze willen heralloceren of cash nodig hebben. We werken wereldwijd met de beste private equity-managers en zijn een professionele dealpartner, zowel voor fondsen als voor institutionele beleggers.’
De Vries: ‘We zijn een deeptech venture capital-fonds. We investeren in bedrijven die werken aan innovatieve technologieën op het gebied van halfgeleiders, fotonica en energie. De technologie is al bewezen, maar de weg naar de markt is lang en kapitaalintensief. We zijn niet alleen geldschieter, maar helpen ook bij de strategie, netwerken, talentontwikkeling, financiering en het bouwen van een organisatie. Ons laatste fonds bedroeg ruim 500 miljoen euro, groot genoeg om bedrijven langdurig te ondersteunen; het volgende gaat mogelijk richting een miljard euro.’

Kunnen jullie elkaar tegenkomen in de financieringsketen? Is het mogelijk dat een bedrijf in de portefeuille van Harm bij Ruulke terechtkomt?
De Vries:
‘Ja, dat kan, maar vaak pas na jaren van ontwikkeling. Deeptech-bedrijven hebben veel tijd nodig om te rijpen. Ze moeten technologie ontwikkelen, testen, opschalen. Pas daarna komt de fase waarin ze in het vizier komen van private equity-partijen.’

Ruulke, wanneer is een bedrijf of fonds interessant voor jullie?
Bagijn:
‘Een zekere schaal helpt, maar ook een succesvolle en bewezen strategie, een duidelijke positie in de markt en een organisatie die stevig genoeg is om door te groeien. Bij een fonds is het track record belangrijk, maar uiteindelijk draait het om vertrouwen in de toekomst. We kijken breed: naar de kwaliteit van de bedrijven in de portefeuille, de strategie van het fonds, de opbouw van het team en de organisatie daaromheen.’

Jullie waren allebei uitgenodigd voor een van de 30 rondetafelsessies waar Peter Wennink zich liet informeren. Hoe kijken jullie daarop terug?
De Vries:
‘Aan onze tafel werden inzichten opgehaald uit de financieringswereld. De vraag was wat er concreet nodig is om bepaalde sectoren in Nederland van de grond te krijgen. Dan kom je uit op structurele investeringen, een consistent beleid én de juiste randvoorwaarden. Denk aan het makkelijk aantrekken van talent, goede arbeidsvoorwaarden en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. En praktisch: infrastructuur. Bedrijven moeten bijvoorbeeld toegang hebben tot het stroomnet.’
Bagijn: ‘Onze boodschap was: aan kapitaal ontbreekt het niet. Het is vooral de vraag hoe je het kapitaal aan het werk krijgt. Als je institutionele beleggers wilt laten investeren, moet er een volwassen ecosysteem zijn. Dat betekent: voldoende sterke fondsen, ervaren managers en structuren die grote hoeveelheden kapitaal kunnen absorberen. Denk aan private equity-partijen met schaal en een bewezen track record, maar ook aan constructies zoals fondsen van fondsen en co-investeringsplatforms. Minstens zo belangrijk is de expertise om dat kapitaal op de juiste manier te investeren. Europa heeft het allemaal in huis. Er is schaal, er zijn kwalitatief goede private equity- en venture capital-fondsen én er zijn partijen die de brug slaan tussen kapitaal en investeringen.’

Hoe kijken jullie naar de huidige geopolitieke ontwikkelingen, welke impact hebben die op het investeringslandschap?
Bagijn:
‘Het Wennink-rapport past in een bredere trend waarin geopolitieke ontwikkelingen steeds meer bepalen waar kapitaal en productie naartoe gaan. In Europa zie je een herindustrialisatie ontstaan, vooral rond energie, defensie en technologie. Dat zijn enorme markten, de gezamenlijke investeringen kunnen oplopen tot zo’n negen biljoen dollar. Terwijl in Amerika defensie en innovatie al langer met elkaar verweven zijn, is Europa bezig om ook die stap te zetten. Daarnaast is energie een belangrijk thema geworden. Lange tijd ging het om duurzaamheid, nu draait het ook om zekerheid: betrouwbare en betaalbare energie. Er speelt nog iets anders. Veel institutionele beleggers zijn de afgelopen jaren over gealloceerd geraakt in de VS – onder andere omdat de rendementen in de VS zo goed zijn geweest. Nu zijn ze hun portefeuilles aan het herbalanceren, er komt meer kapitaal richting Europa, precies op het moment dat hier nieuwe kansen ontstaan.’

Wat betekenen de geopolitieke verschuivingen en de nieuwe economische prioriteiten in Europa voor jullie fondsen?
De Vries:
‘Voor ons is het positief. De enorme investeringen in de economie gaan grotendeels naar technologie – precies het domein waarin wij actief zijn. We zien kansen en merken dat meer institutionele investeerders bereid zijn om in Europese venture-fondsen te stappen. Dat helpt venture-fondsen om door te groeien en te concurreren met grote Amerikaanse fondsen. Europa heeft nog een grote inhaalslag te maken, maar dit geeft ons een prettige duw in de rug.
Er is bovendien een nieuwe sector bijgekomen: defensie. Het gaat nu vooral om dual use: technologie die zowel civiele als militaire toepassingen kent. Investeren in defensie is niet langer taboe, maar strategisch en noodzakelijk. Dat is een fundamentele omslag die de early stage-markt flink heeft vergroot. Onze strategie blijft hetzelfde: we focussen op de technologie. Zo investeren we in Axelera, een energiezuinige chip voor ai-toepassingen die ook inzetbaar is voor defensietoepassingen. Dat maakt de markt voor onze portfoliobedrijven aanzienlijk aantrekkelijker.’
Bagijn: ‘Ook wij zien de interesse in Europa toenemen. Deels doordat institutionele beleggers hun portefeuilles aan het herbalanceren zijn, deels omdat er meer kansen ontstaan. Beleggers zien dat. Tegelijkertijd is het ook zo dat Europa altijd al een belangrijke markt was. Ongeveer 35 procent van de wereldwijde private equity-markt zit in Europa. En ja, er ontstaan nieuwe investeringskansen, maar het heeft even tijd nodig voordat die volledig benut worden. Defensie is daar een voorbeeld van. Er zijn nieuwe fondsen die zich specifiek op deze sector richten en dat zorgt ervoor dat partijen zich aan het positioneren zijn. Die beweging zie ik op gang komen. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet.’

Jullie zijn positief over de toekomst van Europa, maar er zullen ook knelpunten zijn. Welke zien jullie?
De Vries:
‘We moeten geduld hebben. Als je inzet op technologie, moet je accepteren dat de doorlooptijden lang zijn. Dat vraagt om consistent langetermijnbeleid en een ecosysteem dat meegroeit. Zo’n ecosysteem bestaat niet alleen uit kapitaal. Je hebt naast investeerders, industrie en startups ook sterke universiteiten en kennisinstellingen nodig. Het geheel moet kloppen. Als je wilt opschalen, moeten er bovendien grotere fondsen zijn die substantiële bedragen kunnen investeren. Er zijn zaken die relatief eenvoudig te verbeteren zijn, zoals fiscale regelgeving en aandelenopties voor medewerkers. Dat kan enorm helpen bij het aantrekken van talent.’
Bagijn: ‘In de VS is het makkelijker om een bedrijf te starten, mensen aan te nemen en, als het nodig is, weer te laten gaan. Die flexibiliteit maakt dat ondernemers sneller risico nemen. Daarnaast zijn de kapitaalmarkten in de VS dieper. Het is makkelijker om financiering op te halen, en ook om een exit te realiseren. Dat zorgt voor een vliegwieleffect: succesvolle bedrijven leveren kapitaal op dat weer opnieuw wordt geïnvesteerd. Dat mechanisme is in Europa nog minder sterk.’

Er wordt gezegd dat Europa een andere ondernemerscultuur nodig heeft. Waar wringt het precies en kunnen we dat veranderen?
De Vries:
‘Europa beschikt over genoeg ondernemerschap. Het probleem zit vooral in de randvoorwaarden. Als het te ingewikkeld is om een bedrijf te starten, bijvoorbeeld vanwege de regelgeving, dan ontmoedig je ondernemers. De sleutel is: maak het eenvoudiger, denk liberaler en groter. Maar ook: omarm succes. In Europa zijn we geneigd om alles een beetje te willen doen, zo bouw je geen winnaars. We moeten keuzes maken en de markt meer ruimte geven.’
Bagijn: ‘In Amerika investeren mensen meer in aandelen en voelen zij zich daardoor meer verbonden met bedrijven en ondernemerschap. In Europa ligt de nadruk veel meer op sparen. Dat begint al in de kindertijd. We openen een spaarrekening voor ze. Als we de mentaliteit willen veranderen, moeten we al op jonge leeftijd beginnen om anders met geld en investeren om te gaan.’

Institutioneel kapitaal wordt vaak gezien als sleutel om een sector te laten groeien. Harm, jullie slaagden erin om pensioenfondsen aan te trekken. Wat was jullie aanpak?
De Vries:
‘Het lukte ons al vroeg een pensioenfonds aan boord te krijgen. Dat zorgde niet alleen voor kapitaal, maar ook voor geloofwaardigheid. Ook kregen we de kans om te professionaliseren. We hadden veel tijd en geld geïnvesteerd om tot een eerste closing te komen. Uiteindelijk draait het om verschillende factoren: het juiste verhaal vertellen, bij de juiste mensen aan tafel komen, doorzetten en ook een beetje geluk. Wat overigens helpt, is dat de druk vanuit maatschappij en politiek groeit. Van pensioenfondsen wordt steeds meer verlangd een actievere rol te spelen.’

Ruulke, hoe kijk jij naar de rol van pensioenfondsen?
Bagijn:
‘Een aantal pensioenfondsen investeert al in venture capital, healthcare of defensie. Dat is positief. Vaak is het lastig omdat ze een bepaalde schaal nodig hebben om hun grote kapitaal effectief te beleggen. Belangrijk is dat pensioenfondsen over voldoende kennis en capaciteit beschikken. Zonder de juiste expertise kan investeren in private markten ongewenste risico’s met zich meebrengen.’

Voor investeerders is het gebrek aan liquiditeit al enige tijd een probleem. Hoe lossen we dit op?
Bagijn:
‘Liquiditeit is zowel in Europa als in de VS een probleem. In de private equity-markt worden minder exits gerealiseerd. Het kapitaal komt daardoor minder snel terug bij investeerders. Er zijn in Amerika enkele grote transacties geweest, maar het aantal deals is gedaald en achterblijvende exits maakt fundraising moeilijker. Ik denk dat het cyclisch is. Private equity beweegt van nature in golven. Vorig jaar zagen we al tekenen van herstel: er was meer liquiditeit, er waren meer distributies en het aantal deals steeg. Door geopolitieke onzekerheid en de aanpassingen van waarderingen in de softwaresector blijft liquiditeit een uitdaging.’

Wennink pleit in zijn rapport voor een nationale investeringsinstelling om de gewenste industrialisatie in Nederland op gang te brengen. Is dit een goed idee?
Bagijn:
‘Jazeker. In andere Europese landen zien we succesvolle voorbeelden. Zo’n instelling kan kapitaal samenbrengen en grootschalige of risicovolle projecten mogelijk maken die de markt zelf niet oppakt, bijvoorbeeld in de energietransitie. Een punt dat vaak onderbelicht blijft, is dat een nationale investeringsinstelling de overheid meer investeringsruimte kan geven zonder het begrotingstekort te verhogen. Dat betekent dat Nederland grote investeringen – bijvoorbeeld in energie-infrastructuur, innovatie of defensie-industrie – kan laten plaatsvinden op het moment dat ze economisch nodig zijn, in plaats van te wachten tot er ruimte is binnen de jaarlijkse rijksbegroting. Daarnaast zit de echte kracht in schaal: door bestaande fondsen en instellingen te bundelen, kan kapitaal goedkoper worden aangetrokken en efficiënter worden ingezet, waardoor de investeringsslagkracht enorm toeneemt. Studies laten zien dat je door kapitaal te bundelen tot wel 100 miljard extra leenruimte kunt creëren. Dat kan een enorme impuls geven aan innovatie, van startups tot grote technologiebedrijven.’
De Vries: ‘Helemaal eens. Het voordeel is dat zo’n instelling over kabinetsperiodes heen kan werken, in tegenstelling tot tijdelijke groeifondsen die vaak afhankelijk zijn van politieke besluitvorming.’

Hoe zorg je dat de markt betrokken blijft?
Bagijn:
‘Belangrijk is dat zo’n partij niet met de markt concurreert, maar aanvullend is. De instelling kan bijvoorbeeld langetermijnfinanciering bieden, herfinancieringsrisico verminderen, professioneel en onafhankelijk werken met een duidelijke risicodiscipline en rendementseisen. Een nationale investeringsinstelling kan een brug slaan tussen investeerders en overheid, structuur bieden en inzichten van de markt vertalen naar beleid.’
De Vries: ‘Door hier structureel mensen bij te betrekken uit zowel de publieke als de private wereld. En ook door duidelijke spelregels en een langetermijnstrategie te formuleren.’

Denken jullie dat het Rapport Wennink tot succes zal leiden?
De Vries:
‘Europa heeft zoveel te bieden. We hebben uitstekende universiteiten en er bestaat een dringende noodzaak om een sterke technologiesector op te bouwen. Het belangrijkste is nu de uitvoering, zorgen dat we die kansen benutten.’
Bagijn: ‘Ik geloof dat de kans op succes groter is dan ooit. Onze welvaart en veiligheid staan op het spel. We hebben bij eerdere transities gezien dat zo’n momentum een sterkere katalysator is dan anything else.’

Reageren? Mail ons op redactie@scopebusinessmedia.nl

Dit interview is gepubliceerd in Management Scope 04 2026.

Dit artikel is voor het laatst aangepast op 07-04-2026

facebook

ManagementScope.nl gebruikt cookies

Voorkeuren

Basis

Basis cookies:
Scope Business Media anonimiseert de data van personen die op de site terechtkomen. Hierdoor heeft managementscope.nl nauwelijks persoonlijke data van onze websitebezoekers in beheer en mogen wij selecte datapunten verzamelen die geenszins aan u als persoon te koppelen vallen. Onder noodzakelijke cookies vallen alle datapunten die Scope Business Media gerechtigd is om te plaatsen zonder expliciete toestemming van de bezoeker. Dit betreft enkel volledig geanonimiseerde data die noodzakelijk is voor het functioneren van de site.

Compleet (aanbevolen)

Overige cookies, bij het kiezen voor ‘compleet’:
Onder de noemer ‘Overige cookies’ vallen cookies waarvoor wij expliciet toestemming van u nodig hebben. Hieronder vallen bijvoorbeeld onze marketing cookies die wij tevens volledig anonimiseren. Deze cookies zijn echter wel essentieel voor Scope Business Media, om ervoor te zorgen dat managementscope.nl kan blijven voortbestaan als site.

Cookie- en privacyverklaring