Michel van Elk: 'Het wordt geen revolutie maar een evolutie'

Michel van Elk: 'Het wordt geen revolutie maar een evolutie'
De weg naar een nieuw pensioenstelsel zit vol hobbels, weet Michel van Elk, directeur Pensioen bij Nationale-Nederlanden. ‘Geen enkel systeem is ideaal.’

Een onbezorgde oude dag? Veel gepensioneerden zagen het afgelopen jaar hun maandelijkse pensioenuitkering slinken. De Nederlandse pensioenpot is – ondanks de crisis – met een biljoen euro vermogen een van de best gevulde spaarvarkens van Europa, maar dat saldo is niet genoeg om te kunnen voldoen aan de toekomstige verplichtingen.

Onbetaalbaarheid is een van de symptomen van het versleten stelsel. Niet alleen de financiële crisis en de vergrijzing maken een eind aan het laatste feestje van de verzorgingsstaat. Toenemende individualisering wordt door de terugtredende overheid aangegrepen om geleidelijk meer marktwerking en concurrentie in te voeren. De komende jaren krijgen zowel pensioenfondsen als pensioenverzekeraars te maken met ingrijpende veranderingen.

‘Bij het huidige stelsel kun je een aantal kanttekeningen plaatsen, maar het kent ook een aantal goede eigenschappen’, vindt Michel van Elk, directeur Pensioen bij verzekeraar Nationale-Nederlanden. ‘Zo doet Nederland het in vergelijking met andere landen relatief goed op het vlak van armoede onder ouderen; door ons pensioenstelsel komt dit slechts beperkt voor. Het huidige stelsel, dat tot voor kort als rotsvast en het beste in de wereld bekend stond, kent daarnaast een enorm hoge participatiegraad. Dat zijn zaken die we voor ogen moeten houden als we praten over het veranderen van het stelsel.’

WEINIG KEUS
De financiële crisis heeft echter ook een aantal zwakheden van het pensioenstelsel blootgelegd. De lage rentestand en vergrijzing hebben de kosten sterk opgedreven. De verwachte output van betaalde premies staat minder vast dan altijd werd gedacht. Dat pensioenfondsen zijn overgegaan tot ‘afstempelen’ – jargon voor het direct korten op lopende pensioenuitkeringen – is in de ogen van Van Elk een wake-up call. ‘We hebben altijd gesproken over het verdelen van de winsten, dat is gemakkelijker dan het verdelen van verliezen. Nederlanders staan nog wel achter het begrip solidariteit, maar ze willen ook begrijpen hoe het is opgebouwd en een eerlijke verdeling zien. De verdeling over de generaties vraagt om solidariteit die nu niet meer vanzelfsprekend is.’

Mensen worden zich daardoor voor het eerst sinds lange tijd bewust van het verplichte karakter van pensioenvoorzieningen. Hoewel er geen wettelijke pensioenplicht in Nederland bestaat, zijn werknemers wel verplicht zich aan te sluiten bij het pensioenfonds van hun bedrijfstak. Premiebetalers kunnen op dit moment niet zelf kiezen voor bepaalde beleggingen of uitvoerders. Ook Van Elk vindt dat het huidige stelsel ‘weinig keus’ biedt. Een laatste zwakke plek van het huidige stelsel is dat – ondanks de hoge participatiegraad – niet iedereen een pensioen heeft, aldus Van Elk: van de 800.000 zzp’ers heeft maar een klein deel een voorziening geregeld. Hij waarschuwt echter voor een te negatieve houding: ‘We schieten nu een beetje door in het afkraken van het huidige stelsel. Alle onzekerheid zorgt voor een vertrouwenscrisis die naar mijn mening overtrokken is.’

SOLIDARITEITSVRAAG
Wat wij nu nog ‘pensioenstelsel’ noemen, gaat straks ‘pensioenmarkt’ heten. Op de weg daar naar toe moeten er nog aardig wat hobbels genomen worden. Het is de vraag of de stakeholders van nu – niet alleen de pensioengerechtigden – wel toe zijn aan een reset van het stelsel. Politiek en vakbonden hebben zo hun eigen motieven. Wordt de pensioendiscussie daarmee een onderhandelingsspel voor de problemen van nu? ‘Dat laatste is wellicht te stellig geformuleerd, maar het valt niet te ontkennen dat verschillende dossiers met elkaar te maken hebben. Wat op het ene dossier wordt ingeleverd kan op het andere dossier worden terugverdiend. Dat vormt echter geen blokkade voor een uiteindelijk goede uitkomst van de pensioendiscussie’, is de overtuiging van Van Elk.

Toch vindt hij de discussie over een nieuw stelsel niet altijd even transparant: ‘De stakeholders mengen zich daarin vanuit hun eigen invalshoek, vanuit eigen gevestigde belangen.’ Ook het regelmatig veranderen van de wet- en regelgeving rondom pensioenen bemoeilijkt de discussie. Als voorbeeld noemt Van Elk het Defined Benefit-model, waarbij geen zekerheid bestaat over de premies, maar wel over de opbrengsten. ‘Dat model gaat uit van bepaalde aannames. Als de werkelijkheid na verloop van tijd anders uitpakt dan de aannames, kun je twee dingen doen: de regeling aanpassen en de consequenties verder accepteren, of de aannames wijzigen. In dat laatste geval kom je in een grijs gebied waarin onderhandeld moet worden. Op dat moment komt de solidariteitsvraag duidelijk aan de oppervlakte.’ Van Elk legt uit dat dat soort aanpassingen al vaker is doorgevoerd: werken met artificiële rente is vervangen door het hanteren van de marktrente (in 2007) en daarna is gezocht naar balans in de vorm van de ultimate forward rate, een gewogen gemiddelde, sinds september 2012 van toepassing. ‘Met dat soort beslissingen ga je de winst of het verlies verdelen, onder andere over verschillende generaties.’

INDIVIDUALISERING
Hoe gaat die pensioenmarkt van de toekomst er uit zien? ‘Geen enkel systeem is ideaal, er is geen silver bullet. Het is ongelukkig dat de herijking van het pensioenstelsel getriggerd is door de crisis en tegelijkertijd door partijen wordt gebruikt als motief om de rekening anders samen te stellen. De overheid kijkt bijvoorbeeld naar het bijstellen van de fiscale stimulansen op de korte termijn. Dat bemoeilijkt de discussie over een nieuw pensioenstelsel, het gevaar bestaat dat die nu deels door valse argumenten wordt gedreven’, aldus Van Elk.

Wat hem betreft heeft de solidariteit over generaties heen de grenzen bereikt. ‘Er zal bij een nieuw stelsel daarom gezocht moeten worden naar meer individualisering, zonder dat je het solidariteitsbeginsel geheel afschaft . Het principe van pensioenopbouw binnen één werkgever of bedrijfstak is door de arbeidsmobiliteit achterhaald. Steeds meer mensen werken niet in loondienst en dreigen uitgesloten te worden. Ik ben een voorstander van een bepaalde vorm van pensioenplicht. Maar dat betekent niet ‘voor iedereen hetzelfde’. Er moeten meer keuzemogelijkheden komen, waarbij individuen kunnen kiezen voor een mix van risico en zekerheid. Misschien ook wel op het vlak van uitvoerders. In de wereld om ons heen zijn allerlei varianten te zien.’

NIEUWE MARKT
In de reis naar een nieuw pensioenstelsel zijn veranderingen te zien die ook bij de zorgverzekeraars zichtbaar waren. Zo ontstaat er wellicht ook hier een nieuwe markt voor losse activiteiten als vermogensbeheer, administratie en service. Van Elk: ‘Ik denk niet dat er meer efficiency kan worden gerealiseerd door de pot via marktwerking anders te verdelen over verschillende partijen. Maar er zal wel een speelveld ontstaan waarbinnen activiteiten anders over spelers zullen worden verdeeld. Je kunt de pensioenpropositie terugbrengen naar drie componenten: beleggen, administreren en verzekeren. Uitvoerders kunnen bepaalde componenten uitbesteden, ze kunnen ook alles bundelen en communiceren. Er kunnen ook partijen zijn die alleen bundelen, maar niets zelf uitvoeren. Denk aan pensioenfondsen die nu al het vermogensbeheer geheel of gedeeltelijk uitbesteden. Ik verwacht dat de huidige spelers vooral uit zullen gaan van hun kerncompetenties. Zo zouden banken een adviserende rol kunnen pakken, bijvoorbeeld omtrent keuzemogelijkheden ten aanzien van andere producten in combinatie met pensioen, zoals spaar- of hypotheekvormen. Een nieuwe situatie zal wellicht de behoefte aan advies vergroten; de slag dat het normaal is om voor advies te betalen moeten we hier nog maken. Sommige spelers zullen misschien tot de conclusie komen dat er voor hen in het nieuwe stelsel geen plek is. Er moet wel een level playing field gerealiseerd worden: iedereen moet gelijke kansen krijgen in het nieuwe stelsel. Het gaat over een langere termijn, het wordt geen revolutie maar een evolutie.’

VERANTWOORDELIJKHEID
Opmerkelijk in de discussie over de ‘nieuwe pensioenmarkt’ is dat er aandacht blijft voor de vraag wie verantwoordelijkheid draagt: wie zorgt ervoor dat in een nieuw stelsel niemand buiten de boot valt? ‘Het begint bij de politiek. Daar liggen ook de keuzes ten aanzien van wel of niet een verplicht pensioen. In Australië is gekozen voor een gedeeltelijke verplichting. We kennen ook het schrikbeeld uit de VS van de bejaarde die gedwongen is bij de McDonald’s te werken. Wanneer je het te veel overlaat aan het individu, zie je dat er verkeerde keuzes gemaakt kunnen worden. De wetgever zal moeten bepalen wat bij die plicht een minimumvoorziening moet zijn, zodat er geen ongelukken kunnen gebeuren. In de ‘polder’ zal ook moeten worden bepaald hoe je het sparen voor een pensioen fiscaal faciliteert – een mechanisme dat heel goed werkt in Nederland. Nu zit er vooral druk bij de overheid om de fiscalisering terug te dringen. Tot slot moeten aanbieders gaan bedenken hoe ze hierop willen inspelen. Sociale partners kunnen nadenken over de verdeling van de kosten, bijvoorbeeld op cao-niveau.’

TRANSPARANTIE
Alle Nederlanders krijgen met 67 jaar een AOW-uitkering, het grootste deel van werkend Nederland bouwt daarnaast zijn oudedagsvoorziening op via een (verplicht) pensioenfonds of een pensioenverzekeraar. Die laatste groep is goed voor twaalf procent van de markt. Hoe gaan verzekeraars die nieuwe markt bedienen? Van Elk: ‘Pensioenen moeten eenvoudiger en transparanter worden. De huidige regelingen komen allemaal neer op maatwerk. Dat is bij de start mooi, maar daarna staat het pensioen voor vijftig jaar in je boeken. Dat betekent dat iedere wettelijke wijziging en mutatie neerkomt op het verwerken van vijftig jaar historie. Die drang naar maatwerk maakt het fuseren van regelingen lastiger. Hoe zorg je er dan voor dat je niet eindigt met de best of both worlds, die vaak onbetaalbaar is? Hoe blijft het administratief behapbaar? De kosten zijn onnodig hoog door maatwerk, wijzigingen en regelgeving. Ik zie in het nieuwe pensioenstelsel dan ook niet meteen mogelijkheden voor werkgevers om zich te onderscheiden. Dan gaan we weer terug naar dat maatwerk met de hoge uitvoeringskosten. Meer uniformiteit draagt juist bij aan portabiliteit van pensioenen, ook van de ene naar de andere uitvoerder. En meer transparantie zorgt voor een betere acceptatiegraad.’

BETERE COMMUNICATIE
Bij een nieuw stelsel is het essentieel dat er meer aandacht uitgaat naar communicatie, vindt Van Elk. ‘Mensen denken nu al vaak iets anders te krijgen dan ze werkelijk gaan krijgen. Naarmate de uitkomst van input of premie minder zeker is, moet je verwachtingen beter managen. Zo denken veel mensen bij Defined Contribution (DC): iedereen mag zelf beleggen en dus is het onzeker. Dat hoeft niet. Ik denk dat een DC-regeling een goed alternatief kan zijn voor de Defined Benefit (DB)-regelingen.

Ook wanneer de premie eenmaal is vastgesteld, kun je denken aan zowel open regelingen met een risico als aan garantieregelingen. Een van de elementen bij DC moet zijn dat verzekerden een voorspelbaar pensioen willen hebben. Je kunt via de lifecycle kiezen voor een bepaalde opbouw. De knip tussen opbouw en afbouw moet je zo natuurlijk mogelijk laten verlopen en niet afhankelijk laten zijn van toevalligheden in de markt. Daarnaast moet je binnen DC-regelingen oog houden voor collectiviteit: schaalgrootte kan bijdragen aan kostenreductie. En bij solidariteit moet je risico’s niet neerleggen bij het individu, maar een risicoprofiel van een groep als uitgangspunt nemen. Technologie kan een belangrijke rol spelen bij de communicatie. We zitten in een informatiehongerige maatschappij, alles is mobiel en 24/7 beschikbaar. Ik ben er van overtuigd dat er een tijd komt dat mensen op hun iPhone willen zien hoe hun pensioenpot er voor staat. Mensen realiseren zich nu nog totaal niet wat ze aan pensioenwaarde hebben opgebouwd. Maar als individuen invloed gaan krijgen op het nemen van realtime beslissingen, gaat ook de operationele administratieve omgeving realtime worden: veel meer zoals de brokerwereld werkt.’

Pensioenverzekeraars zullen daarom hun processen beter op orde moeten hebben, aldus Van Elk. ‘In Australië weten mensen exact wat ze hebben opgebouwd – naast bijvoorbeeld hun huis – en hebben ze bovendien invloed op de samenstelling en kunnen ze jaarlijks de uitvoerder kiezen. Dat vergroot de belangstelling, maar het brengt ook een veel grotere informatiebehoefte met zich mee. Er is daar een geleidelijk in en doorgevoerde pensioenplicht en stelselherziening. De eerlijkheid gebied wel te zeggen dat dit heeft plaatsgevonden in een tijd van hoogconjunctuur met stijgende salarissen. In Nederland hebben we het nu vooral over het verdelen van pijn.’

Nathan Burgers is managing partner bij strategieconsultant A.T. Kearney.

Het interview met Michel van Elk is gepubliceerd in Management Scope 07 2013.

facebook