Het rapport-Wennink: laat het niet bij mooie woorden blijven
Auteur: Redactie Management Scope | 18-12-2025
Al voordat voormalig ASML-ceo Peter Wennink vorige week zijn rapport De route naar toekomstige welvaart presenteerde was duidelijk dat de boodschap in goede aarde zou vallen. Die boodschap is duidelijk: er moet flink geïnvesteerd worden in Nederland, de productiviteit moet omhoog, anders raken we achterop als land. De reacties op het rapport vanuit het bedrijfsleven zijn dan ook voor het overgrote deel positief. De investeringen moeten vooral vanuit de private hoek komen. Nog deze week gaf ASM het goede voorbeeld door een investering van honderden miljoenen in een nieuwe locatie in Almere aan te kondigen. Maar het is ook aan de overheid om ruimte te creëren voor die investeringen, bijvoorbeeld door het verlichten van regeldruk en het versnellen van de uitgifte van vergunningen. Die vaak gehoorde oproep werd nog maar eens te meer duidelijk.
Maar toch, als we tussen de regels door lezen, doemt wel op verschillende plekken de vraag naar uitvoerbaarheid op. Wennink spoort overheid en bedrijfsleven aan om nú aan de slag te gaan: ‘Iedere dag dat we niet investeren in de toekomst van ons land loopt de rekening voor toekomstige generaties verder op.’ Kijkend naar het formatieproces dat nu aan de gang is, wordt terecht de vraag gesteld: zijn de partijen wel bereid om zulke grote keuzes te maken, die over een langere termijn gaan dan een regeerperiode? Het gaat om grote beslissingen en bedragen die zeker in ons poldermodel (of wat daar nog van over is) als radicaal kunnen worden gezien. Het risico bestaat dat het bij grote woorden blijft, dat het rapport in Den Haag toch te lang blijft liggen, en zo onderop de stapel raakt. Wennink spreekt van ‘politieke moed om te kiezen, leiderschap en opnieuw leren samenwerken’, maar daar hebben we de afgelopen jaren niet de beste voorbeelden van gezien.
In een rondetafeldiscussie die Management Scope eerder publiceerde pleitten drie (kandidaat-)Kamerleden voor een ‘saai economisch beleid’. Langetermijnprojecten vereisen nu eenmaal politieke samenwerking: ‘We moeten de ander wat meer gunnen dan nu.’ In zijn rapport pleit Wennink voor een Commissaris Toekomstige Welvaart. Laat die zo snel mogelijk aangesteld worden, om ook op dat langdurige politieke draagvlak toe te zien.
Nog een punt om op te letten is de focus op de topsectoren in Nederland. Natuurlijk moeten we keuzes maken, en is het logisch dat we inzetten op de dingen waarin we goed zijn. Maar onder de reacties is toch een duidelijke roep te zien om dat wel gebalanceerd te doen, om de rest van de bedrijvigheid in Nederland niet uit het oog te verliezen.
Ook sociale zekerheid is van groot belang: niet elk innovatief, experimenteel bedrijf zal blijven bestaan, maar de ruimte om te experimenteren moet er wel zijn. Zulke ‘risicovolle’ bedrijven moeten wel talent aan zich kunnen binden, talent dat zich veilig genoeg voelt om zo’n sprong in het diepe te wagen. Innovatie is gebaat bij experiment, dus juist degenen die durven experimenteren moeten niet buiten de boot vallen.
Het laatste woord over dit rapport is dus zeker nog niet gezegd. Het is een duidelijke wake up call, maar de implementatie kon nog weleens meer voeten in de aarde hebben dan gedacht. Dat weten we pas als we de eerste stappen zetten. Dus, om met Wennink te spreken: laten we beginnen.
Reageren op dit artikel? Mail ons op redactie@scopebusinessmedia.nl