Zó wordt Wenninks visie een werkbare strategie
Auteur: Ellis Bloembergen | Beeld: Ricky Booms | 03-02-2026
Hoewel Nederland tot de rijkste landen ter wereld behoort, is het niet vanzelfsprekend dat dit zo blijft. De oorlog in Europa, vergrijzing, klimaatverandering, het woningtekort en oplopende zorgkosten dwingen ons tot grote maatschappelijke transities. Om die te bekostigen zou de Nederlandse economie jaarlijks 1,5 tot 2 procent moeten groeien, maar dat halen we al jaren niet.
Hoe we onze welvaart kunnen behouden, onze veiligheid kunnen garanderen en tegelijkertijd de energie-, digitaliserings- en ai-transitie kunnen realiseren, schetst oud-ASML-topman Peter Wennink in het rapport De route naar toekomstige welvaart. Dat werd eind 2025 gepresenteerd en is een vertaling van het Europese rapport van Mario Draghi naar de Nederlandse context. Wennink sprak met ruim 1.000 mensen uit het bedrijfsleven, kennisinstellingen, financiële instituten en de (semi)overheid in rondetafelsessies.
De boodschap aan de politiek is dringend: Nederland moet snel stevige keuzes maken en fors investeren in kansrijke technologieën om de arbeidsproductiviteit te vergroten en het verdienvermogen te verbeteren. Maar vooral ook om wereldwijd relevant te blijven. De Verenigde Staten en China vergroten in rap tempo hun voorsprong in kritieke technologieën. In zeven jaar tijd steeg het verschil in investeringen van grote Europese en Amerikaanse bedrijven van 36 procent naar 76 procent, goed voor ongeveer 700 miljard euro per jaar. Daarmee staat niet alleen onze economische positie, maar ook onze strategische relevantie onder druk.
Vier domeinen
Het rapport noemt vier technologische domeinen waar Nederland strategische posities kan opbouwen. Dat zijn: digitalisering & ai, life sciences & biotechnologie, veiligheid & weerbaarheid en energie- & klimaattechnologie. Binnen deze domeinen moet Nederland gericht inzetten op technologische nicheposities, met de Nationale Technologiestrategie als richtlijn.
Wennink wijst er daarbij op dat de overheid haast moet maken met het realiseren van de juiste randvoorwaarden. Nu zijn er nog veel belemmeringen. Zo verloopt de vergunningverlening te traag en complex, liggen energieprijzen hoger dan in omliggende landen en wordt de economische groei geremd door het stikstofslot en netcongestie. De overheid moet ook investeren in het aantrekken en opleiden van technisch talent en onze mainports en innovatiehubs versterken – van Rotterdam en Schiphol tot Eindhoven en Wageningen.
Klaar om te investeren
Voor Wenninks plannen zijn er tot 2035 extra investeringen nodig van 151 tot 187 miljard euro. Die bereidheid is er ook: pensioenfondsen, banken, investeerders en bedrijven staan klaar om fors te investeren zodra de randvoorwaarden kloppen. Daarbij benadrukt Wennink dat vooral privaat risicodragend kapitaal cruciaal is omdat deze investeringsvorm niet alleen geld inbrengt, maar ook expertise, netwerken en schaalvermogen toevoegt. Deze investeringen vergroten de kans op succes voor innovatieve start- en scale-ups.
Maar er zijn daarnaast ook publieke investeringen nodig. Wennink pleit voor twee nieuwe instellingen: een Nationale Investeringsbank met zo'n 10 tot 20 miljard euro in kas die de gewenste industrialisatie in Nederland op gang helpt, en een Nationaal Agentschap voor Baanbrekende Innovatie dat met 1,5 tot 2 miljard euro per jaar doorbraaktechnologie gaat ontwikkelen, waarbij de overheid optreedt als launching customer. Het idee is dat het bedrijfsleven zal volgen en de investeringsgolf zal groeien. Vooral innovatieve bedrijven moeten toegang krijgen tot financiering, want te vaak vertrekken zij nu nog naar de VS om kapitaal op te halen en toegang te krijgen tot een grote afzetmarkt.
Weinig houvast
Over de urgentie van Wenninks masterplan valt niet te twisten. Nederland kan het zich, net als elk Europees land, niet permitteren verder achterop te raken. Toch ontbreekt er een belangrijk element. Het rapport benoemt nog niet hoe we de innovatie gaan financieren. Om de toekomstplannen daadwerkelijk van de grond te krijgen, is een sterke en volledige financieringsketen nodig. Groeikapitaal, venture capital, private equity, banken, pensioenfondsen en infrastructuurinvesteerders vervullen ieder hun eigen rol en bieden uiteenlopende financieringsoplossingen. Deze oplossingen hangen samen met het risicoprofiel van het plan en de mogelijkheid om schuld aan te trekken – dit laatste is gerelateerd aan de beschikbaarheid van middelen om rente en aflossingen te betalen en van de onderliggende zekerheden. Zo kan een bank niets met een vroege fase deeptech-startup, maar wel met het opschalen van innovatieve mkb-bedrijven of het financieren van digitale infrastructuur. Venture capital speelt weer een belangrijke rol bij start- en scale-ups, terwijl private equity-investeerders bedrijven kunnen helpen bij verdere (internationale) groei.
Veel projecten en technologieën uit Wenninks toekomstvisie zijn privaat financierbaar. Zijn lijst vormt een mooi vertrekpunt. Maar nu komt het erop aan hoe we de noodzakelijke financiering realiseren. Welke financieringsvormen zijn geschikt, wat kunnen private partijen leveren en welke rol kan de overheid daarbij spelen? Laten we leren van de ervaringen die zijn opgedaan met het Nationaal Groeifonds: veel consortia die daar geld ophaalden, richtten zich op kennisontwikkeling en valorisatie van die kennis in (nieuwe) bedrijven. Deze bedrijven kunnen echter alleen succesvol doorgroeien als ze vervolgens kapitaal kunnen ophalen bij private investeerders. Omdat ondernemers en investeerders niet voldoende bij de selectie van de consortia werden betrokken, is onduidelijk of de markt de ontwikkelde kennis en bedrijvigheid zal oppakken als de subsidies stoppen. De boodschap is om dat dit keer wél goed te organiseren. Betrek investeerders al eerder in het traject.
Scherpe focus versus innovatie bij toeval
Belangrijk in het Wennink-rapport is de keuze voor slechts vier technologiedomeinen. Dat geeft weliswaar richting en steunt investeringen op deze terreinen – bedrijven en investeerders weten waar de prioriteiten liggen, maar deze focus heeft ook een keerzijde. Innovatie komt vaak voort uit onverwachte doorbraken op gebieden tussen bepaalde domeinen en in toepassingen die niemand vooraf had voorzien. Niet voor niets kwamen veel grote ontdekkingen bij toeval tot stand. Hoewel de domeinen breed zijn gedefinieerd, is de vraag gerechtvaardigd of álle investeringscapaciteit naar die vier domeinen moet gaan. Hoe zorgen we ervoor dat er ruimte blijft voor generiek innovatiebeleid en investeringen in nog onbekende of onderschatte technologieën?
Maak een eind aan de zero risk-cultuur
Er speelt nog iets anders. Nederland is de laatste jaren behoorlijk risicomijdend geworden. Terwijl innoveren gepaard moet gaan met het accepteren van mislukkingen, hebben we falen vrijwel dichtgereguleerd. Ondernemers worden afgerekend op fouten, waardoor ze momenteel risico's mijden en kansen laten liggen. Er is een cultuur waarin we vooral proberen te voorkomen dat er iets misgaat en als het gebeurt op zoek gaan naar de schuldige partij. Het zou beter zijn als we manieren bedenken hoe we het een volgende keer beter kunnen doen. Een gezonde economie vraagt niet alleen om onderscheid tussen acceptabele en onacceptabele risico's, maar heeft ook baat bij een omgeving waarin mislukkingen worden gedeeld om ervan te leren. Zonder experimenten komen we niet tot innovatie. Werkgeversorganisatie
VNO-NCW waarschuwt dat Nederland momenteel vastloopt. Trage besluitvorming, regeldruk en het streven naar zero risk remmen investeringen en innovatie. Om innovatie aan te jagen, zou de overheid veel vaker de rol van launching customer op zich moeten nemen. Zo neemt de staat risico's weg, opent ze markten en duwt ze jonge technologie richting volwassen toepassingen. In andere landen gebeurt dit, in Nederland kennen we het nauwelijks.
Het is niet te laat
Wenninks rapport is een terechte wake-up call om snel actie te ondernemen. De geopolitieke werkelijkheid verandert in hoog tempo. We schuiven steeds meer op naar een wereld waarin het recht van de sterkste geldt en waarin het draait om het veroveren van grondstoffen, toegang tot belangrijke markten en technologische dominantie. Nederland kan het zich niet veroorloven om in deze kantelende wereld afhankelijk te blijven van anderen voor cruciale technologieën en grondstoffen. De analyse van Wennink is een goed vertrekpunt. Het is echter nu zaak om de financieringsketen te versterken teneinde het plan daadwerkelijk te laten slagen. Het is niet te laat. Onze oproep is om nu in gesprek te gaan met investeerders. Om vooraf te bepalen wat haalbaar is, wie in welke fase kan investeren en bepaalde risico's (en kansen) voor zijn rekening kan nemen. Daarmee voorkomen we dat risico’s en verwachtingen op één hoop belanden. Alleen als we duidelijkheid scheppen en een structuur opzetten, wordt Wenninks ambitie werkelijkheid. De NVP gaat komend jaar in op de vraag hoe de investeringswereld een rol kan spelen bij de ontwikkeling van een investeringsstrategie voor Nederland en Europa. Pas als we publieke en private partijen betrekken bij het masterplan, kunnen we de route naar toekomstige welvaart succesvol afleggen.
Reageren? Mail ons op redactie@scopebusinessmedia.nl
Dit essay is gepubliceerd in Management Scope 02 2026.